
Een bescheiden Geelbuik
Door: Gerard van Hooff AlgemeenGerard van Hooff
Theo van den Hoogen (1941-2024)
In het werkershok bij Unio hing jarenlang een knipsel uit het clubblad dat sappig verhaalde hoe een speler van Unio tijdens een oefenduel het leven van ene Wim van Hanegem -toen Velox- had zuur gemaakt. De latere speler van het Nederlands elftal slaagde er maar niet in zijn lastige tegenstander voorbij te komen. Het was opgeschreven door de trainer die op die manier zijn pupil een pluim uitdeelde. De argeloze bezoeker kreeg desgewenst uitleg van de beheerder van de ruimte, ex-rechtsachter Theo van den Hoogen himzelf. Dan bevestigde hij (maar al te graag) de juistheid van het voorval tijdens een wedstrijd begin zestiger jaren. Medespelers brachten nog jarenlang zijn onverzettelijke manier van verdedigen ter sprake. Als voetballer in hart en nieren drong Theo door tot de selectie en maakte zijn jaren in het eerste team. Hij wist van geen ophouden en pas na een heupoperatie hing hij de voetbalschoenen aan de wilgen en schikte hij zich in de rol van elftalleider bij de senioren. Iedere zondagmorgen was hij present. Jarenlang was hij betrokken bij de bouw en het onderhoud van het clubgebouw uit 1966, maar ook bij het huidige gebouw dat bij het 40-jarig bestaan in 1973 werd geopend. Theo was een echte clubman in de goede betekenis van het woord. Training geven, onderhoud, de velden, kortom alles wat op zijn pad kwam pakte hij aan. Unio was zijn tweede thuis op loopafstand van de ouderlijke woning aan het Gasplein.
Heno
Theo was drukker van beroep. Als veertienjarige kwam hij samen met Wim Maas in 1955 in dienst van Drukkerij Heno, waar hij de geheimen van het spiegelschrift in de vingers kreeg en onder andere meewerkte aan het in elkaar zetten van De IJsselbode, echt handwerk met loden letters, en ter plaatse gedrukt. Met een beetje fantasie maakte hij deel uit van het gezin van Trees en Jan Overbeek die boven de drukkerij woonden (Jan O. was secretaris van de rksv Unio, zo gaat dat).
Brandweer
De roemruchte stadhuisbrand van 1968 was de aanleiding van een nieuw hoofdstuk in Theo’s leven: hij werd officieel lid van het Oudewaterse Brandweercorps. Als rappe spuitgast was hij betrokken bij de op oprichting van de jeugdbrandweer -anno 1978- en nam hij in 1988 het leiderschap over van M.A. Boere. Ook nadat hij de actieve brandweerdienst op 55-jarige leeftijd moest verlaten, bezocht hij nog vaak de jeugdbrandweerwedstrijden in den lande. Zijn activiteiten bij de brandweer werden door de Koningin beloond met een onderscheiding als lid in de orde van Oranje-Nassau en bij de plaatselijke brandweer werd hij erelid. De bestrijding van de grote brand bij Brinkers in 1973 die de Oudewaterse binnenstad bedreigde was in Theo’s ogen een huzarenstukje.
Biljart
In zijn vrije tijd hield hij zich ook bezig met de biljartsport en speelde hij jarenlang in Seelt bij de Woerdense Bond en later bij de Bokkesprong en Tante Pietje. Bij alles wat hij deed was hij dezelfde persoon. Een tikkeltje eigenwijs, onverstoorbaar en voorzien van een eigen mening. Toen de computer zijn intree deed in het drukkersvak en de oude Heidelberger tot museumstuk was gedegradeerd, werd het voor Theo steeds moeilijker er werkplezier in te vinden. Hij vertrok met vervroegd pensioen.
Zijn club Unio
Bij Unio bouwde deze vrijwilliger zo zijn eigen ‘koninkrijkje’. Het lidmaatschap van verdienste van Unio deed hem goed ‘al had het niet zo nodig gehoeven. Je doet immers alles voor de club’. Een leven vol regelmaat. Aan dat ritme kwam anno 2016 plots een einde, toen de beide Oudewaterse voetbalclubs samensmolten tot Fusieclub Oudewater. Na de besluiten hierover wachtte Theo niet op het overschilderen van de slagboom bij de entree. Nog voor de gele verf was bedekt met het rood van de nieuwe formatie en de gele tegeltjes uit het toilet waren verdwenen, trok hij de consequenties van zijn tegenstem. Met pijn in het hart. Theo zegde zijn lidmaatschap op en liet zijn gezicht slechts af en toe nog zien. Zijn geelblauwe hart kon de nieuwe tijd nauwelijks accepteren.
Familiemens
Niet alleen woonde Theo zijn gehele leven in zijn geboortehuis aan het Gasplein, binnen de familie was hij degene die de familiebanden koesterde. Of zoals een oomzegger het omschreef: ‘Wij, van den Hoogens, hebben zo onze gebruiksaanwijzingen en lang niet alles loopt daardoor op rolletjes. Een zekere eigenwijsheid is ons niet vreemd. Theo had daarbinnen een bijzondere rol en vaardigheid. Hij was het die binnen de familie de contacten met en tussen de neven en nichten in stand hield. Het door hem georganiseerde laatste feestje met de familieleden ter gelegenheid van zijn 83e verjaardag kon niet meer gevierd worden; Theo overleed op bijna 83-jarige leeftijd op zondag 28 juli.

















