
Uit de Congo?
Door: Otto Beaujon AlgemeenOp mijn boodschappenlijstje staan bananen, geitenkaas en ijsjes. Voor de deur van de supermarkt staat een half rek met kleine orchideetjes met elk wel 20 wit-paars-en-gele bloemetjes, één van die vele onbenoemde Oncidiumsoorten en kruisingen uit landen als Guatemala of Nicaragua. En dat voor de onweerstaanbare prijs van 2,99. Geen geld, een schande eigenlijk: een plantje opgekweekt uit een groeipunt van een wortel, door een meisje met fijne motoriek onder een microscoop losgesneden en in een glazen bakje met gel gezet, na drie weken nog een keer overgeplant in een plastic pot met houtcompost, een paar maanden gegroeid onder kunstlicht bij de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad, in bloei gekregen, en ook nog eens een kleurig kartonnen kokertje eromheen met daar overheen een oranje sticker: NU 2,99. Teveel gekweekt voor chique bloemenboutiques in buitenlandse hoofdsteden, nu gedumpt bij onze winkelketen. Ik zoek de mooiste uit (wat heet?) en zet hem in mijn winkelmandje. Ik schaam me ook niet: meestal lukt het me aardig om orchideeën meerdere jaren achtereen in bloei te krijgen.
Mijn vriendin aan de kassa (minstens 50 jaar jonger dan ik) complimenteert me met mijn aankoop. En hoe gaat het met jou? switcht ze meteen naar de jongeman die na mij aan de beurt is. Mmm, matig zegt hij, maar wat ik jou vragen wilde (hij tegen haar): hoe gaat het met jouw grote liefde? Welke bedoel je, vraagt ze. Die uit de Congo toch, meent de jongen? Ze schatert het uit, en zegt: Ik heb een heel andere. En knipoogt naar mij.
Otto Beaujon









