
Sinterklaas ook veilig aangekomen in Linschoten
AlgemeenZe kwamen op een klein bootje binnenvaren in Linschoten, maar dat mocht de pret niet drukken. Pepernoten en strooigoed vlogen aan alle kanten om de oren van de mensen, die in drommen langs de 5 Decemberkade stonden om het goed te kunnen zien. De kleintjes vooraan, met hun pietenmutsjes en Sinterklaasmijters, een vrolijk gezicht. Glunderend staken ze de bemachtigde pepernoten in hun mond.
Waar het een weekend eerder nog buitengewoon warm was voor november, was nu - met Sinterklaas - ook de winterkou ingetreden. De kinderen en mensen waren dan ook goed ingepakt, met sjaals en handschoenen, stonden ze de goedheiligman op te wachten. Muziekvereniging Linfano verzorgde de muzikale omlijsting met veel Sintliedjes en meezingers. De bekende liedjes galmden door het centrum van Linschoten: ‘Zie ginds komt de stoomboot’ en veel meer. Dat er zoveel mensen op af kwamen na twee jaar niet te hebben kunnen genieten van de Sint, dat verbaasde niemand. Het werd dubbel en dwars ingehaald.
Welkom
Burgemeester Petra van Hartskamp stond samen met Hans Bakker en heel veel vrolijke kinderen en ouders klaar om de Sint en zijn Pieten welkom te heten! Er waren warme woorden, ook als dank voor de organisatie. Dat de goedheiligman hier al die tijd zijn intocht heeft op deze manier, heeft hij in eerste instantie te danken aan alle aanwezigen, zei hij: “U maakt het mogelijk.” Naast pepernoten kregen de kinderen ook nog hier en daar een high five en een handje van Sinterklaas en Piet, waarna het tijd was om naar De Vaart te gaan voor vervolg van het feest. Sinterklaas en zijn pieten werden in stijl gebracht. Niet op zijn paard maar in een oude brandweerauto. In een grote optocht vertrokken de kinderen en hun ouders, die allemaal in goede sfeer genoten van het feest. “Wat is het toch fijn weer! Zo hoort het gewoon te zijn”, vond een moeder. “Mama, dat is toch een vrouwenpiet?”, wees haar kind naar een mooie uitgedoste Piet. Moeder knikte glimlachtend. “Ja zeker! Wat ziet ze er mooi uit hé?”
Sjoukje Dijkstra




















