
Wout van Kouwen blij, STRO blij …
Door: Aad Kuiper AlgemeenKortom: heel Oudewater blij. Wout van Kouwen is blij omdat zijn pennen-vruchten behouden blijven en in goede handen zijn. STRO (Stichting Toerisme en Recreatie Oudewater) is blij dat zij die pennenvruchten van Van Kouwen mogen beheren. En dus, zo betogen beiden, namens STRO voorzitter Bert Vermeij, dat over deze afspraak alle Oudewaternaren verheugd kunnen zijn, want dat naast alle ‘ff z@ppen’s’ ook alles wat er verder op papier gezet is door een van Oudewaters best verhalende geschiedschrijvers goed bewaard zal blijven.
Om een dergelijke afspraak vast te leggen was er uiteraard een plechtig moment afgesproken. En dat officiële moment vond plaats in het trefpunt van STRO: het uithangbord van de TIP in de Leeuweringerstraat. Van Kouwen gaf te kennen er heel blij mee te zijn dat zijn geschiedkundige vertellingen goed bewaard zouden blijven en Vermeij voegde daaraan toe: “Eeuwig zonde als het niet behouden blijft. Nu blijven die verhalen altijd beschikbaar. Overigens komt nu al het werk van Wout in handen van STRO en wij zullen er zorgvuldig mee omgaan. Het wordt vervolgens uitsluitend verkocht via de TIP.”
Van Kouwen klapt uit de school
“Een van mijn belangrijkste bronnen is Wijnie Kwakernaak-van Oudenallen, een enorm rijke bron. En ik ben geen geelbuik en moest het dus van verschillende bronnen hebben.”, vertelt Van Kouwen. (Van Kouwen komt uit Utrecht, A.K.) “Maar ook heb ik informatie van Johan Schouten en Han Putman gebruikt. En heb ik van heel veel anderen nog veel meer verhalen gehoord. Het is allemaal begonnen met een verhaal van Wijnie, alweer een tijd geleden, dat ze me vertelde dat het 100 jaar geleden was dat de eerste paardentram in Oudewater reed (1906, A.K.). Daar heb ik allerlei feiten en anekdotes bij gezocht en een verhaal voor in De IJsselbode van gemaakt. Van zulk soort verhalen wilden ze er wel meer, lieten ze me weten. Daar was ik wel blij mee. De rest is geschiedenis.”
“Ik heb goed geluisterd naar mijn bronnen, veel gelezen, veel ideetjes opgedaan, veel onderzoek verricht en uiteindelijk veel geschreven. Ik heb er zelf plezier in en ik weet dat ik er heel veel mensen een plezier mee doe.”
Soms komen verhalen heel toevallig op zijn pad, zoals hij nog niet zo lang geleden een verhaal tegenkwam op ‘de enige rommelmarkt waar géén rommel wordt verkocht ten bate van de Stichting Reddingsplan Franciscuskerk’ waar Van Kouwen vrijwilligerswerk verricht. Dat verhaal moet nog worden uitgewerkt, maar verschijnt ongetwijfeld binnenkort.
Inmiddels heeft Van Kouwen een negental boeken op zijn naam staan, waaronder één over Papekop. De eerste serie van ‘ff z@ppen’ werd gedrukt, de volgende reeks geprint, maar ze zijn zeker niet minder boeiend. Het tiende volgt binnenkort. Voorlopig kan hij opgelucht ademhalen dat zijn verhalen uitgegeven én gelezen zullen blijven worden.










