
Gradus en Hermanus Mölders vluchtten naar … Jaarsveld
AlgemeenWanneer is iemand een nieuwe Nederlander? Er is niemand, maar dan ook werkelijk niemand in Oudewater - of waar dan ook in Nederland - van wie alle voorouders allemaal in Nederland geboren zijn. Sommigen zijn niet eens zelf in Nederland geboren, van anderen gaat het om een of beide ouders, maar velen, zelfs mensen die we als ‘echte geelbuiken’ beschouwen hoeven maar een paar generaties terug te gaan of een van de voorouders komt niet eens uit de buurt. Eerder schreven we al over Sam van der Klis, van wie een van de voorouders zo rond 1640 uit Büren in het prinsdom Paderborn vertrok wegens beschuldiging van hekserij. In Oudewater vond hij een prettig toevluchtsoord en zorgde voor nakomelingen; inmiddels veelal ‘rasechte geelbuiken’. Deze keer laten we Aad Mulder aan het woord; ook een deel van zijn wortels ligt in Duitsland, maar dan om een heel andere reden en van veel dichterbij.
Gradus en Hermanus Mölders vluchtten naar … Jaarsveld
Om de stap van de broers Gradus en Hermanus Mölders in het onbekende te begrijpen - enigszins te vergelijken met vluchtelingen van heden ten dage; let op het woord enigszins - eerst een heel klein stukje geschiedenis, want de aanleiding van hun vlucht was een oorlog, de Oostenrijkse Successieoorlog.
Een successieoorlog is een gewapend conflict over de erfopvolging van een overleden of afgezette vorst. De lijst met successieoorlogen is enorm lang en ze zijn, sinds men over geschiedenis is gaan schrijven, over werkelijk de gehele wereld terug te vinden. Die Oostenrijkse Successieoorlog was een oorlog waarin onder andere Frankrijk, Pruisen en Spanje tegen de nieuwe Oostenrijkse keizerin Maria Theresia van Oostenrijk en haar bondgenoten vochten en deze begon in 1740. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wist zich in het begin nog afzijdig te houden. Gradus en Hermanus Mölders zijn waarschijnlijk in 1741 opgeroepen als dienstplichtige; de invoering van dienstplicht was bedacht door koning Frederik Willem van Pruisen om kosten te sparen.
De vader van Gradus en Hermanus was in die jaren smid en verdiende wat bij met een jeneverstokerij. Ze woonden in Sonsbeck, niet ver van Kleef en Xanten. De oudste zoon, Willem, zou de smederij overnemen, dus was op zoek gaan naar werk nog een reden voor de beide broers om te vertrekken uit het Land van Kleef. In die tijd trokken veel seizoenswerkers uit die contreien al naar de Nederlanden; dus waarom zij niet. Wellicht zijn de broers met een Rijnboot naar het westen gegaan, of hebben eerst samen, of met anderen, door allerlei gebieden getrokken en hier en daar wat werk verricht. In ieder geval kwamen de twee broers in 1742 of ‘43 in een van de destijds armste dorpen van deze streek terecht: Jaarsveld. En, hoewel gewone arbeiders, wisten beiden met boerendochters in het huwelijk te treden en dat betekende maatschappelijke vooruitgang. Hermanus trouwde met Maria de Laat in 1743 en een jaar later Gradus met Maria’s zuster, Lijsbeth. Gradus woonde dus eerst in Jaarsveld, maar twee jaar later was hij al verhuisd naar Zevender, toen een buurtschap bij Schoonhoven, en had zijn naam veranderd in Gerrit Mulders. Hij boerde voort, en zeker niet onverdienstelijk en was zelfs een korte periode schepen; behoorlijk ingeburgerd dus.
Thomas Mulder boert in Vlist
Zijn zoon Aart nam in 1785 de boerderij in Zevender over, maar wij volgen zijn broer Thomas Mulder (de s van Mulders is inmiddels verdwenen) die met Aaltje de Vos trouwde en op die manier in Vlist terecht kwam. De boerderij waar zij woonden bestaat nog steeds: Westvlisterdijk 43. Thomas was hier niet alleen boer, maar een aantal malen schepen van Vlist en Bonrepas. Zijn zoon, Gerrit Mulder (1777-1846), was landbouwer op de boerderij naast die van zijn vader en poldermeester van de polder Vlist Westzijde. Een van Gerrits zonen, die hij kreeg met Jannigje Goedhart, was Teunis. Teunis Mulder was de een-na-jongste zoon en werd geboren in 1816 en, ‘net op tijd’, want hij was al betrekkelijk oud, was er voor hem in 1851 een huwelijk geregeld met Johanna van der Vlist.
De Mulders in Hekendorp
Hij werd er niet minder van, want hij kon van zijn zwager, Gerrit de Keijzer, die maar liefst drie boerderijen had, er een in de Hekendorpsebuurt huren, pachten. Het ging Teunis, de overgrootvader van Aad, goed, heel goed en in 1862 kon hij de boerderij kopen. Hij was naast boer ook gemeenteraadslid, ‘broedermeester van de Kevelaersche processie’ en later ‘zetter’ bij de belastingen. Aad Mulder: “En niet alleen dat hij de boerderij kocht, maar hij heeft hem ook grondig vernieuwd: ten eerste is de stal veel langer gemaakt en net zo hoog als het voorhuis. Dat kan je goed zien, want in het voorste deel vind je ongeschaafd rondhout en in het nieuwere deel geschaafd hout. In de voorgevel kwam een engelenraam. Er werd toen ook in de woonkamer een schouw met tegeltableaus gemaakt. Boven de schouw kwam een afbeelding van een boerentafereel, een boerderijtje met boerenmensen en vee in de wei en aan weerszijden afbeeldingen van ‘de opstanding’ en ‘de hemelvaart’. Een amateurdeskundige heeft vastgesteld dat elk tableau van Utrechts aardewerk uit 1862 is. Die schouw is er nog steeds.” Het ging Teunis financieel voor de wind, maar anderszins niet. De enige zoon uit zijn huwelijk, Gerrit, en diens moeder Johanna stierven kort na elkaar. De inmiddels 60-jarige trouwde toen met 33-jarige Francina Straver die na een dochter twee zoons kreeg, die beiden jong stierven. De derde, opnieuw een Gerrit, bleef in leven, maar moeder Francina overleed in het kraambed. Toen deze Gerrit, Gert, elf jaar was, overleed zijn vader Teunis op 75-jarige leeftijd. We schrijven 1891.
Oudenbosch en terug naar Hekendorp
Goede raad was uiteraard duur, maar we zien Gert jaren later - na een lange periode van afwezigheid - weer terug op de boerderij in Hekendorp. Eerst was hij ondergebracht bij familie in Vlist, terwijl ondertussen neef Cornelis Mulder met zijn vrouw, Cornelia de Lange, en later een zoon van die twee, de boerderij draaiende hield. Op zijn veertiende werd de jonge Gert naar de chique kostschool ‘Institut Saint Louis’ in Oudenbosch gestuurd. Hierna werkte hij als boerenknecht in Hekendorp, met tussentijdse verblijfsperioden bij familie in Amsterdam. In zijn tijd als knecht bij Cornelis Hoogenboom leerde hij veel, zodat, toen het verhuurcontract van zijn ouderlijke boerderij (inmiddels aan het echtpaar Verhoef-Streng) afliep, hij direct met Mijntje de Wit - met wie hij in 1095 trouwde - in Hekendorp kon gaan boeren. Al bleef altijd wel duidelijk dat hij op de kostschool toch met heel wat anders in contact gekomen was dan de meeste van zijn plaatsgenoten: lezen, muziek, wijn, …
In de loop der jaren was er trouwens ook al heel wat veranderd in de polder. Veelal kwam het fenomeen stoom voor in de nieuwe ontwikkelingen: stoomgemalen, stoomtram, stoomwasserij, stoommachines (Van der Lee) en, even buiten het zicht, de stoomschepen. En terwijl juist de hennep was verdwenen uit de polder, werd geleidelijk aan kaas steeds belangrijker.
Arie Mulder, de laatste boer
Naast (heel) veel andere kinderen werd uit het huwelijk van Gert en Mijntje in 1909 zoon Arie geboren die de boerderij later zou overnemen en de laatste zou blijken die hier een boerenbedrijf zou runnen. Hij trouwde, in verband met onder andere de mobilisatie, op een wat oudere leeftijd (35 jaar) met Marie Vendrig. Zij kregen na de eerstgeboren Aad en Gert, nog een zestal kinderen. Het boerenbedrijf werd heel goed voortgezet, maar … Arie was terughoudend als het om moderniseren ging. Daarom ging Aad, na veel bijklussen en jarenlange twijfel, in 1967, naar de politieschool. En toen begon ook langzamerhand de ontmanteling van het boerenbedrijf.
“Zo zijn in ‘69 de koeien weggedaan en is het grootste deel van het land verkocht. Alleen het huisperceel, het land achter de boerderij werd aangehouden. Daarop werden in de zomer pinken geweid, ‘maar er was altijd wat’: dan weer te nat, dan weer te droog. Maar de fokzeugen moesten blijven. Mijn vader was een fervent biggenfokker en had dan ook de titel ‘biggenkoning van Hekendorp’.”
“Na een aantal jaren wilden ze, vooral mijn moeder, in de stad gaan wonen. In 1976 verhuisde de laatste boer, vader Arie Mulder, met zijn vrouw van de boerderij naar een rijtjeshuis in Oudewater. “Maar, zeker in het begin, ging hij nog elke dag naar Hekendorp om voor de varkens te zorgen.”
Camping De Mulderije
Omdat Aad Mulder als politieman bij een specialistische afdeling werkte, de technische recherche, was hij niet gebonden aan het wonen in een standplaats. Hierdoor was het mogelijk dat hij samen met zijn vrouw Truus de boerderij kon overnemen. “In de koopakte staat dat er ‘een bouwmanswoning met aanhorende gebouwen en getimmerte’ werd gekocht. Een boer werd vroeger in officiële stukken een ‘bouwman’ genoemd.” Er moest veel opgeknapt worden, want er was veel achterstallig onderhoud, en, omdat Aad Mulder een fulltimebaan had, zijn daar jaren overheen gegaan. Daarnaast zag Aad ook wel brood in ‘kamperen bij de boer’. Aad Mulder: “Mijn schoonvader was boomkweker en we hebben bijvoorbeeld elzen, wilgen en meidoorns geplant; later toiletten en douches gemaakt in de schuur. En je moet echt heel wat regelen voordat je een camping mag beginnen. In 1984 verschenen de eerste gasten. Mijn vader schudde in het begin zijn hoofd, maar zag op een gegeven moment een mooi resultaat en vond het eigenlijk wel heel leuk als ie met gasten kon praten. Hij is nog heel lang gekomen voor zijn groentetuintje, dat hij hier nog had. Hoewel dat steeds een beetje kleiner werd.”
Als vijfde generatie Mulders op de boerderij die inmiddels de naam De Mulderije had gekregen, kent deze plek dus een rijke historie. Waar voorheen een boerenbedrijf met melkvee en varkens gerund werd, staat nu dus sinds de tachtiger jaren een kleinschalige camping. In 2012 nam Armin, zoon van Aad, het roer over van, wat toen heette, boerderijcamping De Mulderije. Vanaf 2019 heeft de camping een nieuwe uitstraling gekregen met de introductie van verschillende logiesfaciliteiten en een gezellig eetlokaal. Vanaf 2020 heeft de camping een nieuwe naam … bij Groen Geluk. Dit zou Gradus Mölders uit Sonsbeck, zo’n acht generaties terug, nooit hebben kunnen bevroeden.
En wie nu het vervolg van verhaal van Gradus’ broer Hermanus, Herman, gemist heeft. Dat kan kloppen, want deze had minder goed geboerd en is na de dood van zijn vrouw weer teruggekeerd naar Duistland, maar … ze hadden wel kinderen, en nazaten daarvan wonen nog steeds in deze contreien. En wie dus een ‘Mulder’ tegenkomt …, dat zou wel eens een nazaat van Gradus of Hermanus kunnen zijn.
Na het overlijden van Teunis Mulder moest de nalatenschap geregeld worden. Er werd niet alleen geld opzij gezet voor de jonge Gert en zijn iets oudere zus Johanna, maar ook voor anderen werd een uit te keren bedrag vastgesteld. Bijzonder opmerkelijk hierbij is dat o.a. Johannes Rietveld, die als knecht genoemd werd, een van de personeelsleden was die nog geld kreeg. En laat die Johannes Rietveld nu toevallig de grootvader geweest zijn van Truus Mulder-Rietveld, de vrouw van Aad Mulder.
Wie dit een mooi verhaal vond zou eens op zoek moeten gaan naar het boek Boer Mulder van Roel Mulder. Aad Mulder kan het mooi vertellen, maar Roel Mulder, een neef van Aad en historicus, heeft niet alleen de familiekroniek nog veel uitgebreider beschreven, maar ook veel meer ontwikkelingen in de polder … en daarbuiten op papier gezet. Het is een lezenswaardig boek geworden.
Aad Kuiper
















