
In memoriam Gerard Hartjes
Door: Gerard van Hooff AlgemeenVorige week is Gerard Hartjes overleden. Afgelopen woensdag hebben wij afscheid van hem genomen. Met het overlijden van Gerard Hartjes verdwijnt het laatste ‘hoofd der school’. ‘HdS’ was een echte titel die in het verleden gevoerd werd door het hoofd van de lagere school. Als schoolhoofd stelde je wat voor. Je had aanzien op school en vaak ook in de stad. Jij zette de koers uit en was de uitstraling van je school. Je kocht de methodeboeken, stelde het personeel aan en zorgde dat alles volgens een rooster aan de orde kwam. Toch was schoolhoofd eigenlijk een ondergewaardeerd bijbaantje. Er stond nagenoeg niets tegenover; een beetje meer salaris en misschien een middag in de week taakverlichting. Iemand nam je klas over en jij kon aan de slag met je onderwijstaken; maar daarnaast ook de leerlingenadministratie, boekhouding, inkoop, gebouwonderhoud; alles eigenlijk. Een onmogelijke taak eigenlijk.
Gerard kwam in 1967 naar Oudewater. Hij werd het hoofd van de RK Meisjesschool van de Zusters Franciscanessen; De Mariaschool. Hij was de eerste en enige man op deze school. Maar dat zou snel veranderen. Er kwamen jongens op de Mariaschool. En Gerard zorgde er wel snel voor dat er meer mannen in het team kwamen. En dat is heel lang zo gebleven. Het bleef niet bij deze ene aanpassing; een tijd van de grote veranderingen brak aan. De overheid bemoeide zich nadrukkelijk met het onderwijs; De lagere school werd basisonderwijs, traditionele waarden gingen op de schop. De democratisering maakten de ouders mondiger. Je moest echt als hoofd wel stevig in je schoenen staan.
Wat maakte Gerard tot wie hij was?
* Schooldirecteur was je niet van 09.00 tot 17.00 uur. Het was een deel van je leven. Je ging ermee naar bed en je stond ermee op. Gerard voelde zich een soort vader van heel veel kinderen. Soms ging dat wel heel ver. Alles stond in het teken van de school. Ook zijn vrouw Ria had daarin een belangrijke rol. Zij kon of moest - te pas of te onpas - invallen en kreeg weer ontslag als ze niet meer nodig was.
* Hij hield van persoonlijk contact. Als schoolhoofd moet je altijd jezelf zijn: eerlijk, echt en integer. Zeg waar je voor staat en hou je daaraan. Dat geeft duidelijk naar iedereen en zeker ook naar de ouders, die in een persoonlijk bezoek aan huis het schooladvies kregen meegedeeld. Iets wat heel erg gewaardeerd werd.
* Uit zijn Amsterdamse ‘roots’ had hij een duidelijk beeld over wat kinderen nodig hadden. “Het kind had recht op een goede opvoeding, goede begeleiding en speel-en werkruimte. Als het fout ging, was dat eerder de schuld van de opvoeder (lees school) dan van het kind.
* Hij was een echte onderwijsman van de praktijk. Hij hield van de kinderen en kende ze ook allemaal. Hij kon leerstof overbrengen. Hij vertelde met overtuiging de mooiste verhalen en de kinderen geloofden het allemaal. Als het later een 1 april-grap bleek, waren ze oprecht kwaad op hem.
* Onderwijs moest - in zijn ogen - iets meer bieden dan het aanleren van de basisvaardigheden. Vraag een kind twintig jaar later wat hij nog weet van zijn schoolperiode, dan hoor je nooit dat de reken- of taallessen zo leuk waren. Nee, dan hebben ze het over evenementen, schoolreisjes e.d. Nou, Gerard wist daar wel raad mee. Hij organiseerdde met zijn team: 25-jarig jubileum, 100-jarig bestaan, cowboy- en indianenfeest, een ruimtefeest. Groots opgezette onvergetelijke evenementen. Dan maar wat minder leerstof.
* Verder had hij de stellige overtuiging, dat alle kinderen op school horen te zitten. Daar stelde hij zijn school altijd voor open. Hij accepteerde niet dat kinderen thuis zaten vanwege problemen op school. Het zou voor hem onacceptabel geweest zijn, dat er nu voor elf kinderen in Oudewater geen passend onderwijs gevonden kan worden.
* Zijn spreekwoordelijke zuinigheid. Het onderwijs had altijd een geldtekort. Hij was ook oneindig zuinig. Na zijn hand en arm volgeschreven te hebben, gebruikte hij alle losse papiertjes (met nietje) om van alles op te schrijven.
Het jaar 1989 was cruciaal jaar voor hem. Gerard had uitzicht om vervroegd uit te treden via de Dop-regeling (Doorstroming Onderwijs Personeel). Ouder personeel kon met 56 jaar uittreden om plaats te maken voor de jeugd. Vlak voordat Gerard er gebruik van kon maken werd de regeling opgeschort. Dit kwam hard aan. Plotseling kreeg hij er zes jaar bij. Dat trok hij niet. Na een periode van ziekteverlof is hij nog tot 1994 groepsleerkracht geweest; om op 60-jarige leeftijd zijn loopbaan te beëindigen.
Hij werd 90 jaar; het is een mooie leeftijd.
Met het overlijden van Gerard Hartjes verliest Oudewater een markante persoonlijkheid, die een blijvende indruk heeft achtergelaten. En komt er een einde aan een tijd waarin de persoonlijke inbreng belangrijker was dan alle losse - vaak automatisch verkregen - kengetallen en waarderingscijfers.
Piet Smits















