
Het is geen man die niet roken kan
Door: Wout van Kouwen AlgemeenOf: een tevreden roker is geen onruststoker. Ja, roken was zeer populair in de vorige eeuw. De 60+ers onder u kunnen zich vast nog wel de feestjes in de huiskamer herinneren waarbij op de tafel, naast de borrelnootjes, schaaltjes en glaasjes stonden met daarin uitgepakte sigaretten en sigaren. De asbak had een belangrijke vaste plaats op het smyrna sprei van de huiskamertafel. Toon Hermans refereerde er nog aan tijdens zijn ‘Snieklaas’- conference. Wat een tegenstelling met nu waarbij de roker gezien wordt als een paria en verbannen wordt om buiten zijn sigaretje op te roken.
Sigaretten
Tot de levensbehoeften in de vorige eeuw behoorde het rokertje. De verslaving aan nicotine was van oudsher massaal. Begin vorige eeuw waren zelfs de vrouwen ook gaan roken, maar dat alleen binnenshuis want een vrouw die op straat liep met een sigaret in haar mond, werd als ordinair gezien. In 1920 verzon Lucky Strike een slogan om vrouwen aan het roken te krijgen: “Neem een Lucky in plaats van een snoepje!”
De sigaret was rond de Eerste Wereldoorlog aan een opmars begonnen en had het pruimen, de sigaar en de pijp naar het tweede plan verdrongen. Ondanks dat telde Oudewater, naast de vele particuliere sigarenmakers, maar liefst vier sigarenfabrieken: Montijn op de Visbrug, Putman in de Wijdstraat, De Lange op de Donkere Gaard (Terminus) en De Gooijer & Zonen op de Donkere Gaard (Cuba).
Tijdens de bezettingsjaren werd er natuurlijk steeds minder gerookt, omdat de aanvoer van de tabak uit Indië, Cuba en Brazilië stagneerde. Putman kweekte daarom in de oorlogsjaren in Hekendorp bij Van Rossum zijn eigen tabak, maar de kwaliteit liet natuurlijk te wensen over.
Bij de bevrijding deelden onze Canadese bevrijders de sigaretten -van het merk Carven A- vanaf hun tanks met gulle hand.
Vrijwel alle Nederlanders die voor pakweg 1975 geboren werden, zijn door rokende ouders opgevoed. Wie tabak afwees, had of een ernstige ziekte of ging door voor een beetje vreemd. Ondanks de accijnzen waren de prijzen voor ieder te behappen. De Amerikaanse Lexington sigaretten kostten in 1950 85 cent per pakje van 20. Voor de goedkoopste merken betaalde men 60 cent of nog minder. En overal waren die sigaretten te koop. Oudewater telde vele tabakswinkeltjes en daarnaast konden ook sigaren en sigaretten gekocht worden bij bijvoorbeeld kapper Doop. En was je voorraad op, terwijl de winkels gesloten waren, geen probleem: buiten hing bij die zaken een sigarettenautomaat waar je jouw favoriete merk ‘uit de muur kon trekken’.
Ook bij de tabakswinkel van Jan van der Vlist in de Leeuweringerstraat, naast het oude postkantoor, bevond zich een sigarettenautomaat.
Meestal stond zijn vrouw in de winkel, want Jan was tevens postbode.
Shag
Een shaggie of sjekkie is een sigaret die men zelf met de hand draait door de tabak (shag) in een vloeipapiertje (merk Mascotte of Rizla) te rollen. De belangrijkste reden voor de populariteit van shag was de lagere prijs ten opzichte van een sigaret. Het ’sjekkie rollen’ werd geassocieerd met werkmanshanden en zware arbeid in de buitenlucht. Er hing een scherpe geur van tabak aan en werd gezien als ‘het roken voor de gewone man’.
Pas tegen het eind van de jaren ‘60 ontdekten omwentelingsgezinde jongeren het rookgenot dat shagtabak bood. Zo werd ook bij de jongerenvereniging SOOS TRUUS, die gehuisvest was op de zolder van ‘Het Trefpunt’, het verenigingsgebouw van de Gereformeerde Kerk in de Rootstraat, menig sjekkie gedraaid. Gezeten op oude matrassen werd daar de situatie in de wereld besproken. Door een niet goed gedoofd sjekkie bij een van de matrassen werd in 1975 een groot gedeelte van Het Trefpunt door brand verwoest en was de SOOS zijn onderdak kwijt. Ook het stadhuis van Oudewater brandde in 1968 tot de grond toe af. In dit geval door een niet goed gedoofde sigaar.
De sigaar
De sigaar was in de 50- en 60-er jaren zeer populair bij de wat oudere mannen. En met name ‘de bolknak’. Als kind kon ik vol bewondering genieten als mijn vader zo’n tuitvormige sigaar ging roken, want daar kwam een hele ceremonie aan te pas. ‘s Avonds, als hij na het eten een tukkie had gedaan in zijn ‘luie stoel’ naast de kolenkachel, werd het tijd voor een sigaar. Uit het dressoir werd een kartonnen doos Agio Gouden Oogst gepakt en er een sigaar uitgehaald. Voorzichtig werd met het rode bandje het cellofaan verwijderd en het sigarenbandje. Daarna pakte hij uit zijn binnenzak een speciale knipper om het puntje van de tuit op deskundige wijze te verwijderen. Daarna werd met een lucifer (een aansteker was strikt verboden) de sigaar aangestoken. Daarbij werd de sigaar niet in de mond genomen, zoals je dat wel bij een sigaret doet. Als het topje van de sigaar brandde, hield mijn vader die onder zijn neus, draaide hem een paar keer en snoof goedkeurend de tabakslucht naar binnen. De bolknak was nu klaar om gerookt te worden.
Zo’n sigaar kon een mooie askegel geven, een fascinerende witgrijze hoed, die op de brandende sigaar in mijn vaders hand groeide. Hij wist precies wanneer hij naar de staande asbak, die naast zijn ‘luie stoel’, stond, moest reiken om niet zijn hele pak te bedoezelen.
Het zichtbare gedeelte vol as of peuken? Geen probleem. Even op de knop drukken, de schijf ging draaien en alles verdween in de opvangbak eronder.
Als mijn vader niet thuis was, was die staande asbak voor mij ook leuk speelgoed trouwens.
Sigarenroken was echt iets voor mannen. Maar soms stak ook een vrouw wel eens een sigaartje op. Zo kende de Haagse elitaire visvereniging I.P.N.I.V.I. ( Ik Pik Niet Iedere Vis In), die zijn domicilie had en heeft in de Dijketelg in Papekop, een tweetal vrouwen die aan het eind van de visdag een flinke sigaar opstaken.
De pijp
Die werd vaak geassocieerd met jonge vaders die iets van hun leven in het bevrijde vaderland wilden maken. Kapitein Rob, de held van de gelijknamige vijftigerjarenstrip uit het Parool, had er altijd eentje bij de hand. In een reclamecampagne lezen we: Pijproken is zo gezellig. Dat vinden vrouwen en meisjes. Het geldt voor alle vaders, mannen en verloofden. Pijproken maakt de jongeren flinker, de ouderen gezelliger en de nerveuzen rustiger. Een pijp staat sportief en mannelijk.
Dat de tabak de volksgezondheid bedreigde, was een gedachte die in sommige medische kringen rondspookte, maar nauwelijks in de openbaarheid kwam. Het hele openbare leven speelde zich dus in een dichte tabakswalm af.
Na de bevrijding breidden de Nederlandse Spoorwegen het aantal rookcoupes sterk uit en nog staken de reizigers hun sigaret, pijp of sigaar op in de wagons waar dat verboden was. Bioscoopstoeltjes waren standaard voorzien van asbakken. De dokter rookte tijdens het spreekuur. Op de lagere school kregen we als leerkracht op onze verjaardag de nodige pakjes tabak. In mijn geval was dat pijptabak. Toen ik in 1970 ging werken op de Mariaschool in Oudewater stak ik bij het voorleeskwartiertje altijd eerst een pijp op. Dat gaf een gezellige sfeer, vond ik toen. Dus toen ik enkele weken later jarig was, kreeg ik van de helft van de klas pijptabak. Ik kon weer een jaar vooruit. Toch hield het roken voor de klas niet lang stand. Eind jaren ‘70 werd het verboden en het roken verdween, net als de cavia’s, muizen en kanaries uit de klaslokalen. En in deze eeuw verdween het roken zelfs volledig uit het openbare leven. De slogan op mijn pijpenrekje ‘Tevreden en lang te leven, is wat de pijp u kan geven’ kan nu echt niet meer.
Slagzinnen
• Marlboro: avontuur bestaat nog!
• Blijf kalm: neem een dokter Dushkind.
• Chief Whip op ieders lip.
• Altijd trek in Old Mac.
• Camel filter: gewoon geweldig lekker!
• Een Roxy? Ja, graag!
• Caballero, anders dan andere!
• Het is weer tijd voor North State!
• Winner, de milde Amerikaan.
• Er is maar 1 Karel 1
• Coopvaert pijptabak: wolken van geluk
Bronvermelding: ‘De mooiste jaren van Nederland’ door Han van der Horst, ‘De jaren 50”door Jack Botermans, Herman ver der Klis, Jan Jans en de kinderen.
De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in negen delen. Waarvan de laatste vier in zwart/wit.
De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6.
Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.












