
Montfoortse leerlingen duiken de geschiedenis in
Door: Sjoukje Dijkstra Algemeen‘Is dit oud genoeg voor je?’
Met glimmende ogen komen ze aanrennen, een scherf in de hand, een vraag op de lippen. Hoe oud is dit? Mag ik dit houden? Op de archeologische opgraving in Montfoort verandert een berg omgeschepte aarde vrijdag even in een schatkamer, waar bovenbouwleerlingen van Montfoortse basisscholen zelf mogen zoeken naar sporen uit een ver verleden.
Tussen de sleuven, paalkuilen en grondlagen krijgen de kinderen niet alleen uitleg over wat er onder hun voeten verborgen ligt, maar mogen ze ook zelf aan de slag. Juist dat blijkt aan te slaan. Op het terrein speuren ze enthousiast door hopen aarde, op zoek naar scherven van aardewerk en andere vondsten.
Wie iets vindt, stapt ermee naar archeoloog Iris Korver van Transect, die bekijkt wat het is en uit welke tijd het vermoedelijk komt. Sommige scherven mogen de kinderen zelfs mee naar huis nemen. Wat normaal in een lesboek blijft steken, ligt hier ineens letterlijk in hun handen.
Zoeken, vragen en verwondering
Dat maakt de geschiedenis tastbaar. Kinderen komen één voor één bij Iris langs met hun vondsten. “Is dit oud genoeg voor je?”, klinkt het lachend, terwijl een scherf wordt overhandigd. Niet alles blijkt even bijzonder, maar het enthousiasme blijft.
Iris legt uit dat de diepte vaak iets zegt over de ouderdom. Hoe dieper een vondst ligt, hoe groter de kans dat die uit een oudere periode komt. Tegelijk tempert ze de verwachtingen ook. Wat spannend oogt als iets van duizenden jaren oud, blijkt in de praktijk regelmatig uit een latere tijd te stammen.
Toch zit daar juist de kracht van deze dag. Het gaat niet alleen om spectaculaire vondsten, maar om het zelf ontdekken. De kinderen ervaren hoe archeologie werkt en hoe lastig het soms is om het verleden te duiden.
Een nederzetting van duizenden jaren oud
Peter Versloot van Stichting Oud Montfoort vertelt over de betekenis van de vindplaats. Al snel wordt duidelijk dat hier meer aan de hand is dan losse sporen in de grond. De geschiedenis van deze plek reikt veel verder terug dan eerder werd gedacht.
“We zitten hier nu op twee, 2,5 duizend jaar oud. Nee, meer zelfs. 3000 jaar”, zegt hij. Even verderop wijst hij op de resten van een oude boerderijplattegrond. “Dit is gewoon een complete woning van 25 meter lang.” Volgens hem gaat het om een langwerpig huis van ongeveer acht meter breed en 25 meter diep. In het midden bevond zich vaak een vuurplaats. “Dat is een echte boerderij”, legt hij uit. Aan de ene kant woonde het gezin, aan de andere kant bevond zich het stalgedeelte.
Leven langs het water
De contouren van die bewoning worden zichtbaar in de sleuven. Paalsporen en verkleuringen laten zien waar ooit huizen en schuren stonden. Mogelijk gaat het om een kleine nederzetting van drie tot vijf huizen, waarvan er nu twee duidelijk zijn blootgelegd.
Volgens Peter is de ligging geen toeval. De nederzetting bevond zich op de oever van een oude rivier, vermoedelijk een voorloper van de IJssel. “Mensen wonen meestal langs water, maar wel hoog”, zegt hij. Juist die iets hogere ligging maakte bewoning mogelijk in een gebied dat regelmatig overstroomde. In de loop der tijd hebben afzettingen van klei en slib de sporen bedekt en bewaard.
Niet alles blijft zichtbaar
Dat de vondst bijzonder is, betekent niet dat de plek onaangeroerd blijft. Er wordt uiteindelijk gebouwd. Volgens Peter wordt gezocht naar manieren om de geschiedenis zichtbaar te houden, bijvoorbeeld in de inrichting van het gebied of met informatieborden.
Jordi Kerkhoven, die op het terrein aanwezig is, kent het werk van dichtbij. Hij loopt geregeld mee bij Transect, het bedrijf van zijn vader. Zelf houdt hij zich vooral bezig met grondboringen, maar ook deze opgraving maakt indruk. Hij benadrukt dat je nooit precies weet wat je tegenkomt. “We hebben wel gave dingen gevonden”, zegt hij over eerdere projecten van het bedrijf. Als voorbeeld noemt hij een stuk van een Romeins masker dat in Limburg werd aangetroffen en een zeldzame kokerbijl uit de ijzertijd. “Er zijn er maar zestien van in Nederland. We hebben er twee gevonden.”
De bodem als tijdlijn
Archeoloog Iris Iris vertelt hoe de bodem is opgebouwd. Van boven naar beneden gaat het van zandige klei naar zwaardere kleilagen en vervolgens naar afzettingen van een oude geul. Die lagen vormen samen een soort tijdlijn van het landschap. Die kennis helpt om te begrijpen waarom mensen zich juist hier vestigden. De combinatie van water, hogere oeverwallen en vruchtbare grond maakte het gebied geschikt voor bewoning. Voor de kinderen is die uitleg soms abstract, maar zodra ze zelf iets vinden, krijgt het betekenis. De grondlagen die ze zien, zijn ineens geen theorie meer, maar onderdeel van een verhaal waar zij zelf in staan.
Meten, tekenen en vastleggen
Een andere medewerker van Transect is bezig met het nauwkeurig intekenen van de sporen. Alles wat zichtbaar is, wordt vastgelegd voordat het weer verdwijnt. “Je moet alles op schaal doen. Schaal één op twintig”, legt zij uit. Door breedte, diepte en vorm precies te meten, ontstaat een compleet beeld van de vindplaats. Zo kunnen archeologen later reconstrueren welke sporen bij elkaar horen en hoe een gebouw eruitzag.
Dat is nodig, want de opgraving blijft niet bestaan. Zodra het onderzoek klaar is, wordt het terrein weer geëgaliseerd en begint de volgende fase. Dankzij de documentatie blijft de informatie wel bewaard voor toekomstig onderzoek.
Laag voor laag terug in de tijd
Aan de rand van het veld wordt druk gewerkt. Een Transect medewerker haalt hier laagje voor laagje grond weg, een methode die hij gekscherend vergelijkt met kaas schaven. Ondertussen beantwoordt hij vragen van de nieuwsgierige kinderen.
Wat er precies in een spoor heeft gezeten, is niet altijd direct duidelijk. “Dat laat ik liever aan de experts over om dat te interpreteren”, zegt hij. Wel weet hij waar hij op moet letten. “Aardewerk uit deze periode is vaak donker, onregelmatig en broos. Als zo’n stukje in de grond zit, voelt dat anders dan gewone aarde.”
Geschiedenis in je eigen handen
Aan het einde van de dag blijft vooral het enthousiasme van de kinderen hangen. Ze hebben gezocht, gevonden, gevraagd en geleerd. Niet vanuit een boek, maar met hun handen in de klei. De opgraving laat zien hoe dichtbij geschiedenis eigenlijk is. Onder een toekomstige woonwijk blijken sporen te liggen van mensen die hier duizenden jaren geleden leefden.
Voor even komen die werelden samen. In een scherf, een vraag en een glimlach van een kind dat iets opraapt en zich verwondert over wat er onder zijn voeten verborgen lag. Ondertussen wordt er ook een andere schat gevonden. “Kijk eens wat voor schat wij gevonden hebben”, roepen twee meiden blij, terwijl ze een klasgenoot tussen zich in meedragen. “Dat is weer een schat van heel andere orde”, lacht de juf. “In ieder geval een stuk jonger!”




















