Afbeelding

Vorstvrij

Algemeen

Zaterdag hing het voorjaar in de lucht. De neiging is dan groot om terstond alle zaden van de sier-erwt, de capucijners, de tuinbonen en de peultjes ter aarde te bestellen. De narcissen staan ondanks de onophoudelijke wind en storm in bloei en fier overeind, knoppen van andere bloemen zijn veelbelovend. Mijn tuindagboek, de opgeschreven ervaring van jaren, waarschuwt mij evenwel: nog niet doen! Nog niks in de koude grond stoppen, want één zonnige dag maakt nog geen lente, en de voorsprong die de kiem nu neemt, wordt door later gestarte plantjes van dezelfde soort straks ruimschoots ingelopen omdat ze dóór kunnen groeien. Ik kijk ook nieuwsgierig naar alle zaden van wilde planten die ik het afgelopen najaar heb uitgestrooid op een paar ongebruikte bouwterreinen in de stad, en hoe ze zich met de jaren zullen ontwikkelen.

Het is maar de vraag hoe het op termijn uit zal pakken met die vorstvrije winters. In streken waar de bodem jaarlijks een halve meter diep bevriest, maken zaden en vaste planten met ondergrondse delen (knollen, wortelstokken, bollen) een 'verplichte' rustperiode door, waardoor ze, zodra de dooi eenmaal een feit is, met veel meer punch de grond uit knallen dan in de gebieden waar het zelden vriest. Neem je een stek van een knotwilg langs de Linschoten mee naar Italië (als de crisis daar tenminste voorbij is voordat het blad er aan zit) dan loopt die stek daar veel trager uit als je hem langs het Lago Maggiore in de grond steekt. Ongeveer zoals een Nederlander sprint op de schaats in vergelijking met een Rus of een Japanner. Het is meer dribbelen dan vooruit schieten, en dan bedoel ik natuurlijk de wilgentak. Slecht overwinteren is op termijn zeker een probleem voor kwekers, voor de natuur en voor het landschap.

Idealen zijn er om te koesteren: toen ik als 21-jarige voor studie in Frankrijk woonde, zag ik al voor me hoe ik daar als gepensioneerde een tuin zou hebben waarin de druiven, de tomaten en de paprika's zonder tuindersglas elk jaar rijp, rond en zoet zouden worden. En zie: ik woon het grootste deel van mijn leven in Nederland, en het klimaat is naar mij toe opgeschoven, zonder de winters van daarginds weliswaar (dit jaar één keer mijn autoruit moeten krabben). Verhuizen naar een plek met een beter klimaat hoeven we dus niet meer. En zelfs niet vanwege het feit dat we hier met 17 miljoen op elkaars lip zitten. Want heel wat van die lipzitters zijn ons toch te dierbaar.

Otto Beaujon

Afbeelding
Bijzondere muziekvoorstelling in Linschoten 13 uur geleden
Afbeelding
Snertwandeling in Hekendorp 15 uur geleden
Afbeelding
Hout 23 uur geleden
Afbeelding
Onderling Sterk bestaat vijfentwintig jaar 5 feb, 19:00
Afbeelding
Taxatiemiddag in Haastrecht 5 feb, 17:00
Afbeelding
Marc C. Slootjes schrijft 'The Original Sinners' 5 feb, 14:00
Afbeelding
De Knoperij, een succesformule 4 feb, 19:00
Afbeelding
Rachel Verkaik-Stalvord over haar deelname Stem van de Waard 4 feb, 18:00