
Koninginnedag
Door: Otto Beaujon AlgemeenToen ik klein was en Juliana nog Koningin moesten we op haar verjaardag op tijd op school zijn en dan marcheerden we in de maat naar het stadhuisplein (er waren nog geen elektrische bakfietsen, lopen was gezond) en daar zongen wij kwestieuze teksten als Wien Neerlands bloed door d’aadren vloeit/ van vreemde smetten vrij! En dat terwijl onze nutsschool temidden van 33 RK en twee christelijke (NH en geref.) scholen het afvalputje der ‘vreemde smetten’ was, met indische kinderen, woonwagenkinderen, het kroost van buitenlandse mijnwerkers en de zoon van een grafdelver die verder nergens welkom was.
De burgemeester van Geleen (want daar was het) zei dan door de microfoon dat we zo mooi voor hem gezongen hadden, en dan kregen we een appel (op 30 april onmogelijk anders dan een oude).
Maar, niet getreurd, rechtsomkeert! En voorwaarts mars terug naar school, en van school met de fiets naar huis. Daar kregen we van moeder taart. En ‘s middags gingen we uit eten! Iedereen klaar? En dan gingen we met z’n zevenen met de bus naar Maastricht. Die stopte bij ons voor de deur, maar in Maastricht was het nog een behoorlijk eindje lopen vanaf het station. Dat hadden we er wel voor over, want onze favoriet was een Indisch restaurant aan de voet van het standbeeld van Minckelers, wat Oudewaternaars uit Maastricht wel zullen weten waar dat is.
En dan mochten we uitzoeken wat we wilden en dat was altijd saté kambing (van de geit) en babi ketjap en gebakken banaan. En iets te drinken met ieder zijn eigen flesje en ijs toe.
Zo werd Koninginnedag een echte feestelijke dag, als broer H. zich tenminste wist te gedragen.
Otto Beaujon















