
Bijzondere documenten van de familie Van der Lee geschonken aan het RHC
Door: Aad Kuiper AlgemeenDe familie Van der Lee uit Apeldoorn, verre familie van de Van der Lees uit Oudewater, zocht contact met Gerard van Roon als voorzitter van de Geschiedkundige Vereniging Oudewater in verband met een aantal oude tot zeer oude documenten. Van Roon besloot contact op te nemen met de directeur van het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard, Frank van Rooijen. Deze streekarchiefdienst wilde de stukken - na ze aan een nader onderzoek te hebben onderworpen - heel graag opnemen in hun historisch archief. En zo geschiedde dat de nu in Apeldoorn woonachtige heer C.G. (Cees) van der Lee met een aantal familieleden op een woensdag, nog maar kortgeleden, aanschoof in het mooie Regionaal Historisch Centrum dat gevestigd is in Woerden, om een aantal zeer indrukwekkende documenten, van grote historische waarde, te overhandigen aan de heer Frank van Rooijen. Een moment om even bij stil te staan.
Verzameld in het RHC was, naast directeur Frank van Rooijen en archivaris Janneke van der Klis, een grote afvaardiging van de familie Van der Lee: De heer C.G., zijn echtgenote, zijn broer, hun zoon en dochter en kleinzoon.
Uiteraard waren Gerard en Gerrie van Roon, die vanaf het eerst contactmoment tot aan deze overhandiging gezamenlijk veel tijd en moeite in dit uiteindelijk resultaat hebben gestoken, ook aanwezig, maar bovendien mevr. Van Veen-Liefrink. Zij was het die de zeer oude, voor een leek bijna onleesbare documenten, in goed leesbaar Nederlands heeft herschreven; transcriberen heet dat in vaktermen.
Regionaal Historisch Centrum
Het RHC in Woerden beheert voor een aantal gemeenten en het hoogheemraadschap de archieven. Daarmee beschikt het over een schat aan informatie over het verleden. De documentatie en de vaak eeuwenoude archieven vertellen de geschiedenis van deze streek en de mensen die er leefden. Frank van Rooijen omschreef het werk van het RHC en waarom hij blij was met de documenten die hem ter hand gesteld zouden worden. Zijn verhaal is ongetwijfeld boeiend voor menig liefhebber van geschiedenis. Een opmerkelijk punt uit de inleiding van zijn verhaal was dat de (kleine) stadjes in deze buurt, Montfoort, Oudewater en Woerden niet zozeer stadsrechten hadden verkregen vanuit enig economisch belang (zoals wel het geval was met menig andere stad), maar omdat ze als een soort ‘piketpaaltjes’ dienden in de regelmatig oplaaiende strijd om het grensgebied tussen het Graafschap Holland en ‘t Sticht (Bisdom Utrecht); tussen de graaf en de bisschop.
De reden dat hij zich verheugd toonde om de documenten in ontvangst te nemen is omdat in het familiearchief ook bestuurlijke documenten terecht waren gekomen. Daarmee vormt de collectie ook een aanvulling op de overheidsarchieven, met name die van de stad Oudewater en de polder Klein-Hekendorp. Telgen uit de familie Van der Lee bekleedden hier diverse functies, zoals dat van schepen (enigszins vergelijkbaar met wat nu een wethouder is). Vermenging van archief, in dit geval van familie en stad, ligt dan voor de hand. Daarnaast was de familie Van der Lee een vooraanstaande familie met ook het nodige onroerend goed in Oudewater. Ook hierover waren de nodige archiefstukken. “Veel van wat we weten over het verleden komt uit archieven. De stukken die nu toegevoegd worden aan onze archieven en collecties vullen gaten in onze kennis!”
Plechtige overhandiging
De heer Cornelis Gijsbertus van der Lee haalt een doos naar voren waaruit hij de bijzondere documenten haalt. “Er zit een aanstelling uit 1587 bij van J.P. van der Lee als wachtmeester, maar daar staat kopie op.” Het blijkt een origineel te zijn dat bestemd was voor de genoemde J.P. van der Lee. Een lijst met namen van overlevenden van de ‘Oudewaterse Moord’ komt tevoorschijn. Van Rooijen: “Op zichzelf is deze lijst bekend en zit die ook in het stadsarchief. Bijzonder zijn de aantekeningen daarop van uitbetaling. Waarschijnlijk was een voorouder van Van der Lee belast met de uitbetaling van de uitkering aan de overlevenden van de ramp.” Een groot document uit 1565 met zegels wordt getoond. Van Rooijen: “Waar nu een handtekening gebruikt wordt waren het destijds zegels die een document officieel maakten. De zegels aan dit charter zijn waarschijnlijk van schepenen die betrokken werden bij een transactie.”
Er volgt nog een tweede pakket en een enveloppe en nog een enveloppe, bij elkaar zijn het meer dan 300 documenten. En het gaat ook nog uitgebreid - tenslotte betreft het de touwfabriek - onder andere over lijnen, want het woord touwen mocht niet gebruikt worden. C.G. van de Lee: “Ik heb lang niet beseft welke waarde dit had, maar het blijkt wel zo.” Een kopie van het schilderij van Dirck Stoop en een prent van de Grote Kerk worden ook overhandigd.
Frank van Rooijen: “We zijn bijzonder dankbaar voor dit geheel. We gaan er heel voorzichtig mee om, scannen het beeldmateriaal zodat liefhebbers de stukken gemakkelijk kunnen bestuderen. De archiefstukken worden veilig bewaard voor het nageslacht in de kluis.”
En die kluis blijkt enorm groot met wel ruim 7 km strekkende meter aan archief. De aanwezigen werd er even stil van, evenals uw verslaggever.
De touwfabriek, de familie Van der Lee en de familiedocumenten
Jan Pietersz. van der Lee (geb. circa 1545) behoorde tot wat men de gegoede burgerij van Oudewater zou kunnen noemen. Veel lijnbanen in Oudewater waren in zijn bezit. Via onder ander Heijndrick (1620-1697) en Gijsbert Heijndricksz van der Lee (1645-1694) en later Adrianus, Cornelis en Jan bleven de touwbanen in hun bezit. Nog weer later hadden Adrianus van der Lee (1721-1766) en diens zoon Cornelis van der Lee (1753-1826) ‘de touwtjes in handen’ en komen we bij Adrianus van der Lee (1787-1856) die zich fabrikant noemde, maar in feite nog een touwslager van de oude stempel was. Zijn (jongste) zoon Gijsbert (1819-1903) echter, loodste het familiebedrijf de moderne tijd in.
Het was Gijsberts oudste broer, Cornelis Gijsbert (1815- 1898), de eerste van de drie zonen die in 1818, dus op zeer jeugdige leeftijd, de eerste steen heeft gelegd van het pand aan de Biezenpoortstraat. De actie door het toen nog kleine mannetje was meer van symbolische aard. Hij was de opvolger van de familie en mocht het doen; dat hij later naar Alblasserdam zou verhuizen wist toen nog niemand. Mogelijk had de familie Van der Lee in Alblasserdam commerciële kontakten met de daar aanwezige scheepsbouwers en zeilmakers en ontstond er een relatie van Cornelis Gijsbert met Mergje, een van de dochters van Cornelis Smit, en is hij daarom verhuisd om met haar te trouwen. De jongste broer Gijsbert legde later, zoals vermeld, via zijn opvolging de basis voor de touwfabriek in Oudewater. De rest is geschiedenis.
Omdat Cornelis Gijsbert de stamhouder was, erfde hij de familiestukken die zich nu dus bevinden in het Regionaal Historisch Centrum in Woerden.

















