Aad Kuiper

Wie Oh, die: Bernhard de Wit

Wij wilden graag een interview met Bernhard de Wit om dit te plaatsen in de nieuwe rubriek Forever Young, maar (de zelfs nog ingekorte versie) van zijn verhalen bleek zo uitgebreid dat ze beter elders pasten. Al met al wel werd het wel een heel boeiend verhaal van een rasechte geelbuik. Een man die veel gedaan heeft, zowel in zijn werk als in zijn spaarzame vrije tijd en, ondanks zijn leeftijd, nog steeds veel doet en zelfs nog niet aan echt ophouden denkt, alhoewel hij het wel rustiger aan gaat doen.

Bernhard de Wit (75 jaar)

Op de staat van dienst van Bernhard de Wit, onder meer bekend als directeur van de touwfabriek, zijn bijzonder veel en uiteenlopende activiteiten te vinden en hij vertelt er nog eens boeiend over ook. Hoewel hij ongetwijfeld een behoorlijk partijtje meeblaast als het om een organisatie gaat, getuigt hij anderzijds van een duidelijke bescheidenheid, want hij geeft mensen de ruimte om op hun eigen wijze te doen wat afgesproken is. Overigens gaat dit verhaal meer over de boeiende geschiedenis van De Wit dan over zijn huidige activiteiten, maar wel is hij, hoewel hij aan het afbouwen is, nog steeds bijzonder actief.

Emigreren naar Canada of een melkwijk

Bernhard de Wit is een rasechte geelbuik: geboren en getogen in Oudewater, en hij heeft zelfs geen tijdelijk uitstapje naar elders gemaakt. "Er was een klein poortje", vertelt hij over de periode dat hij een jaar of zes was in de jaren '50, "in de Leeuweringerstraat en daarachter lag de stadsboerderij van mijn vader. Daar ben ik geboren, in de 'oliemolen'. Het was een kleinschalige stadsboerderij die heel bewerkelijk was, want de koeien stonden in de Hekendorpse Buurt. Twee broers van mijn vader waren al naar Canada geëmigreerd en dat zouden wij, met een gezin van acht kinderen, ook gaan doen. De stadsboerderij werd verkocht en alles was geregeld. We stonden bijna op het punt te vertrekken, maar toen bleek melkboer Streng er plots mee te stoppen, want die ging naar … Canada. En mijn vader kon die melkwijk - Oudewater was toen wat betreft de melkboeren in wijken verdeeld - overnemen. En na ampel overleg deed hij dat; dus Canada werd het niet.

Omdat we geen huis meer hadden, hebben we, totdat de familie Streng daadwerkelijk vertrok, daar in de schuur geslapen met het hele gezin. We zijn in dat huis blijven wonen, Leeuweringerstraat 24. (Later is daar supermarkt De Golff gekomen en nu is daar Since04 gevestigd, red.) De andere melkboeren hadden al besloten dat zíj´ de klanten in die wijk zouden gaan bedienen, dus werd die overname mijn vader niet in dank afgenomen. En omdat religie nog een heel grote rol speelde ontstond er een soort 'melkboerenoorlog'. Gelukkig is die na enige tijd weer uitgedoofd en runde mijn moeder de bijbehorende kaaswinkel, alsof ze ervoor in de wieg gelegd was, en zorgde mijn vader voor de klanten die hem graag als melkboer hadden. Later ging hij ook nog 'melkmonsters' bij boeren nemen. Mijn broer Jaap heeft de melkwijk van hem overgenomen. Zelf was ik toen net van de middelbare school af en was thuis wat aan het helpen, zonder dat ik wist wat ik zou gaan doen."

Touwfabriek G. van der Lee

"Janna Benschop was dienstbode bij de familie Van der Lee, die destijds op de Kromme haven woonde - vader Gijs van der Lee was toen eigenaar van de touwfabriek. Ze was een dienstbode zoals we die uit Swiebertje kennen; ze was intern en runde het hele huishouden. Zo kwam ze ook, als ze boodschappen deed, bij mijn moeder in de kaaswinkel. Mijn moeder vroeg toen of zij niet eens voor zou kunnen stellen dat ik op de touwfabriek zou gaan werken. En dat heeft ertoe geleid dat ik daar kwam, de volgende dag al, bij mijnheer De Bruin; ik mocht beginnen om het archief eens op te ruimen." Hoewel Bernhard de Wit, na flink veel avondstudies, er wel eens over dacht elders wat anders te gaan doen, volgden er allerlei toevallige omstandigheden en verwikkelingen waardoor dat er nooit van gekomen is: het overnemen van de fabriek door de heer Berend Willem van der Lee, de ingewikkelde samenwerking met de firma De Haan in Dordrecht met een lastig gevolg, Jochem Knol die directeur van de Touwfabriek werd (ja, ja, de vader van Wim en Kees Knol), maar korte tijd later overleed. En toen ben ik er in 1984, 1985 leiding gaan geven."

Een geluk bij een ongeluk

"Door al die verwikkelingen misten we op de Touwfabriek in de jaren '80 de omslag naar de synthetische vezels. Andere bedrijven die touw produceerden gingen wel over op die nieuwe vezels. Maar deze werden ook in lagelonenlanden gefabriceerd en dus werden ze al gauw daarvandaan geïmporteerd, want dat was natuurlijk stukken goedkoper. De andere touwfabrieken konden daar niet tegen opboksen en moesten hun deuren sluiten. Maar omdat wij nog traditioneel touw op een traditionele manier maakten, hebben we het toen gelukkig gered. Een geluk dus bij een ongeluk. Wij zijn ons vooral gaan specialiseren in nicheproducten. En zo konden we het nog jaren volhouden."

"We hebben in die tijd ook een verkooppunt in Amsterdam opgezet en rond die tijd is Touwfabriek G. van der Lee een holding geworden met uiteindelijk een viertal werkmaatschappijen, waaronder ook het belangrijke bedrijf Roskam in Amsterdam, maar ook de bv van waaruit de nieuwe wijk 'De Oude Touwfabriek' is ontstaan. Nog weer later zijn bijna al die maatschappijen weer ontbonden en verkocht. De Touwfabriek zelf kwam in handen van de Hendrik Veder Groep die er een soort handelsmaatschappij van maakte. En ja, de boel wordt hier per 1 mei opgeheven; het is niet anders. Maar zelf heb ik eerlijk gezegd nooit afscheid genomen, want ik speel nog steeds een rol bij 'De Oude Touwfabriek', dus officieel werk ik nog."

Primeur: er blijft een stukje touwfabriek bestaan

"De lijnbaan moet trouwens blijven staan, want dat is een rijksmonument. Claudia en Alvin maken daar al jaren kabelaring (de kabelaring die hier wordt bedoeld is een decoratieve stootrand die meestal rond een gehele boot loopt, als een eindeloos touw en moet dan ook op maat gemaakt worden. Vaak wordt die kabelaring ook voorzien van een opgebreide leguaan of Turkse knoop, red.) en zijwillen dat als klein zelfstandig bedrijfje graag blijven doen in de 'kop' van die lijnbaan. Dat gaat ze vast lukken, want het zijn vakkundige en harde werkers."

Uiteenlopende nevenactiviteiten

Bernhard de Wit heeft veel te vertellen. Veel van wat hij zei staat hier in een paar woorden, maar hij vertelde veel uitgebreider over bijvoorbeeld zijn nevenactiviteiten in het kerkbestuur, het jeugdwerk van de kerk, voorzitter van S'59 en heel enthousiast over de ouessantschapen, waar we wel wat langer stil bij blijven staan. Toen het werk wel heel veel inspanning van De Wit vroeg, wilde hij een dag per week iets anders doen en kwam toevallig in aanraking met ouessantschapen. Het ouessantschaap blijkt genoemd naar het eiland Ouessant voor de kust van Bretagne. Door het barre klimaat en de schrale gronden is het ouessantschaap een van de kleinste schapenrassen ter wereld. Dit typische schapenras dreigde uit te steven, maar werd zowel in Frankrijk als ook in o.a. Nederland door een aantal enthousiastelingen behouden. Een jaar of twaalf is hij actief geweest met de introductie van dat schaap in Nederland en inmiddels is er hier een bloeiende fokvereniging met zo'n 400 leden met enkele duizenden ouessantschapen. Het schapenavontuur liep na ruim tien jaar ten einde toen een kleindochter van De Wit een 'paardenmeisje' werd. Betreffende kleindochter is van 'paardenmeisje' uitgegroeid tot onder meer trainster en in de schuren en op het stukje land achter het huis van de familie De Wit gingen paarden (de Appaloosa, een klein paardenras uit de Verenigde Staten) een grote rol spelen. De vrouw van Bernhard de Wit ging paardrijden in de er bijna tegenoverliggende manege. Toen er enkele jaren geleden sprake was van een bestuurscrisis bij de IJsselruiters, stapte Bernhard de Wit in: "Het was allemaal heftiger dan ik gedacht had. In de afgelopen vijf jaar heb ik veel moeten doen en niet alleen met een klein aantal bestuursleden de manege runnen, maar ook bijvoorbeeld het terrein aanvegen. Het loopt allemaal gelukkig wel weer goed, maar ik ben hier nu aan het afbouwen. Ik ben nu 75 en ga het wat rustiger aan doen, maar ik wil nog wel wat blijven doen.”

STRO/TIP

Tussendoor heeft De Wit samen met anderen de plek waar toeristen met hun vragen terecht kunnen van een ondergang gered: "Het ging niet goed met het VVV hier in Oudewater en in de omgeving, vooral op financieel gebied. Mijn vrouw was vrijwilliger op het VVV-kantoor hier en daar kwam ik Jacques Zanen tegen en samen met Frank van Dorst besloten we een werkend alternatief te verzinnen. Ze wilden er bij het VVV destijds niets van weten, maar korte tijd later ging het VVV failliet. Wij hadden ons plan al klaarliggen met een financieel plaatje erbij. Wij konden alles regelen voor de helft van wat de VVV jaarlijks kreeg. De gemeente ging akkoord en we konden eigenlijk gelijk doorstarten. Het VVV-kantoor ging Toeristisch Informatie Punt heten, TIP. Stichting Toerisme en Recreatie Oudewater, kortweg STRO, waar we met zijn drieën het bestuur van vormden, was overkoepelend, want we hebben ook Oudewater.net in het leven geroepen om als spreekbuis van TIP naar toeristen én Oudewaternaren te fungeren. En nog weer later is ook de Grachtenvaart met de Geelbuik onderdeel geworden van STRO. Zo kunnen toeristen en Oudewaternaren dat beleven wat ze de moeite waard vinden." Later bleek dat De Wit ook aan de wieg stond van de Recreatiekrant.

"En wat, vind ik, dat het leven de moeite waard maakt?

Tja. Ik wil graag zo lang en zo goed mogelijk blijven functioneren voor mijn vrouw Alie, voor mijn familie en voor iedereen die me lief is. Maar als het even kan wil ik ook nog graag wat voor de maatschappij blijven doen. Aan de ene kant wil ik graag mijn kennis en ervaring gebruiken voor die samenleving, maar ik moet me niet meer ergens mee gaan bemoeien, want, als ik dat doe, ga ik toch weer actief meehelpen - ik ken mezelf wel een beetje - en dat wil ik niet. Ik houd het in het vervolg dus maar simpel bij ritjes op de buurtbus maken; dat lijkt me wel wat."

Meer berichten