<p pstyle="BODY">In de jaren &#39;60 opende Gert Nederend naast zijn zaak een cafetaria dat hij de naam &#39;Arminius&#39; gaf. Op de foto is rechts de jukebox goed te zien. De &#39;Eenarmige bandiet&#39; die ook veel aantrekkingskracht had, is op deze foto nog niet aanwezig.</p>

In de jaren '60 opende Gert Nederend naast zijn zaak een cafetaria dat hij de naam 'Arminius' gaf. Op de foto is rechts de jukebox goed te zien. De 'Eenarmige bandiet' die ook veel aantrekkingskracht had, is op deze foto nog niet aanwezig.

(pr)

Het onbekommerde meisjesleven (deel 3)

We nemen u weer verder mee met het verhaal over de onbekommerde meisjesjaren van Tilly, Bets en Geertje Vermeij.

Rodezand

Op het Rodezand waar wij allemaal woonden, bevonden zich nog heel wat winkeltjes. Zo waren er twee kruidenierswinkeltjes; die van Van 't Riet, waar vrouw Van 't Riet met een grote pollepel stroop schepte uit een pot en we bij buurvrouw Verkleij een puntzak met suiker of zout haalden. Er was een aardappelboer De Graaf, een kolenboer Kuik, de smederij van Derks en de firma Spek die allerlei huishoudelijke spullen verkocht, maar waar je ook terecht kon voor een zakje spijkers, gereedschap of servies.
Helemaal aan het einde was de kroeg van Tante Pietje waar we bij verjaardagen van onze vader of moeder een of 2 maatjes citroen jenever haalden. Het mooiste vonden wij natuurlijk, toen er een patatzaak kwam van Gert (Nederend) de Poep!!

Het Jaagpad langs de IJssel

In de grote vakantie brachten we onze dagen door op het Jaagpad langs de IJssel. Onze moeders gaven ons brood en limonade mee, maar ook werden ons jongere broertje en zusje meegegeven en werden we geacht daar goed op te passen. Ook werden allerlei kleden en stokken op de zogenaamde 'kros' (een houten bak op een oud kinderwagen onderstel) geladen en zo togen we als 8/9 jarigen naar het Jaagpad.
Daar bouwden we hutten in bomen, joegen de boer over de kling door over zijn land te banjeren en een enkele keer beloerden we een verliefd stelletje dat in het hoge gras lag. Ook besloten we op een keer ons jongste zusje (5 jaar) te leren zwemmen in de IJssel waar toen geregeld kadavers van varkens en oude matrassen in dreven. We lieten haar vieren aan een touw. Best afgelopen met die jongste zus van ons.
Ook kozen we ervoor om op zondagavond i.p.v. naar het Lof naar het Papenhoef te gaan om daar dammetje te springen. Dan sprong je vanaf de kant achter het weeghuisje op de zelfgebouwde dam in het water. Natuurlijk ging dat mis en kwamen we met een modderige zondagse jurk thuis. Toen waren de rapen gaar!!!

Vakantiewerk in het ziekenhuis

Vakanties zoals de tegenwoordige jeugd die nu beleeft, was toen onvoorstelbaar voor ons. In de meeste vakanties kwamen we niet buiten de stadsgrens.
Zes weken vakantie met 5 kinderen thuis was een opgave voor onze moeder.
Voor ons als 13- en 14 jarigen werd een 'nuttige' vakantiebesteding gezocht in het ziekenhuis in Oudewater.

Het ziekenhuis ofwel de 'Sint Jacob-Stichting'

Oudewater is van oudsher een parochie die door de paters Franciscanen werd bediend. Een van hen was pater Gillesen, die kapelaan was bij de parochie in Oudewater. Hij nam in 1925 het initiatief om in ons stadje met wijkverpleging te beginnen. Jacobus Gillesen wist enkele zusters naar Oudewater te halen die in een huisje naast de kerk gingen wonen. Deze nonnen waren van de katholieke zustercongregatie uit Heerlen: 'de Kleine Zusters van St. Jozef' uit Heerlen. 'Kleine' heeft hier de betekenis van 'bescheiden'. Wie lid wilde worden van de wijkverpleging, moest drie gulden per jaar betalen. Vanaf het begin bleek er volop belangstelling voor deze vorm van ziekenzorg en men kwam al gauw met het plan om een ziekenhuis te stichten. Om aan de nodige geldmiddelen te komen, werd niet alleen in de kerk gecollecteerd, maar werd ook een huis-aan-huis inzamelingsactie gehouden in heel de gemeente. Het enthousiasme was groot en iedereen droeg dan ook naar vermogen bij. Al op 15 februari 1927 kon het pand in de Kapellestraat geopend worden. De naam 'Sint Jacob' was gekozen naar de voornaam van de stichter: pater Jacobus Gillesen.

Daar in het ziekenhuis konden de nonnen wel 2 à 3 weken hulpjes zoals ons gebruiken.
De één werd ingezet op de kraamafdeling bij Zr. Elisa om elke morgen te helpen bij het schoonmaken van de kamers; kastjes soppen om tot slot op je knieën onder de bedden met een natte dweil de stofvlokken van de vloer te verwijderen. We gruwen nog steeds van dweilen met haren en stof er aan!!
Na de middag moest er eentje naar het laboratorium in het souterrain. Daar werd zij op een verhoging voor het aanrecht gezet en moesten alle buisjes en pipetjes, met nog resten van bloed er in, afgespoeld worden onder de kraan.
De andere moest in de keuken helpen; daar heeft zij een trauma voor wespen opgelopen! Voor de openstaande ramen werden de sinaasappels geperst voor de patiënten. Je zult wel begrijpen dat daar in de zomer veel wespen op af kwamen. Maar de dienstdoende non zag er streng op toe dat de ramen niet gesloten werden; dus dat was elke dag een verschrikking!
Die 2 weken duurden in onze beleving veel te lang en gelukkig was dit voor ons eens en nooit meer!

Volgende keer het laatste deel van de meisjes Vermeij.


Bronnen: Tilly, Bets en Geertje Vermeij, Gezondheidszorg toen, jaarboek 1996 GVO'.


De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in vier delen. Daarbij is gebruik gemaakt van extra materiaal als aanvulling. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor e 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6. Eind 2020 is 'ff z@ppen deel 5' op de markt gekomen. Onder de titel 'Oudewater 1940-1945' staat dit deel geheel in het teken van de Tweede Wereldoorlog.

Wout van Kouwen

Meer berichten