Afbeelding
Foto: pr

De lagere school in Oudewater (deel 4)

Door: Wout van Kouwen Algemeen

Hier het tiende en laatste item over de lagere school in de vorige eeuw:

de Schoolpleinspelletjes.

In deze tijd staan de schoolpleintjes vol met allerlei attributen die de kinderen uitnodigen om toch vooral te gaan spelen en bewegen. In de vorige eeuw was dat wel anders. De schoolpleinen waren helemaal kaal. Hooguit stond er een boom ergens op het plein. Op het schoolplein van de r. k.-meisjesschool in de Kloosterstraat stond een grote oude boom. De speelplaats is inmiddels omgetoverd tot een grote parkeerplaats, maar de boom van ver vóór de oorlog staat er nog steeds. Het schoolplein was verder kaal, maar de kinderen vermaakten zich prima met allerlei spelletjes.
Over die, voor een groot gedeelte verdwenen, spelletjes gaat deze aflevering van ff z@ppen naar de vorige eeuw.

Henk Stofberg: Het schoolplein van De School met den Bijbel aan de Westsingel was in de praktijk verdeeld in twee gedeelten. Links speelden de jongens en rechts de meiden.

Spelletjes voor meisjes

Meisjes vermaakten zich in het bijzonder met touwtjespringen, kaatseballen of hinkelen.

Touwtjespringen kon je zowel alleen als met een groepje doen.
In het laatste geval had je een lang stuk touw nodig dat aan de beide uiteinden door twee meisjes werd rondgedraaid. Voor de anderen was het de kunst om, de één na de ander, behendig in het draaiende touw te springen zonder het aan te raken. Op zeker moment sprong dan een aantal meisjes in gelijk ritme tussen
het zwiepende touw op en neer. Soms werd erbij gezongen. De liedjes hadden de meest vreemde teksten zoals: “In spin, de bocht gaat in, uit spuit, de bocht gaat uit”.

Touw kon je kopen bij touwslager Rood in de Kapellestraat. Deze laatste lijndraaier in Oudewater had een touwbaantje dat achter zijn huis langs de moestuin liep. Hij verkocht allerlei touwproducten in zijn winkeltje.
Voor 10 cent konden de kinderen daar een prachtig springtouw van 4 meter kopen.

Vanaf de jaren ‘70 werd elastieken een populair spel bij de meisjes: een lang elastiek, twee meisjes die het elastiek om hun benen uit elkaar hielden en de anderen maakten er de mooiste bewegingen mee.

Kaatsenballen was een behendig-heidsspel dat je tegenwoordig niet meer ziet. De meisjes kaatsten de ballen, soms wel met drie tegelijk, tegen het muurtje van het schoolgebouw en vingen ze weer handig op.

Voor hinkelen tekende je eerst, met bijvoorbeeld een stuk kalksteen, de hinkelbaan om daar dan vervolgens de nummers 1 t/m 10 in te zetten. Het spel begon door met een plat steentje of kettinkje binnen de lijntjes
in de 1 te gooien. Daar sprong je overheen en dan al hinkelend helemaal naar de 10 en weer terug. Op de terugweg pakte je het steentje op om vervolgens over de 1 te springen. Als dat allemaal netjes gedaan was, zonder met je voeten de streep te raken, ging je verder en gooide het steentje in de 2. Werd er misgegooid of maakte je een andere fout dan was je af en moest weer op je beurt wachten. Naarmate het steentje verder weggegooid moest worden, werd het ook steeds moeilijker. Zo werd het uitgespeeld tot je de 10 gehaald had.

Klepperen deden de meisjes door twee plankjes, die zij tussen de vingers van één hand vasthielden, ritmisch te bewegen. De uiteinden van de houten plankjes klepperden tegen elkaar en dit maakte een geluid zoals b.v. met castagnetten. Er werd vaak een liedje bij gezongen zoals “Klepperde, klepperde, klep, klep, klep, ik ben zo blij dat ik ze heb”.

Bikkelen is een meisjesspel dat tot in de jaren ‘50 van de vorige eeuw in Oudewater nog veel gespeeld werd. Op de speelplaats van de r.k.-meisjesschool stonden zelfs twee bikkeltafels. Voor het spel waren vier bikkels en een bikkelbal (meestal een gummibal) nodig. De echte bikkels kwamen uit de achterpoot van een schaap.
De vier zijden van de bikkels kregen een naam: ‘essie’, ‘putje’, ‘ruggie’, ‘staantje’. In de vorige eeuw raakten ook metalen bikkels in gebruik. Die konden dan bijvoorbeeld gekocht worden in de speelgoedzaken van de familie De Veen aan de Visbrug of bij de gezusters Benschop op de Markt. De bikkels werden bewaard in een zakje in de onderrok.

Spelletjes voor jongens

Ridder vechten

Daarover schreef Henk Stofberg mij: “Twee jongens namen ieder een knaap op zijn rug. Vervolgens rende iedere ridder op de andere af. De bedoeling was, dat degene op jouw rug de knaap op de rug van de tegenstander eraf wist te trekken. Of nog mooier: beide jongens tegen de grond wist te werken. Dit gebeurde met het bekende duw- en trekwerk en ging er niet altijd zachtzinnig aan toe. Op sommige momenten gingen de rugknapen elkaar ook met plastic zwaarden te lijf, een beetje naar het voorbeeld van de toenmalige tv-serie Ivanhoe (Roger Moore).”

Bokstavast (Bokspringen) Het was een tweepartijenspel waarbij het er wild aan toe kon gaan. De ene partij stond kop aan kont gebukt tegen de muur. De anderen moesten achtereenvolgens zover mogelijk over de gebukte rij heen springen, richting muur, om plaats te maken voor de overigen. Het gewicht van de springers en het volume op de ruggen van de staande partij nam behoorlijk toe naarmate het aantal springers slonk. Vaak kregen de ‘bokstaanders’ het erg moeilijk en bezweken ze onder het gewicht van de springers. Dan lagen beide partijen als een gigantische kluwen op de grond.

Als het lente begon te worden en de zon hoger aan de hemel kwam te staan, waren op de speelplaats altijd wel een paar jongens met een vergrootglas ‘veters aan het branden’. Dat stonk geweldig. Ook de handvaten en jasbeschermers van fietsen moesten het dan ontgelden.

Algemene spelltjes

Een geliefd spel bij jongens en meisjes was ‘pik, olie of dik’, dat ook wel bekend is als ‘hoed, bril of pijp’. Eén van de jongens of meisjes stond voorovergebogen met de handen steunend tegen de muur. Een ander sprong met een aanloop bovenop zijn rug, stak, één, twee of drie vingers in de lucht en schreeuwde dan: “pik, olie of dik”, hetgeen correspondeerde met het aantal vingers dat opgestoken werd. Het onderste slachtoffer moest raden om hoeveel vingers het ging. Raadde hij het juiste aantal dan was de rugzitter aan de beurt. Zo niet, dan moest hij blijven staan.

Herman van der Klis vertelde dat hij op de speelplaats van de Openbare school op de Waardsedijk ‘hoed, bril of pijp’, ‘de boom die wordt hoe langer hoe dikker’, ‘tikkeetje’, en ‘Halla’ speelde. Dat is een spel waar ik nog nooit van gehoord had, maar dat heel veel in Oudewater werd gespeeld. Het speelveld bestond uit zes vakken, twee aan twee naast elkaar. Op de grenslijnen van de vakken stonden tikkers die er voor moesten zorgen dat de ‘lopers’ niet ongetikt via de vakken aan de andere kant konden komen.

De seizoengebonden spelletjes

Het kon zomaar gebeuren. Zonder dat er iets afgesproken werd, liepen enkele kinderen met een tol te spelen en wist iedereen het: ‘het is toltijd’. Binnen een week waren dan alle kinderen aan het zweep- of priktollen. Vooral bij het zweeptollen ging het nog wel eens mis en ging er een ruit aan diggelen. En dan opeens was het weer afgelopen en brak de hoepeltijd, springtouwtijd of knikkertijd aan.

Heel vroeger knikkerden de kinderen met z.g. ‘kleikonten’. Dat waren knikkers die ze zelf van klei, uit bijvoorbeeld de volkstuintjes, maakten. Die werden dan rood, geel, groen of wit geschilderd.
Later kwamen de glazen knikkers die ‘stuiters’ genoemd werden. De grote glazen knikkers heetten ‘bammen’ en de kleintjes werden ‘halfjes’ genoemd. De knikkers werden meestal bewaard in een washandje waar je moeder een elastiek door had geregen. Er bestonden geen stoeptegels met voorgebakken knikkerpotjes.
Henk Stofberg: “Tussen de Oude Singel en het hek van ons schoolplein lag een strook onverharde grond. Daarin maakten wij kuiltjes. Je deed het spel met b.v. drie knikkers per persoon. Je legde de knikkers op enige afstand van het potje. Daarna schoof je om beurten je knikkers met je vingers richting het potje. Wie als laatste alle knikkers in de pot had laten belanden, had de pot met alle knikkers gewonnen. Je moest goed tegen je verlies kunnen. Soms was er even een pittige discussie dat het schuiven van knikkers naar het potje niet eerlijk was verlopen. Tsja en toen ging opeens de schoolbel.”

Bamzaaien

Henk Stofberg: “Wat ik me ervan herinner, ging het op mijn school als volgt: Jij en je medescholier vulden hun vuisten met knikkers en in je linker- of rechterhand verstopte je dan een ‘bam’. Als je gelijk raadde in welke vuist je tegenstander zijn bam omklemd hield, dan had je gewonnen en was die bam voor jou.”

In Oudewater werd ook ‘pikkeremaatje’ gespeeld waarbij beide spelers moesten proberen de knikker van de ander te raken. Lukte je dat dan was die knikker voor jou.

Bronvermelding: ‘Een jeugd op Zuilen’ door Henk Kronenburg, Francien Zevenhuizen, Bram Verweij, Herman van der Klis en Henk Stofberg.

De vorige afleveringen van  ff z@ppen zijn gebundeld in negen delen. Waarvan de  laatste vier in zwart/wit.
De rijk geïllustreerde boekjes  zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6.

Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.
Van de eerste serie zijn  deel 1 en 2 uitverkocht.
Van de tweede serie zijn  deel 1, 2 en 3 inmiddels uitverkocht.

Spelletjes voor meisjes
Kostkinderen van het St. Franciscuspensionaatin de Kloosterstaat tijdens het verplichte leesuurtjenaast een van de bikkeltafels.
Spelletjes voor jongens
De seizoengebonden spelletjes
Dit maal wordt alles oranje
Zomercarnaval Oudewater 4 uur geleden
Pablo en Johan uit Haastrecht
Van examenstress naar feestvreugde 6 uur geleden
Alzheimer café
RECTIFICATIE: Alzheimer Café regio Woerden 9 uur geleden
Afbeelding
Uitslag JEVA Bokaal 12 uur geleden
Jeroen Kliver is trots op zijn school
Klavertje 4 veertig jaar 14 uur geleden
Van onmacht naar actie!
Handje helpen ... wat kun jij doen in Montfoort en Oudewater 15 uur geleden
De winnaars van het recreantentoernooi 2026: Team Bestebreurtje en Team Lionel Smashie.
Grote belangstelling voor Recreantentoernooi TOP 16 jun, 20:00
WK-oranjekoorts in wijk Bos en Water
WK-oranjekoorts in wijk Bos en Water 16 jun, 15:00