
Kees van Dijk; Roubaix-Istanboel per racefiets
Door: Gerard van Hooff AlgemeenEen stipje zijn op lostdot.com op weg naar Istanboel
Je springt op je racefiets ter hoogte van de wielerbaan van Roubaix en neemt je voor zestien dagen later aan te komen in Istanboel. Na vier kilometer rijd je bijna twee lieden tegen de grond die dezelfde intentie hebben. Een soort valpartijtje zoals dat bij wielrenners wel meer voorkomt, maar bovenal een schrikmomentje, want je moet nog meer dan 4.000 kilometer. Solo, dat scheelt. Dat verkleint de kans op verdere malheur.
Pas in Bosnië zou een slecht aangeven drempel in de weg een tweede valpartijtje veroorzaken. Je hebt je voorgenomen er meteen maar een flinke snok aan te geven en de eerste nacht rond de 400 kilometer af te leggen en pas daarna via booking.com je eerste nachtrustplek te boeken. In die opzet slaag je en de trend is gezet. Nog zestien dagen zal dit het leefritme zijn voor de Oudewaternaar Kees van Dijk. Opstaan om vier uur in de morgen en na wat ochtendrituelen een uur later bij zonsopgang en route. Er zijn deelnemers aan de Transcontinental Race die zich laten sponsoren met de belofte een boekwerk van hun ervaringen te produceren. Vol heldendaden en avonturen, maar tot die categorie blijkt Kees van Dijk niet te behoren.
Nuchter
Hij vertelt in alle nuchterheid over zijn ‘ritje’ naar Istanboel. “Bij thuiskomst was ik behoorlijk ‘uitgewoond’, maar langzaam verdwijnen alle opgelopen ongemakken en zelfs de palmen van mijn hand die urenlang mijn stuur vasthielden geven weer tekenen van leven en voel ik weer”. De fiets waarop Kees zijn ritten maakte werd allengs een echte bondgenoot. Tussen 05.00 uur in de morgen en 20.00 uur in de avond werden de kilometers gemaakt, gemiddeld zo’n 250 per dag. Pas tegen de avond werd een inschatting gemaakt in welk hotel de nacht kon worden doorgebracht en deed booking.com perfect datgene waarvoor de organisatie in het leven is geroepen. “Het kwam altijd goed en het eten, douchen en het noodzakelijke opladen van de fietscomputers leverde nooit problemen op”. Veel contact met ‘medereizigers’ was er al die dagen niet. Niet alleen doordat de deelnemers geacht worden solo hun eigen weg te zoeken, maar ook de tijd daarvoor was niet voorradig.
Nummer 102; eenzaam maar niet alleen
Het stipje met nummer 102 verplaatste zich in een gestaag tempo door de Balkan. De eigenaar van het nummer keek naar eigen zeggen zijn ogen uit bij het zien van de landschappelijke schoonheid, de uiterst kleine dorpjes, zons- op en ondergangen en genoot bovendien van de spontane gestes van de in zijn ogen arme bevolking. Ongevraagd kreeg hij water aangereikt, kreeg hij de juiste richting aangegeven bij twijfelgevallen en hoefde hij om vruchten van de streek niet te vragen; een bijna niet meer van onze tijd zijnde hartelijkheid. Leek hij soms in grote eenzaamheid te verkeren, dan was er altijd nog het gevoel dat veel vrijwilligers van de organisatie zijn pad op afstand volgden via de moderne technieken. Ook de wetenschap dat het thuisfront -ondermeer Hapsikee- in gedachte meefietste was een morele steun. Het had er alle schijn van dat de route naar Istanboel binnen de door de organisatie bepaalde tijd van zestien dagen zou kunnen worden afgelegd. Met nog 700 kilometers voor de boeg en drie dagen tijd was dat alleszins mogelijk. Kees stelde het halen van de finish echter boven de tijdnorm. Het laatste van de zes verplichte routes brak hem min of meer op. “Het was een uiterst zwaar parcours van 60 kilometer lengte waar ik liefst 7,5 uur voor nodig had over een route met de benaming ‘gravelpad’. Dat bleek wel een erg eufemistische kwalificatie en mijn knieën waren niet meer dezelfde als waar ik mee van huis was vertrokken.”
Voldaan gevoel
Kees zelf was niet alleen blij dat het erop zat, hij was ook verbaasd dat hij de energie had weten op te brengen de klus te klaren en het tevens mentaal had kunnen opbrengen. Kees: “Ik heb mezelf verbaasd op dat vlak, maar ik had me nu eenmaal voorgenomen aan de weet te willen komen wat die zich als stipje op de computer verplaatsende types meemaken”. Op zijn eigen ‘wedstrijd’ blikt hij met trots en verwondering terug. De roman gaat hij er niet over schrijven, maar stukjes tekst over verschillende dagelijkse ervaringen en talloze beelden van de meest uiteenlopende onderwerpen zullen hem vast helpen de hele boel nog eens op een rijtje te zetten, want het was te veel om zelf in het geheugen op te slaan. Nummer 102 van de tiende editie van de Transcontinental Race is veel ervaringen rijker. Geen bandenpech of ander technische euvel en een schaapsherder die net op tijd zijn hond tot de orde riep staan op het lijstje van bijzondere momenten.
















