
De Oudewaterse jaren van Herman de Man
AlgemeenDit jaar is het precies 125 jaar geleden dat Herman de Man als Salomon Hamburger in Woerden werd geboren. In zijn geboorteakte kunnen we lezen dat er ‘Op den elfden dezer maand (juli) des nachts ten een ure in de gemeente in het huis wijk B nummer negenen negentig is geboren een kind van het mannelijk geslacht, welk kind zal genaamd worden Salomon Herman Hamburger’.
Zijn ouders dreven in Woerden handel vanuit een slecht lopende winkel. Via Polsbroekerdam (1902-1906) probeerden ze hun geluk in Benschop. Op de hoek van het Dorpsplein en de Noordzijde dreven ze hun manufacturenhandel. In 1910 verhuisde het gezin naar Oudewater om in 1916 weer naar Gouda te verhuizen.
Over de ruim zes jaar dat Herman de Man (toen nog Salomon Hamburger) in Oudewater woonde, gaat deze aflevering van ff z@ppen naar de vorige eeuw.
Leeuweringerstraat
Op 22 juni 1910 betrok het Joodse gezin, dat bestond uit vader Herman , moeder Sara en drie kinderen, waarvan Salomon de jongste was, het pand Leeuweringerstraat nummer 61. Een kleine maand later vierde Sallie (roepnaam) zijn 12de verjaardag. De textiel- en manufacturenverkoop werd uitgebreid met tweedehands meubelen en antiek. Op zijn verkooptochten langs de boerderijen kocht vader Hamburger van alles op, tot aan mollen- en kattenvellen toe, om het daarna in Oudewater met winst te verkopen.
Meester Littooy
Na de zomer van 1910 bezocht Sallie de openbare school van meester Littooy in de St. Janstraat waar nu het muziekcentrum gevestigd is. Ondanks het goede contact met deze meester bakte hij er, door gebrek aan motivatie, niet veel van op school.
Sallie had het daar dan ook al snel gezien en ging met zijn andere broer Izaäk vader helpen.
De inkomsten van die jongens waren hard nodig om het hoofd boven water te houden.
En zo trok Sallie er dagelijks op uit op zoek naar koopwaar. Het waren lange vermoeiende tochten door dorpen en buurtschappen. Maar hij luisterde graag naar de verhalen die hij dan hoorde en zou daar later als schrijver uit putten. Hij zei er over: “Thuis stonden ouderwetse steekkruiwagens, waarvan één voor mij werd beladen met bonte neusdoeken, rouwdoeken, zwarte frontjes, boezeroenen en sajet. Deze waar ging ik uitventen rond Oudewater en had er slag van en schik in.”
Maar in zijn vrije tijd was hij op zoek naar andere uitdagingen. Hij ging één jaar ‘s avonds naar de tekenschool van zijn oude meester Littooy. Deze meester inspireerde hem ook te gaan lezen. Zo werd de basis gelegd voor zijn latere schrijverschap. Sallie zou Littooy daar altijd dankbaar voor blijven. In later jaren, toen hij, als Herman de Man, een gevierd schrijver was geworden, stuurde hij van elk nieuw boek een exemplaar met opdracht naar zijn vroegere meester Littooy, die met dankbaarheid aan hem terugdacht.
De Bende van Drie
Maar Sallie zat ook midden in zijn puberteit. Hij zocht uitersten op en vond die bij Willem van Vliet, de mandenmaker. Van Vliet was een echte vrijbuiter. Hij woonde op een woonboot in de Hollandse IJssel met de naam ‘Arke Liberté’ en was een lokaal gevreesd anarchist. De jonge Sallie kwam sterk onder invloed van deze man, die de gedachte ‘eigendom is diefstal’ in Oudewater en omgeving luid propageerde. Vaak konden voorbijgangers hem uitdagend uit het Mariannelied horen zingen “Want koningen en potentaten verdwijnen slechts met dynamiet.” De uiterst linkse mandenmaker zou Sally er later zelfs toe aanzetten dienstweigeraar te worden. Ook de later zeer bekende kunstschilder Henk van Leeuwen behoorde tot dit onmaatschappelijke drop-outs clubje: een mandenmaker, een schilder en scharrelaar in ongeregeld goed.
Het anarchistische clubje viel eigenlijk niet eens zo bijzonder op in Oudewater, want het stadje kende meer excentrieke inwoners. Herman de Man schreef er later in De Groene Amsterdammer over: ‘Er woont een heel leger bijzondere typen, mogelijk meer dan in onze grote steden. ‘t Zijn rare, vergroeide daggelders, kereltjes als gelittekende knotwilgen, vreemde varensgasten op het droge, brugjengelaaars met vreemde, maltentig vergroeide lichamen, gebrekkigen, leutige doordraaiers en zatlappen, grimmige nijdassen, een malende molenaar zonder molen, een apostolische anarchist, een halfbakken selfmade dominee, buitenkerkelijke godsdwepers en een ongelooflijk stel maandagmannen, geheten Klare-met-een-Klont, Kop-en-Kont, Nol de Beer, De Negenbuik en Japie.’
Met die ‘apostolische anarchist’ werd ongetwijfeld zijn vroegere vriend Willem van Vliet bedoeld.
Op eigen benen
In die anarchistische periode had Sallie zich inmiddels zakelijk losgemaakt van zijn vader en begon voor eigen rekening te handelen. Ondanks het feit dat volgens de denkbeelden van ‘De Drie’ eigendom eigenlijk een immorele toe-eigening was, slaagde Sallie erin in Oudewater en omgeving grote sommen geld te verdienen met zijn handel.
De Eerste Wereldoorlog was uitgebroken en de schaarste aan allerlei zaken dreef de prijzen en winsten sterk op.
Hij schreef er later over: ‘De simpelste dingen, die vroeger bijkans weggeworpen werden, waren plotseling brandduur. En met woeste ijver werd ik opkoper van tin, zink, lood, brons en koper. Door mijn handen zijn toen heel wat luisterrijke antieke voorwerpen gesloopt. Ik verdiende veel geld ………’
Het ging hem dus voor de wind en daardoor leidde hij in Oudewater een turbulent en ongeregeld leven. De ene dag had hij geld, de andere dag had hij schulden. De ene nacht kwam hij wel thuis, de andere niet. Dit bracht hem natuurlijk in conflict met zijn ouders. Aan de conflictsituatie kwam voorlopig een eind toen hij voor de eerste keer het ouderlijk huis in de Leeuweringerstraat verliet en aan het zwerven ging. Hij dook op in Amsterdam en dan ineens, in mei 1916 was hij weer terug in Oudewater. Maar drie maanden later verdween hij weer naar Utrecht. Sallie was in die tijd de draad van zijn leven kwijt.
Henk Povée schreef erover: ‘Het zou nog een flink aantal jaren duren eer de ontspoorde locomotief, die hij was, weer op de rails stond.’
Op 27 september 1916 kwam er een eind aan de ‘Oudewaterse periode’ van de familie Hamburger. Vader, moeder en dochter Leentje betrokken een winkel in tweedehands goederen in Gouda.
Herman de Man
Sallie bleef lang een onhandelbaar mens. Hij weigerde in dienst te gaan en kreeg een celstraf die hij in de gevangenissen van Leiden en Fort Spijkerboor uitzat.
Intussen begon hij te schrijven onder het pseudoniem Herman de Man over het land dat hij het beste kende, de Lopiker- en Krimpenerwaard en over de binnenscheepvaart in die streek. In juiste bewoordingen beschreef hij de karakteristieke sfeer van het polderland en de calvinistische bewoners die met God en zichzelf vochten.
In 1923 leerde hij Eva Maria Kalker kennen. Ze huwden op 19 maart 1924 en kregen vijf zoons en drie dochters waarvan één zoon op jonge leeftijd overleed.
Een jaar later verscheen, naar later bleek, zijn beste boek op de markt: ‘Het Wassende Water’.
In 1927 ging hij over tot het katholieke geloof en nam zijn pseudoniem Herman de Man als zijn echte naam aan.
Tijdens de oorlog kwamen zijn vrouw en vijf van zijn kinderen om het leven. Herman was een gebroken mens. Bij een vliegtuigongeluk in 1946 kwam hij om het leven en werd hij, naar zijn uitdrukkelijke wens aan zijn dochter Marietje, in Oudewater begraven.
Bronvermelding: ‘Herman de Man’ door Henk Povee, ‘Herman de Man’, door Theo Pollemans, ‘De Man achter de tralies’ door Homme Wedman in ‘Nog Niet’ nr. 4, ‘Herman de Man’, door Ge Vaartjes.
De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in zeven delen. Waarvan de laatste twee in zwart/wit. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6. Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.



















