
Zomerfruit
Door: Otto Beaujon AlgemeenTijdens de hete dagen eind juni deden bramen, frambozen en ook bijvoorbeeld Japanse wijnbessen hun vruchtjes in de uitverkoop. Niet letterlijk natuurlijk, maar je moest er als de kippen bij zijn -’s morgens vroeg - om de vruchtjes van die dag te plukken. Een merel en de lijster plukten mee, en zelfs grote houtduiven (de grote alleseters) klotsen met hun onhandige lichamen door de struiken.
Die verzamelvruchtjes, zo heten die bolletjes sap die samen op een soort gemeenschappelijk kaarsje zitten, met daaromheen één kransje kelkbladeren. Elk bolletje sap bevat één zaadje.
Bij het hete weer eind juni verschoten de frambozen van kleur: melkwit aan de zijde waar de zon op scheen.
Het vruchtvlees van de Japanse wijnbes kon je letterlijk binnen een halve dag zien verdwijnen, zo snel dat je in plaats van de rode vrucht aan de zonkant alleen nog maar zaadjes ziet zitten. Daarmee toont de vrucht dat het bijna einde oefening is: de vruchtjes drogen pijlsnel uit en moeten ‘verkocht’ aan liefhebbers van de zaadjes. Dan zie je ineens andere vogeltjes: mezen en vinken.
Het was trouwens in menig opzicht een merkbare ommezwaai van voorjaar naar herfst, zo kort na de langste dag, het gras schoot in bloei (waar het dat nog niet was), het penningkruid liet het hoofd hangen, straatonkruiden als het klein kruiskruid en de weegbree bloeien volop. Ook is er al behoorlijk veel bladval, voor de tijd van het jaar.
Otto Beaujon







