Afbeelding
Foto: pr

Strips en striptijdschriften

Algemeen

Wout van Kouwen

Zeven jaar was ik toen ik voor het eerst kennismaakte met strips. Op 25 oktober 1952 lag er tot mijn grote vreugde en verbazing het eerste nummer van Donald Duck in onze brievenbus op de Biltstraat. Dit eerste nummer telde 24 pagina’s en was voor de ene helft in kleur en de andere helft in zwart-wit. Twee verhalen telde het nummer: Donald Duck als brandweerman en een verhaal over Wolfje. In elk Nederlands gezin werd dit eerste nummer gratis bezorgd: meer dan twee miljoen, een enorme operatie dus. Abonnees van Margriet kregen nu de kans om voor 15 cent per nummer ook wekelijks de Donald Duck te ontvangen. Ik had natuurlijk weer pech want mijn moeder had een abonnement op de Libelle. Maar dat eerste exemplaar heb ik nog lang in bezit gehad en vaak herlezen. De liefde voor strips was geboren.

Donald Duck werd een geweldig succes bij de naoorlogse jeugd. Herman van der Klis heeft er ook herinneringen aan: “Ik las de Donald Duck zo nu en dan bij één van mijn vrienden en zeurde net zo lang bij mijn moeder totdat wij zelf een abonnement kregen. Gespannen lag ik op de Oude Singel 22 bij de voordeur te wachten tot de postbode het eerste exemplaar ging bezorgen. De grootste verrassing kreeg ik echter op mijn verjaardag: Donald Duck stuurde mij hoogstpersoonlijk een verjaardagskaart. Wat was ik trots!”

Stripbladen met Amerikaanse invloeden

Zoals zoveel dingen in het leven, kwamen de strips uit de Verenigde Staten overwaaien naar Nederland. Nadat de Donald Duck (Walt Disney) door uitgeverij De Geïllustreerde Pers een geweldig succes bleek te zijn, kwam er spoedig een tweede weekblad op de markt met ook weer duidelijk Amerikaanse invloeden.

Net na de oorlog verscheen in het weekblad Panorama van uitgeverij Spaarnestad een strip met de titel Sjors van de Rebellenclub. Later zou het de titel Sjors en Sjimmie krijgen. Aangemoedigd door het succes van Donald Duck, wilde uitgeverij Spaarnestad ook wel eens een gokje wagen met een stripweekblad. Het eerste nummer verscheen in september 1954 onder de titel Sjors van de Rebellenclub. Het tijdschrift werd gedrukt op krantenpapier en maakte gebruik van rode en groene steunkleuren. Het blad was een mix van strips (o.a. Sterke Boog, Captain Joker, De Vrolijke Huzaar en Billie Turf) en spannende vervolgverhalen (o.a. De Onzichtbare Helper, De Vreemde Fotograaf en de Heldendaden van Prins Panter). Er kwamen nu ook opeens mogelijkheden voor mij, want Spaarnestad gaf ook de Katholieke Illustratie en de Libelle uit en op die weekbladen hadden wij een abonnement, dus dezelfde bladenman. Dit was mijn kans! En ik kreeg mijn zin. Het jongste jochie uit een gezin krijgt dat tenslotte wel vaker!

Ook Henk Stofberg heeft herinneringen aan dit stripweekblad: “Als jochie kwam ik eind jaren 50 bij kapper Kees Vermeij in de Wijdstaat. (plaatselijk wereldberoemd omdat hij alles van de ooievaars wist en bijhield).

Op tafel lag altijd de leesmap en daar viste ik direct de Sjors en Sjimmie van de Rebellenclub uit. Zo’n leuk blad zou nu niet de kritiek doorstaan. Ik had er de pee in als ik aan de beurt was voordat ik het had uitgelezen. Het gebeurde wel eens dat ik na mijn knipbeurt terugging om het blad uit te lezen, in de hoop dat niet een andere klant het blad al weer ingepikt had.”

Er kwamen in die jaren ‘50 en ‘60 steeds meer stripbladen op de markt. Gerard Verweij heeft fijne herinneringen aan het stripblad Arend (1955-1966). Het was de Nederlandse editie van het Engelse stripblad Eagle. Het was een opvoedkundig verantwoord jeugdblad met veel populairwetenschappelijke informatie. De belangrijkste strip was Daan Durf. Andere strips in het blad waren Lettie Droeflot, Harry Twiet en Wouter Wegenwacht.

Herman van der Klis heeft nog goede herinneringen aan Pep (1962-1975): “Het was een stripblad voor de wat oudere jeugd. Er kwam vrij veel geweld in voor, maar daar werd door pedagogisch Nederland nauwelijks over gesproken. Ik kwam daar voor het eerst in aanraking met het begrip Sciencefiction. Vooral de geweldige verhalen van Blake en Mortimer spraken tot de verbeelding. ‘Het Gele Teken’ van de Belgische auteur Edgar P. Jacobs is een ware klassieker in het genre”.

Ook heeft Herman nog herinneringen aan een ander stripblad: “In de vroege jaren ‘60 deden wij regelmatig boodschappen bij de V.I.V.O. in de Havenstraat. Als je voor een bepaald bedrag besteedde, kreeg je het stripblad Valiant cadeau. Er stonden spannende ridderverhalen in over Prins Valiant.”

In veel stripbladen werd gewerkt met tekstwolkjes (balloonstrips), maar de populairste stripverhalen uit de jaren ‘50 stonden meestal in de krant en hadden plaatjes met een tekst eronder (tekststrips). De tekenaar was in veel gevallen ook de schrijver.

Krantenstrips

Kapitein Rob, Eric de Noorman en Tom Poes worden gezien als ‘De Grote Drie’ van de Nederlandse Stripgeschiedenis.

Kapitein Rob (getekend door Pieter Kuhn en geschreven door Evert Werkman) met de enge professor Lupardi en diens aapachtige knecht. Met zijn jacht Vrijheid en zijn hond Skip raakte hij altijd weer verzeild in de meest bizarre avonturen, zoals Het Pinguineiland, waar Lupardi proeven deed met gedrilde koningspinguïns om zo een eigen geheim leger te creëren. Ook het verhaal Peer de Schuymer, waarbij Rob door een fout van een tijdmachine bij zijn eigen voorvaderen terecht kwam en slag moest leveren tegen 17de-eeuwse piraten, maakte diepe indruk op ons als jeugdige lezertjes. De strip verscheen in Het Parool.

Wat simpeler, maar ook een favoriet, was Eric de Noorman (geschreven en getekend door Hans Kresse). De strip verscheen o.a. in de Delftse krant en andere regionale kranten. Op Eric kon je bouwen. Er ging ook nooit iets echt mis met hem. De verhalen waren van hoge kwaliteit. De historische context, waarin het zich afspeelde, was altijd correct.

Tom Poes en Ollie B. Bommel, geschreven en getekend door Marten Toonder, begon in de Volkskrant en Telegraaf als een kinderstrip, maar groeide langzamerhand uit tot een strip voor volwassenen.

Ook de zeer komische strip uit de Volkskrant ‘De avonturen van Pa Pinkelman’ was geschikt voor jong én oud. De schrijver was de toen zeer bekende auteur Godfried Bomans. De strip werd getekend door Carol Voges.

Veel krantenstrips in deze tijd, zoals ‘Panda’ (1946-1991) en ‘Kappie’ (1945-1972) kwamen uit de studio van Marten Toonder.

Kick Wilstra

In het Parool stonden De avonturen van Kick Wilstra, de wondermidvoor, geschreven door Henk Sprenger. Sprenger schreef ook aan de strip ‘Piloot Storm’ die in vele landen uitgebracht werd.

De naam Kick Wilstra was een samenvoeging van drie topvoetballers uit de jaren ‘50: Kick Smit, Faas Wilkes en Abe Lenstra. De populariteit van de Kick Wilstra-strip is onder de jongens uit die jaren immens. Wie droomt er nu niet van om zo’n beroemde voetballer te worden. Onze oud-inwoner Johan Derksen, die er prat op gaat in hetzelfde jaar te zijn geboren als de Kick Wilstra-strip (1949), was ook zo’n hartstochtelijk fan. Veel van de krantenstrips werden in die tijd ook uitgegeven in kleine smalle boekjes (oblong) zodat ook kinderen die de betreffende krant niet in huis hadden, toch kennis konden nemen van de strips. Dat gebeurde ook met de strip van Kick Wilstra.

Johan Derksen over de boekjes: “Ik moest daarvoor naar de ‘sigarenboer’ want de erkende boekhandel haalde daar zijn neus voor op. De strips werden als jeugdbedervende lectuur gezien. We lazen de boekjes letterlijk en figuurlijk stuk. Ooit had ik alle achttien delen compleet. Ik zou niet weten waar ze gebleven zijn.”

Kick Wilstra viel niet alleen op door zijn scorend vermogen, maar ook door zijn sportieve spel en correcte gedrag, zowel binnen als buiten het veld. Onwillekeurig gaan je gedachten dan ook even naar de manier waarop het er nu aan toegaat op en langs de velden, met als absolute dieptepunt de bekerfinale op 30 april tussen Ajax en PSV. Spelers die totaal geen respect voor elkaar en de scheidsrechter tonen. Het was één en al frustratie, irritatie, provocatie en aanstellerij; het spatte er allemaal vanaf met opstootjes, opgefokt gedrag, duw- en vechtpartijtjes en gesimuleerde zware blessures.

Kick Wilstra was bescheiden. Hij hield er helemaal niet van in de schijnwerpers te staan. Hij was de eerste om de voetballerij te relativeren en te stellen dat er belangrijkere dingen in het leven zijn.

Al is het dan ook wel weer leuk als je in deel 3 tekeningen tegenkomt die net zo goed in 2023 gemaakt zouden kunnen zijn.

Herman van der Klis: “In de pubertijd verslonden wij ook de verhalen van De Rode Ridder, Kuifje en natuurlijk Suske en Wiske. Deze stripboeken werden gekocht bij boekhandel Kruiswijk aan de Korte Havenstraat”.

Over de stripboeken gaat de volgende aflevering. Dus ‘Wordt vervolgd’.

Bronvermelding: ‘Wat je zegt, dat ben je zelf’ door Rolf Boost, Groot gedenkboek van de jaren vijftig’, Henk Stofberg, Herman van der Klis, Wikipedia.

De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in zeven delen. Waarvan de laatste twee in zwart/wit. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6. Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Foto’s van Hans van den Hoven.
Knopenbad trapt 65-jarig jubileum af: drukte bij zonnige opening 2 uur geleden
Afbeelding
Echtpaar Anbergen 60 jaar getrouwd 5 uur geleden
Afbeelding
Stoelendans 8 uur geleden
Afbeelding
Henny van den IJssel 25 jaar bij de PLUS 21 uur geleden
Vanaf links: Michel van den Hadelkamp, Joost van Vliet, Marja Knotters, 
Jozef Wilmot Klink en Ben Pannekoek.
BMM Band woensdag 13 mei (avond voor Hemelvaart) weer in St Joseph in Montfoort! 23 uur geleden
Afbeelding
Lijst van gevonden en vermiste dieren 7 mei, 12:00
Afbeelding
Alzheimer Café Oudewater 7 mei, 09:00
Afbeelding
Deze week in Concordia 6 mei, 20:00