
De lagere school in Oudewater (deel 3)
Door: Wout van Kouwen AlgemeenOok in 2025 organiseert de Geschiedkundige Vereniging Oudewater in haar Stadsmuseum op de zolder van het stadhuis een tentoonstelling met de titel ‘Onderwijs in de 20ste eeuw’. Dat bracht het idee om herinneringen op te halen aan de lagere schooljaren in Oudewater. In de vorige eeuw telde Oudewater vijf lagere scholen: De katholieke Franciscus-, Maria- en Jozefschool, de protestants christelijke Immanuëlschool (School met den Bijbel) en de Openbare school. Daarnaast was er nog een lagere school in Papekop en in Hekendorp. Toen de Jenaplanschool werd opgericht, was de lagere school al opgegaan in de basisschool.
7. Verkeersles en verkeersbrigadiers
Het fenomeen ‘verkeersles’ kwam in Nederland in de jaren ’50 op gang. Sommige lagere scholen waren, door de toenemende druk, al begonnen met verkeersonderwijs op hun school, maar pas in 1959 kreeg het verkeersonderwijs in Nederland een wettelijke basis. Dat hield in dat dit onderwijs vanaf toen verplicht werd op de lagere school vanaf het 3de leerjaar. In de 5de klas werd er een landelijk schriftelijk examen van Veilig Verkeer Nederland afgenomen. Ook werd in veel steden de mogelijkheid geboden een praktisch examen at te leggen. In Oudewater werd vanaf midden jaren ’70 dit fietsexamen, vanuit het toen nog bestaande politiebureau in de Molenstraat, georganiseerd. In die jaren werd er gestart vanaf de parkeerplaats in Klein Hekendorp. Eerst werd de fiets gecontroleerd door een agent. Als die goedgekeurd was, kreeg de leerling een borst/rugnummer en dan met tussenpozen van 2 minuten fietste hij/zij het uitgezette parkoers op! Bij de kruispunten zaten moeders te controleren of alles goed verliep. Er werd vooral gelet op: ‘Eerst achteromkijken en pas daarna je hand uitsteken!’ Als het praktisch en schriftelijke examen goed was verlopen, kreeg de leerling enkele dagen later een heus diploma van V.V.N. uitgereikt.
Verkeersbrigadiers waren er ook in Oudewater. Zij werden ook wel ‘Klaar-overs’ genoemd.
In Klein Hekendorp werd bij het kruispunt van de Vierbergenweg (nu de rotonde bij Faaij) gebrigadierd door ouders van de scholen uit die wijk. Op een gegeven moment ontstond er een tekort aan vrijwilligers en werd de stekker eruit getrokken.
Voor de leerlingen van de Mariaschool werd al vanaf 1953 gebrigadierd bij de Romeijnsbrug door de leerlingen van de 6de klas zelf. Oud directeur Piet Smits: “Dat ging jaren goed, maar ineens was het een te zware verantwoordelijkheid voor de kinderen alleen en moest er een ouder bij. Ik weet nog dat het is gestopt toen bijna alle kinderen door de ouders gebracht werden. Dat was toentertijd een nieuwe trend. Dat werd één van de redenen om te stoppen. Die ouders stoorden zich niet aan de brigadiers en staken gewoon over. Gelukkig is er nooit echt een ongeluk gebeurd.”
8. Straffen en belonen
Op de lagere school werden in de vorige eeuw geregeld straffen uitgedeeld. Een echt pak slaag, zoals in de 19de eeuw, werd niet meer gegeven, maar een klap met een liniaal was niet ongewoon. Ook kon je een draai om je oren of een tik tegen je achterhoofd krijgen als je stiekem praatte of afkeek.
Een andere populaire schoolstraf in de 20ste eeuw was je voor gek zetten.
Als jij iets deed wat niet mocht, haalde de leraar je bij je bankje vandaan en moest je voor een bepaalde tijd op een zichtbare plek gaan staan. Dit was bijvoorbeeld in de hoek (met je gezicht naar de muur gekeerd), onder of voor het bord of op de gang. Iedereen die jou zag, wist meteen dat je ongehoorzaam was geweest. De volgende keer zou je wel twee keer nadenken voordat je iets deed wat niet mocht.
Strafregels schrijven behoorde ook tot de bekende straffen. Kinderen die ongehoorzaam waren geweest, moesten soms na de les blijven om strafregels te schrijven. Vaak bestonden deze regels uit een verwijzing naar hetgeen de leerling fout had gedaan. Zoals bijvoorbeeld: “Ik mag nooit meer aan de vlechten van een meisje trekken”. Deze zin moest net zo vaak worden opgeschreven als de meester of juf dat wilde. Soms wel honderd of meer keren. De leerkracht hoopte dan dat de boodschap op die manier goed zou overkomen.
Fysieke en psychologische straffen zijn tegenwoordig uit den boze.
Belonen
Er werd op de lagere school in de vorige eeuw, naast het straffen, ook volop beloond. Op allerlei manieren. Stempels speelden daarbij een centrale rol. Kinderen die een opdracht goed hadden gedaan, kregen vaak een stempel in hun schrift, niet zelden een dierfiguur, in groen, rood of blauw. Of een prachtige geschiedenisstempel over de Overwintering op Nova Zembla of
Het beleg van Leiden.
Poesieplaatjes waren ook in trek, vooral voor de meisjes. Het plaatje werd dan in het schrift geplakt en niet in het poesiealbum, dat ook meer iets voor buiten school was, waar vriendinnetjes, ouders, ooms en tantes een persoonlijk versje in moesten schrijven, soms ook leerkrachten.
Een beloning kon ook zijn dat je koffie mocht gaan halen voor de leerkracht, of dat je koffie of thee mocht rondbrengen voor alle leerkrachten.
Het vertonen van een film was een grote klassikale beloning. Dan werd de filmprojector opgesteld, gingen de gordijnen dicht en was er een heuse film. Aan het eind van de vorige eeuw kwam de videorecorder om films te vertonen en hadden alle klassen inmiddels een eigen televisie in hun lokaal staan.
Ook voorlezen kon zo’n klassikale beloning zijn. Een mooi bruggetje naar item 9.
9. Voorlezen
Velen hebben sterke herinneringen aan voorgelezen worden op hun lagere school. En dan ook nog aan bepaalde boeken waaruit werd voorgelezen zoals de Dik Trom, boeken geschreven door C. Joh. Kieviet, de H.B.S.-tijd van Joop ter Heul door Cissy van Marxveldt, Pim Pandoer door Carel Beke, Kruimeltje door Chris van Abcoude en Snuf de hond door Piet Prins.
Ook ik heb bijzondere herinneringen aan voorlezen op de lagere school. ’s Zaterdags, ja, wij hadden op zaterdagmorgen les en dan werd het laatste half uur voorgelezen. De leerkracht (in dit geval een frater) deed dan met een plechtig gebaar de klep van zijn lessenaar omhoog en haalde het voorleesboek tevoorschijn en begon te lezen. Wij deden onze armen op het tafelblad voor ons en legden verrukt ons hoofd erop. Zo ‘lagen’ wij te luisteren. Niemand haalde het in zijn hoofd om met de inktpotjes te gaan schuiven, windgeluiden met de oksels te maken of ander klein kattenkwaad uit te halen. Dit half uurtje was voor iedereen heilig. Niemand mocht dat verpesten. Het spannendste boek dat ik me kan herinneren ging over een heel jonge cowboy die zijn vader wilde bevrijden uit de klauwen van een zeer geheime, gemaskerde bende, die in onderaardse holen leefde. Vooral de bendeleider was een zeer mysterieus man. Tjonge, wat zaten we te griezelen als onze held door de grotten sloop om de bende te pakken te nemen.
Later dacht ik nog vaak aan dat voorleeshalfuurtje terug, ook toen ik zelf al onderwijzer in Oudewater was. Wat zou dat toch voor een boek geweest zijn? Hoe heette het ook al weer? Ik verzamelde op rommelmarkten wel eens oude kinderboeken, maar nooit meer kwam ik dat voorleesboek tegen.
Tot!
Het zal ongeveer in 1985 geweest zijn. Mijn collega en vriend Jan van Reden kwam na schooltijd mijn klas binnen met enkele oude boeken. “Van een kind uit de klas heb ik voor de klassenbibliotheek een stapel oude kinderboeken gekregen. Ik heb er enkele in mijn kast gelegd, maar deze zijn te moeilijk voor klas 3. Wil jij ze soms voor klas 5 hebben?” “Graag”, zei ik, nam de boeken aan en bekeek ze.
Opeens een schok….
Daar was het boek uit mijn jeugd dat ik al zo lang zocht. Ik herkende het onmiddellijk aan de buitenkant.
“De Zilvergieren” stond er op de kaft! Ja, toen wist ik het weer. Dat was de naam van de bende. Alle leden droegen een gierenmasker om niet herkend te worden. Frank van Wieringen bleek de schrijver te zijn.
Ik was blij verrast, maar de grootste verrassing kwam toen ik het boek opensloeg. Op de eerste bladzijde stond de stempel met de naam van mijn oude school: R.K. Jongensschool Thomas á Kempis, Vleutenseweg 287 Utrecht.
Ik had hetzelfde boek in handen waar ik 30 jaar geleden uit voorgelezen kreeg!
Het boek kwam natuurlijk niet in de klassenbibliotheek terecht, maar heeft een bijzonder plaatsje in mijn boekenkast gekregen.
De volgende keer het 10de en laatste item over de lagere school in de vorige eeuw. Deze aflevering staat geheel in het teken van Schoolpleinspelletjes.
Bronvermelding: ‘De lagere school’, door Wim Daniëls, Piet Smits, Tom Streng.
De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in negen delen. Waarvan de laatste vier in zwart/wit.
De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6.
Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.
Van de eerste serie zijn deel 1 en 2 uitverkocht.
Van de tweede serie zijn deel 1, 2 en 3 inmiddels uitverkocht.



















