De zesde klas van de r.-k. Meisjesschool in de Kloosterstraatbijna 100 jaar geleden (1928) met op de achterwand enkele schoolplaten.Ook wel even leuk om de namen te vermelden.We bekijken ze van links naar rechts,zittend op de eerste rij: Truus en Sjaan Miltenburg, Truus v.d. Berg en Zus de Veen.Tweede rij: Dina Bode, Gonda Kasbergen en Mien Harreveld.Derde rij: Bertha Rietveld, Rika Bos, Arie Oosterom, Jans Hogendoorn, Cor de Lange en Cor v.d. Berg.Vierde rij: Mien van Dijk, Gonda Mulder en Dien Compier.Staande: zuster Antonia (onderwijzeres), Alie Venhof, Nel Verkerk, Dien van Achthoven,Cor van Vliet, Jo Eisvogel, Truus Koops, Alie Baars, Anna Janmaat en Mien Janmaat.
De zesde klas van de r.-k. Meisjesschool in de Kloosterstraatbijna 100 jaar geleden (1928) met op de achterwand enkele schoolplaten.Ook wel even leuk om de namen te vermelden.We bekijken ze van links naar rechts,zittend op de eerste rij: Truus en Sjaan Miltenburg, Truus v.d. Berg en Zus de Veen.Tweede rij: Dina Bode, Gonda Kasbergen en Mien Harreveld.Derde rij: Bertha Rietveld, Rika Bos, Arie Oosterom, Jans Hogendoorn, Cor de Lange en Cor v.d. Berg.Vierde rij: Mien van Dijk, Gonda Mulder en Dien Compier.Staande: zuster Antonia (onderwijzeres), Alie Venhof, Nel Verkerk, Dien van Achthoven,Cor van Vliet, Jo Eisvogel, Truus Koops, Alie Baars, Anna Janmaat en Mien Janmaat. Foto: pr

De lagere school in Oudewater (deel 2)

Door: Wout van Kouwen Algemeen

Vorige keer hebben we drie items over de Lagere School de revue laten passeren. Hier de volgende drie delen.

4. Zilverpapier en melkflesdoppen

Op de katholieke scholen sprak men over ‘De Missie’. Dat was me vroeger wat! Het ging dan om priesters of zusters die in verre landen de armoede bestreden en ondertussen het geloof verkondigden. De ’kindertjes’ van Afrika of bijvoorbeeld Borneo hadden het moeilijk, leden armoede en honger, werd er gezegd. En, nu komt het, daar konden wij iets aan doen door zilverpapier (bijv. van chocoladerepen) en zilverachtige melkflesdoppen in te zamelen op school. Maar wat er nou mee gedaan werd, dat was geen kind duidelijk. Cabaretier Fons Jansen liet een van zijn typetjes tijdens een voorstelling zeggen: “Gartelijk dank voor get sparen van get zilverpapier. Het smaakte lekker!”

Het zilverpapier ging nooit naar Afrika, maar naar de paters Scheutisten. Tegenwoordig wordt zilverpapier van aluminium gemaakt, maar in de eerste helft van de vorige eeuw van een inlegering genaamd stanniool. Dat ingezamelde ‘bladtin’ brachten de paters naar fabrieken waar het werd gesmolten om opnieuw te gebruiken.

Op de Protestant-Christelijke scholen deed men niet zo moeilijk. Men sprak daar over ‘De Zending’ en haalde gewoon contant geld op door middel van een Zendingspotje. Dit ophalen werd gecombineerd met Schoolsparen.

Bram Verweij schreef me erover: “Elke maandagmorgen kwam de schoolspaarkist tevoorschijn. De nummers op de kist kwamen overeen met een lijst met nummers en namen van de leerlingen, aangevuld met kolommen zodat de onderwijzer per ‘ophaaldag’ het bedrag per leerling kon noteren. De leerling mocht dan zelf de buit in de gleuf laten verdwijnen. Dat dit niet altijd goed ging, heb ik gemerkt als ik, namens de bank, de kist ging leegmaken en de opbrengst op spaarrekeningen ging boeken. Dat was nog redelijk eenvoudig op te lossen als er bij een tekort in het ene busje een overschot was in het busje ernaast. Als er over ‘t geheel een tekort was, vulde de bank dat meestal aan want je ging natuurlijk niet aan een onderwijzer melden dat iets niet klopte. Dan was er op maandag door de leerlingen ook nog iets mee te nemen voor de ‘Zending’. Best een puzzel voor ouders die het niet breed hadden. In zeker opzicht had het ook nog een opvoedkundig element, wat geef je aan een ander en wat hou je voor je zelf?”

Albert Dening, hoofd van de School met den Bijbel in Papekop: “De kinderen namen, naast het spaargeld, op maandagmorgen ook geld mee voor de Zending. Het geld was bestemd o.a. voor de G.Z.B. (Gereformeerde Zendings Bond), later voor de Z.O.A. (Zuid Oost Azië Zending). Er zullen meerdere projecten zijn geweest.
Nog weer later hebben we een adoptiejongen uit Guatemala gehad, voor wie het geld bijeen werd gebracht. Er hing een foto in de klas, zodat het wat meer aansprak bij de kinderen. Het spaargeld ging in een kist van de Rabobank en deze kist werd één keer per drie maanden geleegd. Het geld werd op het spaarbankboekje van de kinderen bijgeschreven.”

5. Schoolplaten

Lesgeven aan de hand van schoolplaten kreeg de naam ‘aanschouwelijk onderwijs’. De populaire platen waren in de 19de eeuw komen overwaaien uit Duitsland.

De schoolplaten werden bij verschillende vakken gebruikt. De afbeeldingen erop waren bijvoorbeeld aardrijkskundig, historisch, Bijbels, biologisch of medisch en konden ook het dierenrijk betreffen.

Ze waren van stevig papier, karton of linnen en zaten ingeklemd in een lijst of tussen twee houten houders, de ene aan de bovenkant, de andere aan de onderkant. Aan de bovenste houder was dan meestal een touw bevestigd waarmee de schoolplaat aan de muur of aan het schoolbord opgehangen kon worden.

De grote naam op schoolplatengebied is de illustrator Herman Isings (1884-1977) geweest. Zijn bekendste schoolplaat is ongetwijfeld ‘De overwintering op Nova Zembla’,

Adrianus Koekoek (1873-1944) moet zeker ook genoemd worden. De tekenaar en schilder was goed voor zo’n 24 schoolplaten over de natuur.

Deze schoolplaten waren zeer geschikt voor klassikale lessen. Ze waren groot genoeg om er iedereen vanaf welke positie dan ook in het klaslokaal een blik op te gunnen. Onderwijzers konden met een stok aanwijzen waarop ze doelden of waar bepaalde plaatsen lagen. De platen werden al heel snel populair, waardoor uitgevers zich erop stortten. Rond 1900 waren er maar liefst zeven uitgevers die er brood in zagen.

De schoolplaten van vroeger zijn nu nog vaak te koop als wanddecoratie. Op de scholen zelf werkt men tegenwoordig met digiborden, waarop je vrijwel alles kunt laten zien en waarmee je ook gemakkelijk kunt inzoomen op details van een bepaald tafereel. Op zo’n bord kun je desgewenst ook de schoolplaten van vroeger tonen. Oude wijn in nieuwe zakken.

6. Het leesplankje

Het leesplankje was een methode om kinderen te leren lezen. Op zo’n plankje staan tekeningen van mensen, dieren en dingen, met de bijbehorende woorden en namen eronder. Er hoort een letterdoosje bij met losse letters, waarmee je als beginnende lezer de woorden op het plankje kunt ‘naleggen’.

Het schoolhoofd Hoogenveen was eind 19de eeuw op het idee gekomen, maar het leesplankje werd pas een succes toen in 1905 de pedagogen Jan Ligthart en Hindricus Scheepstra zich op verzoek van de uitgever mee gingen bemoeien. De afbeeldingen waren van de hand van illustrator Cornelis Jetses. Dat leidde tot het nu nog altijd bekende rijtje: aap, noot, mies, wim, zus, jet, teun, vuur, gijs, lam, kees, bok, weide, does, hok, duif, schapen. Meestal wordt het jaar 1910 als startjaar genoemd. Naast dit leesplankje werden Ligthart, Scheepstra en Jetses ook actief en zeer succesvol met hun Ot en Sien-leesboekjes.

De katholieke versie

In de tussentijd was er ook een leesplankje verschenen van de Tilburgse frater Euthymius Becker, uitgegeven door het Jongensweeshuis in Tilburg, met daarop de woorden: aap, roos, zeef, muur, voet, neus, lam, gijs, riem, muis, ei, juk, jet, wip, does, hok, bok, kous.

Dit plankje zou een vrij grote verspreiding krijgen op de katholieke scholen, maar zou uiteindelijk toch veel minder bekend worden dan het aap-noot-mies-plankje.

Er bestond vanaf 1917 zelfs nog een Indische versie van het leesplankje, met daarop de woorden: jaap, gijs, dien, zus, boe, oom, waf, vuur, rook, tol, zeil, de neus, het huis, een schip.

Op de lagere school is het leesplankje meegegaan tot ongeveer 1970. In 1967 verscheen er nog een plastic versie, met daarbij een opbergvakje voor de letters, maar dat was wel de laatste stuiptrekking van het plankje als onderwijsmiddel om de kinderen te leren lezen.


Bronvermelding: ‘De lagere school’, door Wim Daniëls, Bram Verweij, Albert Dening, ‘Een dorpsschool verdween’ door Theo Pollemans.


De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in negen delen. Waarvan de laatste vier in zwart/wit.
De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6
Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.
Van de eerste serie zijn deel 1 en 2 uitverkocht.
Van de tweede serie zijn deel 1, 2 en 3 inmiddels uitverkocht.

Afbeelding
De schoolspaarkist.
Het Zendingsbusjevan de school in Papekop.
De schoolplaat: 'De overwintering op Nova Zembla'.
Het leesplankje.
Gemeentebestuur Oudewater verhuist naar Marktstraat 8.
Gemeentebestuur Oudewater verhuist naar Marktstraat 8 4 uur geleden
Koor.
Feestelijk jubileumconcert vrouwenkoor Ludiek 5 uur geleden
Buiteneducatie, goed idee!
Expeditie waterberging Willeskop 6 uur geleden
Lentekriebels in Montfoort: Projectkoor schittert onder nieuwe leiding
Lentekriebels in Montfoort: Projectkoor schittert onder nieuwe leiding 9 uur geleden
Afbeelding
VVD, Progressief Akkoord en SGP starten coalitieonderhandelingen in Montfoort 12 uur geleden
Brommers op het plein.
Oldtimers stelen de show 13 uur geleden
Richard Beaujon bedankte de mensen die hem hadden weten te inspireren.
Touwmuseum 25 jaar en heel veel nieuws 15 uur geleden
Lekkernijen
Gezellige lentefair in Linschoten voor goed doel 23 apr, 20:00