
Politici
AlgemeenIn - wanneer was het? 2012 - werd ik uitgenodigd voor een bijzondere boekpresentatie in het Nationaal Fietsmuseum in Nijmegen. Het boek dat daar ten doop gehouden zou worden was geschreven door niemand minder dan Dries van Agt (samen met zijn zoon) En het heette: ‘Samen op weg naar Alpe d’Huez’. Ik mocht daar bij zijn omdat ik voorzitter was van de landelijke vereniging van fietsenverzamelaars www.oudefiets.nl. Van de overige genodigden kende ik alleen Ed Nijpels met wie ik als tekstschrijver bij het Wereldnatuurfonds af en toe contact had.
In zijn toespraak was Van Agt al zo eerlijk geweest te bekennen dat het volgen van de wielrennerij als sportbeleving op nummer één kwam en dat het zelf beklimmen van het stalen ros hem plezier en trots bezorgde, maar dat de zinsnede ‘op weg naar’ in de titel van zijn boek daar met gepaste bescheidenheid en niet voor niets stond, enfin, de lezer zal dat begrijpen, Van Agt was een drukbezet man die minder tijd aan de training kon besteden dan hij zelf zou wensen.
Van Agt bleek geïnteresseerd in de oude gloriën en hun fietsen, en wilde de verzetten weten waarmee Jan Nolten & Co. hun stalen fietsen over de Galibier zeulden, hoeveel tandjes hun kettingbladen destijds hadden en of het waar was dat Robic drinkbussen gevuld met zand kreeg aangereikt om sneller te kunnen afdalen. Van Agt luisterde aandachtig en nam er de tijd voor. Hij zette zijn handtekening in het exemplaar van zijn boekje dat ik mee mocht nemen.
In mijn fietsboekenbestand (titel, auteur, uitgever, categorie, jaar en ISBN) schreef ik (zo lees ik nu) onder categorie: ‘ijdelheid’.
Een paar jaar geleden belde GertJan Moed (de directeur van het fietsmuseum) mij op: Dries van Agt had zijn hele eigen wielerboekencollectie aan het museum geschonken, en of ik als fietsboekenkenner langs wilde komen om samen de inhoud van de dozen door te nemen. We vonden een vijftigtal boeken en boekjes met een hoog Martin Rosgehalte (’Heldenlevens..’). Ik heb ze niet meer allemaal op mijn netvlies, maar veel van het soort waar de loopbaan van een wielrenner als een soort verheerlijking wordt opgeschreven. Ik denk dat Dries van Agt niet in zijn spaarzame vrije tijd de boekwinkels in Nijmegen en Den Haag afstruinde maar dat hij die boekjes bij gelegenheid (Sinterklaas, verjaardag) cadeau kreeg: altijd leuk om iemand iets te geven dat aansluit bij diens hobby.
Tenslotte: het was ooit Dries van Agt die tijdens de formatie (met Joop den Uyl) de verloving afbrak en met Wiegel in zee ging. Voor Omtzigt een idee om eens met Timmermans te gaan praten?
Otto Beaujon















