
Oekraïense vrouwen in Montfoort leven al jaren tussen twee werelden
Door: Sjoukje Dijkstra Algemeen‘We dragen de oorlog overal met ons mee’
Vier jaar nadat de oorlog in Oekraïne losbarstte, proberen ook in de gemeente Montfoort gevluchte Oekraïners hun leven zo goed mogelijk voort te zetten. Momenteel verblijven er ongeveer 93 Oekraïners in de gemeente. Sommigen wonen hier al sinds de eerste maanden van de oorlog. Ze werken, helpen anderen, bouwen aan een tijdelijk bestaan en leven ondertussen dag in dag uit met zorgen om familie, huis en vaderland. Voor De IJsselbode vertellen Lyuba Petruk en Alla Syroid, beiden woonachtig in Montfoort, hoe het is om na al die tijd tussen twee werelden te leven. Veilig in Nederland, maar met hun hart nog altijd in Oekraïne. “Je leeft verder, maar de oorlog in je hoofd gaat nooit weg.”
Lyuba is inmiddels vier jaar in Nederland, Alla twee jaar. Het gesprek verloopt grotendeels via Lyuba, die ook vertaalt voor Alla, die ondertussen ook al een aardig woordje Nederlands spreekt. Alleen net niet genoeg voor dit interview. Wat meteen opvalt, is hun openheid, hun dankbaarheid en tegelijk ook de zwaarte die onder alles ligt. Want hoe vriendelijk en behulpzaam de omgeving ook is, het leven als ontheemde blijft een bestaan vol gemis, spanning en onzekerheid.
Voor Alla was de komst naar Nederland in de eerste plaats ingegeven door haar dochter Maria, die extra zorg nodig heeft. Haar man bleef in Oekraïne, samen met hun zoons, die beiden nog studeren. Dat maakt de situatie zwaar. “Kinderen blijven kinderen voor ouders”, zegt Lyuba, als ze uitlegt waarom Alla’s man ervoor koos niet naar Nederland te komen. “De zoons mogen dan volwassen zijn, maar de dreiging van de oorlog is nooit ver weg. Het zou gevaarlijk zijn ze nu alleen te laten.” De gedachte dat zij op enig moment misschien ook naar het front zouden moeten, drukt zwaar op het gezin, zo laat Alla blijken. “Alleen de gedachte al is teveel. Als erover nadenk, komen de tranen”, zegt ze zichtbaar geëmotioneerd.
Ook Lyuba draagt haar eigen zorgen met zich mee. Toch spreekt uit haar woorden geen bitterheid, eerder een opmerkelijke nuchterheid. Ze is kortgeleden nog terug geweest naar Oekraïne, om familie te zien, medische zaken te regelen en simpelweg weer even thuis te zijn. “Mijn huis, mijn straat, mijn dorp, mijn vrienden, mijn kerk, mijn familie, mijn hond. Mijn kleine appartement. Het is mijn plek. De lucht, de geur, alles is anders. Het ruikt als thuis.”
Tegelijkertijd was het er allesbehalve veilig. Lyuba vertelt over nachten waarin drones hoorbaar overkomen, over black-outs en het leven met voortdurende dreiging. “Bij ons loopt als het ware een snelweg voor drones”, zegt ze. “Zoals je een snelweg hebt voor auto’s, zo hebben wij daar een route waar drones en raketten langskomen.” In grote steden is het gevaar nog groter, vertelt ze, maar ook in dorpen is de oorlog voortdurend voelbaar. “Als je in die situatie zit, wat kun je dan doen? Niets. Alleen zorgen dat je relatie met God goed is en er klaar voor zijn om Hem te ontmoeten.”
Veilig, maar nooit echt los
Dat geloof speelt in hun verhaal een grote rol. Beide vrouwen zijn christen en putten daar zichtbaar kracht uit. Niet in de zin dat daarmee alle vragen verdwijnen, maar wel als houvast in een ontwrichte werkelijkheid. “Wat we kunnen doen, is op de plek waar we nu zijn het beste doen met alles wat we hebben”, zegt Lyuba. “We kunnen kiezen voor boosheid en verbittering of we kunnen leven. Wij kiezen ervoor om te blijven leven en te doen wat we kunnen voor onze familie, voor de gemeenschap en voor andere mensen.”
Dat zie je ook terug in hun dagelijks leven in Montfoort. Beide vrouwen werken hard. Alla werkt via een uitzendconstructie in de vleesindustrie. In Oekraïne deed ze heel ander werk. Ze werkte onder meer in een weeshuis en zorgde daarnaast intensief voor haar dochter. Lyuba werkt bij een bedrijf dat zich bezighoudt met bedrijfskleding. Geen van beiden zit stil. Naast hun werk zijn ze actief in de kerk en zetten ze zich in voor hulp aan Oekraïne. Ze helpen mee met inzamelacties, bereiden activiteiten voor en proberen geld en goederen bij elkaar te brengen voor families in hun thuisland.
Lyuba vertelt hoe er rondom kerst veel steun kwam vanuit Nederland. Waar eerder ongeveer 170 kerstpakketten richting Oekraïne gingen, waren dat er afgelopen jaar bijna 400. “Zoveel mensen reageerden”, zegt ze. “Dat is echt bijzonder. Het is een wonder dat mensen na vier jaar nog steeds zo warm zijn in hun hulp.”
Die dankbaarheid klinkt voortdurend door. Niet alleen richting vrijwilligers en scholen, onder andere ook voor de taallessen die ze krijgen, maar ook richting de Hervormde Gemeente, die vanaf het begin haar gebouw openstelde voor opvang. Van de Oekraïeners die in de gemeente Montfoort verblijven, is een deel ondergebracht bij gastgezinnen en op andere plekken, terwijl zo’n dertig mensen al sinds het begin van de oorlog samenleven in het Conventus (de voormalige Rabobank), een gebouw van de Hervormde gemeente.
Dankbaar voor opvang, verlangen naar rust
Dat leven in het Conventus is volgens Alla, die er al twee jaar woont warm en gezellig, maar ook intensief. Wie er woont, leeft dicht op elkaar. Kleine kamers, gedeelde voorzieningen, weinig privacy. “Je hebt niet soms behoefte aan ruimte voor jezelf, maar elke dag”, zegt Alla eerlijk. “Er is één keuken, een douche, hetzelfde toilet, overal zijn mensen.” Ze haast zich vervolgens te zeggen dat ze niet ondankbaar wil overkomen. Dat benadrukt ook Lyuba, die aangeeft hoezeer ze de Nederlandse overheid erom respecteert. “Wij beseffen heel goed dat er in Nederland al nauwelijks plek is voor de eigen bevolking en toch hebben ze ruimte voor ons gemaakt. Iedereen doet zo hun best. Maar dat neemt niet weg dat een eigen plek, al is die nog zo klein, voor velen een diep verlangen blijft.”
Volgens Alla is haar verteld dat zij mogelijk vanaf juni zal verhuizen naar Linschoten, waar ook opvangplekken voor Oekraïners zijn ingericht. Daarnaast wordt in Montfoort gekeken naar nieuwe opvangmogelijkheden. Zo wordt op bedrijventerrein IJsselveld gewerkt aan plannen voor woonunits voor Oekraïense vluchtelingen. Dat project liep eerder vertraging op, maar lijkt inmiddels weer een stap dichterbij te komen.
Het typeert hun verhaal. Blij met wat er is, terwijl het gemis van thuis nergens verdwijnt. Want ook al hebben Lyuba en Alla hier werk, ritme en verbondenheid gevonden, hun gedachten zijn voortdurend in Oekraïne. “Je bent hier veilig”, zegt Lyuba, “maar een deel van je blijft daar.” Het nieuws wordt op de voet gevolgd. Er wordt gebeld, gewacht, gehoopt. Altijd denk je: wat gebeurt daar nu? Is iedereen veilig?” Voor sommige Oekraïners is teruggaan voorlopig zelfs helemaal geen optie meer, vertelt Lyuba. Huizen zijn verwoest of liggen in bezet gebied. Zelf heeft zij nog een plek om naar terug te keren. “Sommige mensen missen hun thuis, maar hebben geen huis meer om naar terug te gaan.”
Blijf meelevend
Toch is de hoop op terugkeer nog niet verdwenen. Op de vraag of ze geloven dat ze ooit helemaal terug kunnen naar Oekraïne, antwoorden ze zonder aarzeling bevestigend. Niet omdat ze weten wanneer dat zal zijn, maar omdat hoop voor hen geen luxe is, maar noodzaak. “De geschiedenis laat zien dat oorlogen beginnen en eindigen”, zegt Lyuba. “Het belangrijkste is niet alleen of wij terug kunnen, maar dat mensen zien hoe zinloos deze oorlog is. Het moet stoppen. Dat er nog steeds onschuldige mensen sterven, is verschrikkelijk. Wij bidden elke dag voor vrede.”
Ze benadrukt dat Oekraïners deze oorlog niet wilden. “Wij zijn deze oorlog niet begonnen”, zegt ze. “Wij verdedigen ons huis, ons land, onze onafhankelijkheid, onze mensen.” En juist daarom, zegt ze, is het belangrijk dat de steun niet verstomt. Niet alleen in politieke zin, maar ook in menselijkheid, aandacht en begrip. “Sommige Oekraïners lijken misschien stil of gesloten”, zegt ze. “Maar dat komt doordat de oorlog al vier jaar in hun hoofd, hun hart en hun lichaam zit.”
Hun boodschap aan Montfoort is daarom vooral een oproep om vooral zo open van hart, liefdevol en warm te blijven als in de afgelopen vier jaar. “Ook nu de oorlog al zolang duurt en de aandacht in de wereld steeds vaker naar andere conflicten verschuift”, aldus Lyuba. Ze wijst daarbij op een Oekraïens gedicht van Lina Kostenko:
…En in het leven, alsof het een mijnenveld is,
vroeg ik in deze eeuw
slechts dat kleine, eenvoudige minimum:
Mensen, wees vriendelijk voor elkaar.
En als het aan mij lag,
zou ik overal, in schuine letters, schrijven:
Er is zoveel verdriet in de wereld,
mensen, wees mooi voor elkaar.
Vier jaar oorlog. In Montfoort klinkt dat niet als een abstract getal, maar als een dagelijkse werkelijkheid. In de verhalen van Lyuba en Alla krijgt die werkelijkheid een gezicht. Van vrouwen die hard werken, blijven helpen, blijven geloven en blijven hopen. En die, ondanks alles, nog steeds zeggen: “We willen leven en we willen het goede doen, op de plek waar we nu zijn.”















