
De gouden televisiejaren (deel 1)
Door: Wout van Kouwen AlgemeenJongeren van 18 tot en met 29 jaar kijken steeds minder televisie. Zij kiezen steeds vaker voor ‘on demand’. Kijken wanneer het hen uitkomt. Dat is in de huidige tijd populair onder deze doelgroep. Hierdoor neemt het aantal jongeren, dat nog een televisietoestel bezit, af. In totaal heeft slechts 17% van deze groep nog een tv in huis. Een sterke afname ten opzichte van de vorige eeuw, waarin de televisietoestellen nog een belangrijk onderdeel vormden van het huishouden. Dit waren dan ook de gouden jaren van de televisie.
De jaren ‘50
Eind jaren vijftig was de televisie in opmars, maar zeker nog geen massamedium. Het werd pas gemeengoed rond 1960. In dat jaar zonden de omroepen bij elkaar nog maar twaalf uur per week uit. Op maandag waren er geen programma’s, zodat de familie zich dan ten minste nog eenmaal in de week met ganzenbord of het nieuwe scrabble rond de eettafel kon scharen.
De eerste kopers in de jaren ‘50 schaften niet alleen een televisie aan, zij verwierven- net als met de radio een paar decennia daarvoor- meteen aanzien in de buurt. Een tv-bezittend huishouden in de jaren ‘50 kon zich in de warme belangstelling van de omwonenden verheugen en velen kochten dan ook het apparaat met het argument dat het ‘leuk voor de visite’ en ‘leuk voor kinderen’ was.
Kinderprogramma’s
Bij menig tv-bezitter van het eerste uur zat op woensdag- en zaterdagmiddag de huiskamer barstensvol met buurkinderen die naar de eerste kinderprogramma’s kwamen kijken. Ik woonde toen in Utrecht en mocht met veel vriendjes op die middagen bij huisarts Lagerweij kijken. In de keuken eerst de schoenen uit en daarna een plekje opzoeken rond het televisietoestel. Ik zat dan meestal op de grond of op een aangeschoven tafeltje. De gordijnen gingen dicht en het toestel werd aangezet. Eerst moest het even warm lopen en dan verscheen het bekende testbeeld. Om 5 uur precies begon het spektakel en kwam er een omroepster in beeld die ons ging vertellen wat we die middag allemaal te zien zouden krijgen.
Het bestond uit het jeugdjournaal De Verrekijker, dat geen nieuws bevatte maar allerlei wetenswaardigheden uit verre landen. Daarnaast had elke omroep zijn eigen kinderprogramma en zijn eigen omroepster. Hannie Lips van de K.R.O. genoot grote populariteit omdat zij altijd zwaaiend afscheid nam van de kleine kijkers, die dan net de poppenserie Dappere Dodo hadden gezien.
Swiebertje
In populariteit moest deze pop het echter afleggen tegen Swiebertje (Joop Doderer), de zwerver uit de gelijknamige serie van de N.C.R.V., die onschuldige streken uithaalde en het dan regelmatig aan de stok had met veldwachter Bromsnor (Lou Geels). Beiden werden liefdevol en met koekjes (Swiebertje had het altijd over “koekjens”) opgevangen door Saartje, de huishoudster van de burgemeester. Eind jaren ‘60 raakte Swiebertje bevriend met de eveneens maatschappelijk onaangepaste pandjesbaas Malle Pietje. In 1975 hield de zwerver het na 20 jaar voor gezien en emigreerde naar Canada.
De buitenopnamen voor deze serie vonden plaats in en rond Oudewater. Vooral langs de Hekendorpse Buurtweg werden vele afleveringen verfilmd. Een borstbeeld van Swiebertje staat als herinnering aan deze tijd tegenover ons stadhuis. Vele malen werd Swiebertje daar, onder de trappen van het stadhuis, opgesloten door veldwachter Bromsnor.
Pipo de Clown
Op 17 september 1956 zagen we de eerste aflevering van wat ook één van de langstlopende series op de Nederlandse tv zou worden: Pipo de Clown en Mammalou, met in de hoofdrol Cor Witsche. Pas in 1980 kwam er een definitief eind aan de avonturen ‘reizend recht door de zon en regen, langs de wijde wereldwegen’.
“Sapperdeflap”, “Hou eens even vast Mammalou”, “Floepes, mis”. Het is “van de gekke” hoeveel kreten en uitspraken uit de Pipo-series onderdeel werden van het dagelijks taalgebruik.
Schrijver Wim Meuldijk had er een feilloos gevoel voor. Zijn ‘cast of characters’ was een zonderling zooitje excentrieke avonturiers, onder wie een autoritaire maar burgerlijke Dikke Deur (Willy Ruys), de klunzige indiaan Klukkluk (Herbert Joeks), de listige zigeuner Felicio (Jan Prins) en de onnozele boeven Snuf (Will Spoor) en Snuitje (Rudi Falkenhage). Mammalou (Chritel Adelaar) was nog enigszins normaal.
Sommigen gebruikten een eigen taaltje: Felicio had het vaak over “Dit lijf heeft honger” en “Soep met sliertjes, dat lust Felicio wel”. Klukkluk veranderde “ik” bijvoorbeeld in “mij” en maakte hij van “is” het meervoud “zijn”. Dus werd het: “Mij zijn zeer van de bange”.
Oudewater in 1954 al op de televisie
Door het mysterie rond pater Janssen kreeg Oudewater al op 19 januari 1954 aandacht in het nieuwe medium. Het mysterie was, door een artikel in de Volkskrant van 23 december 1953, dan wel opgelost, maar burgemeester Arke had nog nooit oog in oog gestaan met die raadselachtige figuur. Op 19 januari 1954 kwam de grote apotheose. De televisie stond, met slechts 3 uur uitzendtijd in de avonduren, na twee jaar nog slechts in de kinderschoenen. Maar toch besteedde het ene net ruim aandacht aan het ‘mysterie Pater Janssen’. Burgemeester Arke uit Oudewater was uitgenodigd om hierover zijn verhaal te doen in het televisieprogramma ‘Gastenboek’ van Mies Bouwman (we zouden nu spreken van een talkshow). Hij moest plaatsnemen in een hoekje van de studio met, geheel in de stijl van de jaren ‘50, rotan stoelen en een rotan tafeltje. Om het hoekje een wat gezelliger karakter te geven, was het afgesloten met een gordijn. Halverwege het gesprek, dat de nog zeer jeugdige Mies Bouwman met de burgemeester had, zagen de kijkers aan de andere kant van het gordijn een man tevoorschijn komen, die daar lachend ging zitten. Aan het eind van het gesprek zei Mies Bouwman: “Burgemeester, bedankt voor uw verhaal, maar nu heb ik nog een verrassing voor u: Hier is pater Janssen!” Toen het gordijn tussen de burgemeester en de heer Sies Numann werd weggetrokken en ze elkaar konden zien, stond Numann op ….. met stoel en al, want de stoel was hem wat te nauw en bleef aan hem vastzitten. Voor de camera kon de Philipsdirecteur nu zijn uitleg geven en een televisietoestel aanbieden aan onze burgemeester. Commercie in de ether was toen strijdig met de opvoedkundige waarde van de omroep, dus het toestel voor de burgemeester kwam van ‘een bedrijf uit het zuiden des lands’.
Bronvermelding:
‘1950-2000 De mooiste jaren van Nederland’ door Han van der Horst,
“Lage landen, Hoge sprongen’.
Ff z@ppen naar de vorige eeuw deel 1, De IJsselbode.
De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in negen delen. Waarvan de laatste vier in zwart/wit.
De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6.
Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.
Van de eerste serie zijn deel 1 en 2 uitverkocht.
Van de tweede serie zijn deel 1, 2 en 3 inmiddels uitverkocht.





















