
Twee minuten stilte, en verder niets
Door: Sjoukje Dijkstra AlgemeenEr zijn momenten in een land die onaantastbaar horen te zijn. Momenten die niet van ons persoonlijk zijn, maar van ons allemaal. De Dodenherdenking op 4 mei is zo’n moment. Twee minuten stilte, één keer per jaar. Meer wordt er niet gevraagd.
En toch lijkt zelfs dát steeds moeilijker te worden.
Want wat herdenken we eigenlijk? We herdenken niet zomaar een oorlog, niet zomaar slachtoffers. We herdenken een van de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis. De systematische vervolging en vernietiging van miljoenen Joden. Mensen die werden weggevoerd, ontmenselijkt en vermoord, vaak met medeweten of zelfs medewerking van anderen. Ook hier, in Nederland.
Dat besef vraagt om stilte. Om eerbied. Om terughoudendheid.
Maar juist dat lijkt te vervagen.
We leven in een tijd waarin alles onderwerp van debat is, alles een podium krijgt, alles wordt gebruikt om een punt te maken. Zelfs de Dodenherdenking ontkomt daar niet meer aan. Activisten die hun boodschap willen laten horen. Groepen die menen dat hun zaak zó urgent is dat zelfs dit moment daarvoor moet wijken. Alsof niets meer heilig is.
En dan dat beeld, vlak voor de herdenking: een beklad monument op de Dam. Niet zomaar een plek, maar hét symbool van nationale herinnering. Het is meer dan vandalisme. Het is een teken van vervreemding van wat daar herdacht wordt.
Tegelijkertijd groeit iets anders, iets wat misschien nog zorgwekkender is. Antisemitisme. Joodse mensen die zich opnieuw onveilig voelen in Nederland. Niet vanwege wat zij zelf doen, maar vanwege wat er elders in de wereld gebeurt. Omdat ze worden aangesproken op Israël, aangekeken, bedreigd, soms zelfs aangevallen.
Alsof we niets geleerd hebben.
Alsof de geschiedenis niet meer wordt gekend, of erger nog, niet meer wordt gevoeld.
De Dodenherdenking is er juist om dat te voorkomen. Om te blijven herinneren waar haat, uitsluiting en onverschilligheid toe kunnen leiden. Om te beseffen hoe kwetsbaar vrijheid is. En hoe snel het kan kantelen als we niet oppassen.
Wie de geschiedenis niet kent, is geneigd haar te herhalen. Die waarschuwing klinkt vaak als een cliché. Maar kijk om je heen, en het krijgt weer gewicht.
Misschien is dat wel het meest pijnlijke. Dat we niet alleen worstelen om stil te zijn, maar ook om te begrijpen waarom die stilte nodig is.
“Het is maar twee minuten per jaar.”
Meer niet. Geen debat, geen protest, geen statement. Alleen stilte.
Als zelfs dat te veel gevraagd is, moeten we ons serieus afvragen wat er nog over is van onze gezamenlijke herinnering. En misschien nog wel belangrijker: van onze bereidheid om daarvan te leren.
Sjoukje Dijkstra















