
Reünie
Door: Otto Beaujon AlgemeenMet het ouder worden blijken mensen behoefte aan een weerzien en bijpraten. Zo heeft een groepje studiegenoten (waaronder ik) van heel lang geleden (in 1966 leerden we elkaar kennen) een soort jaarclub gevormd, elk in zijn eigen studierichting, met de bedoeling op je gemak kennis te nemen van andere mensen met andere studierichtingen en denkpatronen. Alleen mannen, toen nog.
Vijftig jaar lang werd het contact gaandeweg minder, maar, in 2010 besloten we dapper elkaar minstens één keer per jaar ergens te ontmoeten. Om precies te zijn: in principe telkens op de tweede zaterdag van april. Bij toerbeurt organiseerden we dan een reüniedag, ergens in Nederland. Dat ging al eens mis, toen iedereen had zitten slapen terwijl één van ons de reünie in Naarden organiseerde, waar uitgerekend daar op die dag de belangrijkste Matthäus passion-uitvoering van het jaar gezongen werd. Behalve de kerk waren ook alle horecazaken uitverkocht.
Dit jaar was ik gastheer. Oorspronkelijk omvatte het clubje zestien leden. Daarvan is er al meer dan de helft overleden; één van hen had bijvoorbeeld zijn werkzame leven in Argentinië doorgebracht, kwam terug naar Nederland waar hij één van de eerste mensen was bij wie de diagnose gekke-koeienziekte geconstateerd werd. Hij overleed er aan. Bizar dat dan leidt tot een ‘opbloei’ van de contacten binnen ‘de club’: heb je gehoord van Max? En hoe zit dat eigenlijk met die prionen?
Zes weken geleden overleed er eigenlijk onverwacht opnieuw iemand van ons clubje. Eén is zodanig slecht ter been dat hij het niet aandurfde. Zodoende waren we zaterdag met z’n vijven, terwijl drie van die vijf hier nog nooit geweest waren. Interessant, zo’n middeleeuws stadje, vonden ze, maar alles bijeen brachten we meer tijd door achter de koffie, de taart, het biertje en de bitterballen.
Herinneringen ophalen, en je gezins-, familie- en beroepsgeheimen met elkaar delen. Eén van ons is dominee geworden maar is uit het vak gestapt. Een ander studeerde af als arts, maar heeft al tientallen jaren een bloemenkwekerij, een Bed en breakfast en nog een scala aan activiteiten die je van een arts niet direct verwacht. Hij bracht een Chayote voor me mee, een eetbare vrucht uit zijn kassen, zo groot als een mango. De plant komt uit Zuid-Amerika en hoort bij de familie van de komkommer-achtigen. Zoals te zien kiemt het zaad al in de vrucht, en de sliert die eruit groeit (het is een stengel of een wortel?) steek je in de grond waar hij wortelt. Als alles goed gaat komt er een woekerende, rankende plant met tientallen witte bloemen uit. Helaas is die niet winterhard maar desondanks was het een leuk cadeautje.
Otto Beaujon
















