
Reünie
AlgemeenZaterdag, zon en warmte, fris windje: bij uitstek de dag waar heel Nederland al een half jaar op zat te wachten. Om van de zon te genieten en een glas te drinken.
Vijftig jaar hadden de meesten van ons elkaar niet gezien, ons jongensclubje van toen. Van de oorspronkelijke twaalf bleken er nog zeven in leven, twee waren nog bij hun eerste vrouw. Eén van het clubje had in januari voorgesteld een reünie te houden, ergens in april, een dagje bijpraten bij iemand thuis of in een zaaltje of op een terras, afhankelijk van het weer. En voor wie dat aangaat: verse batterijen in je gehoorapparaat.
Waar? Minder belangrijk, bij voorkeur niet te ver buiten de randstad, en niet in de Keukenhof of Volendam.
‘s Heren wegen zijn ondoorgrondelijk, en onze organisator koos dus voor het 18e eeuwse cultuurstadje Naarden, u weet wel, van de Matthäuspassion, en de prachtige ongeschonden vestingwerken met twaalf bastions en een dubbele gracht.
Het weer werkte fantastisch mee: niet alleen ons clubje van zeven bleek op pad, op de A12 stond een file van drie kwartier, en de parkeerplaatsen rondom Naarden waren vol. Rondom de stad over de vestingwerken loopt een voetpad, geasfalteerd, één meter tien breed. Je kunt er net met z’n tweeën naast elkaar wandelen. Niet lang, want fietsers gebruiken het pad óók. Vriendelijke gezinnetjes die even bellen, mopperende moeders die een Babboe voortpeddelen, gewone elektrische fietsen, elektrische stepjes, jeugd op fatbikes. Elke volgende bocht opnieuw een ravelijn, de toegang daarnaar geweerd met rijen ijzeren punten. Ontluikende bomen, fluitekruid en hondsdraf.
De marsleider maakt halt bij een kinderspeeltuintje: aanstonds, zei hij, gaan we het stadje in naar het café waar we een broodje gaan eten, maar ons tijdslot begint pas over twintig minuten. We treuzelen dus naar de eetgelegenheid, en verbazen ons over de dubbele rij auto’s die de Oostpoort van het stadje in proberen te rijden tegen de stroom auto’s in die vanuit de Westpoort hier de stad juist uit willen. Als je bedenkt dat de auto’s in Het Gooi gemiddeld toch wel anderhalf maal zo groot zijn als de Oudewaterse benzinebakken, dan begrijp je dat de gemiddelde snelheid in Naarden te voet, per fiets, driewielfiets, motor èn auto op zulke dagen als afgelopen zaterdag niet meer is dan anderhalve kilometer per uur.
Gelukkig zitten we net aan ons gereserveerde tafeltje-voor-zeven, of de motorclub maakt halt voor dezelfde tent. Ook mèt hoorapparaat viel er maar moeizaam verder te praten dan de man naast je.
Broodje was niks op aan te merken, kopjes en glazen waren klein.
Je hebt niks gemist, zei Lea toen ik weer thuis was; hier was ‘t ook achterlijk druk.
Otto Beaujon














