
Archeologische opgravingen in Linschoten
Door: Hanneke Stoof AlgemeenOp de facebookpagina van de gemeente Montfoort verscheen een oproep die veel nieuwsgierigheid wekte: “Archeologische opgraving. Doe jij mee?” De opgraving vindt plaats op een stukje grond achter Oostwijk, tussen de polsstokclub en de voetbalvereniging. Op deze locatie stond ooit de boerderij van de familie Breedijk.
In opdracht van de AWN (Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling Utrecht) onderzoekt projectleider Nienke Prangsma, archeoloog en restaurator, het gebied. Dit doet zij samen met een team van hobby-archeologen die lid zijn van de AWN.
“Het is een mooie gelegenheid voor de hobby-archeologen om ervaring op te doen,” vertelt Prangsma enthousiast. “We zijn al gestuit op sporen van kuilen, die ouder materiaal bevatten dan die van de stenen boerderij. Het is een uitdaging, want de grond is kleiig en hard door uitdroging. Het is leuk om te zien wat we al hebben gevonden.” Ondanks de lastige omstandigheden, de kleigrond, de zon en de schaduw van de bomen, is het team gemotiveerd. De schaduw van de bomen op het terrein bemoeilijkt het zien van de contouren in de aarde.
Ons aller erfgoed
“De vondsten worden zorgvuldig gemerkt met een kaartje met de vindlocatie,” legt Prangsma uit. In een latere fase gaan wij de vondsten wassen en wordt er gekeken, als het aardewerk betreft, wat voor soort is. Een bijzondere vondst tot nu toe is dat er iets is gevonden wat naar schatting uit het jaar 1300 stamt. De vondsten worden later overgedragen aan het provinciale depot en worden mogelijk ook tentoongesteld. “Het is immers ons aller erfgoed,” besluit Prangsma.
Frits van der Leije, een pensionado en lid van de AWN heeft zich voor twee dagen ingeschreven om te helpen. Hij toont enkele van zijn vondsten, waaronder een loden gewicht, een koeienbot en iets wat op een muuranker lijkt. Een andere vrijwilliger laat scherven aardewerk zien en een kleine pijpenkop, die naar schatting uit 1602 dateert. De hobby-archeoloog zegt lachend “Nee niet 1600 maar precies 1602.”
Linschoter Paul Verweij, ook lid van de AWN, is actief met zijn metaaldetector. Hij heeft al meerdere interessante vondsten gedaan, waaronder een metalen ring. Aanvankelijk werd gedacht aan een ring waar men de koeien aan vastbond maar het bleek een ring van een putdeksel te zijn. De put lijkt ook nog in tact. “Dit zijn de leuke dingen maar ik heb in de loop der tijd elders ook al mooie dingen gevonden,” zegt Verweij, die later zijn drone heeft gehaald om wat luchtfoto’s van het terrein te maken.
Lokale kinderen
De opgraving heeft ook de interesse van de lokale kinderen gewekt. Adam Akoudad is een van de jonge deelnemers die graag een munt willen vinden. Met zijn troffel schraapt hij voorzichtig de aarde weg, en tot zijn verrassing vindt hij botten en zelfs tanden. Later vindt hij ook nog een stukje aardewerk, of is het een stukje van een baksteen. Verderop zoeken de vriendinnen Juul en Juul samen met moeder Suzanne, die gewapend is met een metaaldetector een berg aarde af. Hoewel ze niet iets bijzonders vinden, is de spanning duidelijk voelbaar bij de jonge ontdekkingsreizigers. Blij lopen ze met een stuk ijzer naar de archeologen toe maar het blijkt niets bijzonders.
De archeologische opgraving in Linschoten is niet alleen voor de professionele archeologen, maar ook voor de lokale gemeenschap een spannende gelegenheid om meer te leren over het verleden. Of je nu zelf mee graaft, een kijkje neemt, of gewoon geniet van de ontdekkingen, het is een unieke kans om meer te weten te komen over de geschiedenis van Linschoten.
Wie weet welke geheimen de aarde nog voor ons verborgen houdt!




















