Afbeelding
Foto: pr

De gezonken pont van Hekendorp

Algemeen

Het artikel ‘De gezonken pont van Hekendorp’, geschreven door J.W.de Ridder, is eerder gepubliceerd in het kwartaalblad Tidinge van Die Goude (jrg. 1993, nr. 3), een uitgave van Historische Vereniging Die Goude.
Daar waar nodig hebben wij onderstaande tekst aangepast.

Hekendorp 8 december 1923

Op 8 december aanstaande is het honderd jaar geleden dat in Hekendorp een verschrikkelijke ramp plaatsvond. ‘s Avonds even voor zeven uur zonk daar een veerpont met achtentwintig opvarenden waarvan er zeven de ramp niet overleefd hebben. Uiteraard is aan dit gebeuren de nodige aandacht besteed.

De Goudsche Courant van 10 december 1923 gaf een vrij nauwkeurig verslag van de gebeurtenissen op die verschrikkelijke zaterdagavond. Op 12 december volgde een verslag van de begrafenis van één der slachtoffers in Haastrecht en daarna dat van de begrafenis van de andere zes in Oudewater. Op 12 december 1923 bracht ook De Courant Het Nieuws van de Dag een artikel met onder andere een foto van zes van de zeven slachtoffers en op 19 december 1923 stond in het toen nog verschijnende weekblad De Katholieke Illustratie een paginagroot artikel met zes foto’s waaronder twee van de begrafenis te Oudewater. Veertig jaar geleden, op zaterdag 3 december 1983 besteedde de Goudsche Courant een herdenkingsartikel aan de ramp en in 1984 memoreerde Cor van Someren in Het Hollandsche-IJssel boek het ongeluk met de kloosterpont. Tenslotte verscheen er in het Kerkvenstertje, het parochieblad van de van de Sint Gabriël-parochie te Haastrecht van juli 1992 een artikel ter gelegenheid van het feit dat de pont na bijna zeventig jaar ‘uit de vaart’ genomen werd bij gelegenheid van de opening van een brug te Hekendorp. Er waren, zoals uit bovenstaande valt af te lezen, eenentwintig overlevenden. Twee van hen, te weten mevrouw A.G. van Schaik en mevrouw J. de Jong, waren in 1993 nog in leven. Zij waren toen respectievelijk tweeëntachtig en vierentachtig jaar oud. Met hen is toen een kort gesprekje gehouden welke gesprekken verwerkt zijn in onderstaande beschouwing van het dramatische gebeuren. Na zeventig jaar (1993) was het op zijn plaats om nog even stil te staan bij wat toen de gemoederen in de directe omgeving van Gouda zo indringend bezighield.

De pont bij het klooster

Het klooster St. Gabriël van de Paters Passionisten is van recentere datum. Pas in 1921/1922 is het gebouwd en in gebruik genomen en uiteraard was er in het klooster een kerkgelegenheid. Die was nog niet in de huidige kerk die pas in 1928 gebouwd is, maar er was wel een ruimte voor kerkdiensten in de benedenzaal van het klooster. De toegang tot de toenmalige kapel wordt nog gemarkeerd door een trapje aan de voorzijde links. De Rooms-katholieken uit de omgeving waren zeer gelukkig met deze kerkgelegenheid. Zij behoorden immers tot de parochie van Oudewater waarvan de kerk ongeveer vijf kilometer van het klooster verwijderd was. De kerk van Haastrecht was dichterbij maar voor de parochianen rond het klooster toch ver genoeg om blij te zijn over de mogelijkheid om dichterbij huis de kerkdiensten te kunnen bijwonen. Voor de bewoners van het land van Stein en Hekendorp bracht het klooster nog geen directe oplossing voor de afstand tot de kerk, want tussen hun woonplaats en het klooster stroomde de weliswaar niet al te brede IJssel waar echter ter plaatse geen brug over lag en waar geen pont voer. Er was wel een veerpont bij het dorp Hekendorp maar daar moest voor betaald worden en de afstand was voor de katholieken die recht tegenover woonden toch nog een half uur lopen. Groot was dan ook de vreugde toen in de loop van 1923 toestemming werd verkregen van het Ministerie van Waterstaat om een veerpont laten varen ten behoeve van de kerkgangers naar de ‘Algemene Hulpkerk van de heilige Gabriël te Haastrecht’. De gelovigen van het Land van Stein en Hekendorp hadden daar een heel jaar voor geijverd daarbij geleid door de landbouwer Wiltenburg die bij het ongeluk twee dochters zou verliezen.

8 december 1923

Op 8 december werd bij het klooster van de paters Passionisten het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria gevierd. Destijds was dat nog een belangrijk feest dat door menig katholiek kerkelijk werd meegevierd. In het klooster van de Paters Passionisten gebeurde dat zoals op vele plaatsen met een Lof ter ere van Maria. Van een eucharistieviering op zaterdagavond was in die jaren nog geen sprake. Het weer was bijzonder slecht. Het weerbericht van 7 december had tot de avond van 8 december matige, later toenemende zuidooster- tot zuidwesterwind voorspeld, half tot zwaar betrokken met waarschijnlijk sneeuw- en regenbuien bij een temperatuur rond het vriespunt. De krant van 8 december gaf nagenoeg dezelfde verwachting. Het was die dag volle maan. Ondanks het slechte weer begaven velen zich naar het Lof en zo ook verscheidenen katholieken van de buurtschap Stein en Hekendorp. Onder hen waren twee dochters van boer Wiltenburg, de man die het laatste jaar geijverd had om de pont in de vaart te krijgen. De meisjes, Agatha 17 jaar en Alida 15 jaar, gingen voor de oversteek nog even langs bij de weduwe Van der Quast die sinds twee jaar de zorg droeg voor haar gezin van acht kinderen. De zusjes brachten vlees mee van de slacht wat in het gezin Van der Quast wel van pas kwam. De twaalfjarige Sjaantje ging mee naar het Lof. Dat zou haar nog lang heugen.

Achtentwintig passagiers

Bij de pont aangekomen, was het al vrij laat. Normaal zou de pont slechts een man of twaalf vervoeren, maar vanwege het late tijdstip liet de pontvaarder, Gerrit Cremers, de knecht van het klooster, iedereen die nog meewilde voor deze laatste oversteek voor het Lof instappen met de woorden ‘stap maar in, als ik verdrink, verdrinken we allemaal’. Hij zal niet vermoed hebben, dat deze opmerking in vervulling zou gaan. Uiteindelijk stonden er achtentwintig personen op de pont; volwassenen en kinderen. De wind was hard, het was aardedonker, want behalve de stallantaarn op de pont, brandde er geen licht. Het water werd hoog opgezweept en de stroming van de IJssel was bijzonder sterk vanwege het feit dat er gespuid werd. De overtocht zelf verliep goed. De pont werd door een over de rivier gespannen kabel voortgetrokken. Maar aan de overkant aangekomen, stootte de pont te hard tegen de betonnen aanlegsteiger waardoor de opvarenden verschrikt terugdeinsden met als gevolg dat de pont aan de rivierzijde water maakte. Op het geroep dat daardoor ontstond drongen de mensen massaal naar voren met hetzelfde gevolg aan de voorzijde van de pont. Maar nu in veel ernstiger mate. Gelijktijdig brak de kabel en zonk de pont waarbij het licht van de stallantaarn verdween. Er brak paniek uit alhoewel enkelen die vooraan gestaan hadden nog bijtijds op de wal konden springen. De mensen die zich reeds in de kerk bevonden snelden toe op het hulpgeroep om te redden wat er te redden was. Maar de meeste opvarenden kwamen toch in het water terecht en daar klampte men zich vast aan alles wat men pakken kon en dat waren meestal mededrenkelingen die daardoor hun kansen op redding verkleind zagen.

Redders en slachtoffers

Voor de redders was het een bijna onmogelijke taak door de duisternis en de striemende regen. Onder die redders was de jonge Arie Wiltenburg, ook één van de opvarenden, die wel kans zag om het achtjarige zoontje van vrouw Bontje maar niet zijn twee zusjes te redden. Op de pont bevonden zich ook G. Groenendijk en zijn echtgenote Geertrude Groenendijk-Klomp. Groenendijk wist zichzelf te redden, maar kon zijn zwangere vrouw met wie hij tien maanden gehuwd was ook na twee pogingen niet op het droge krijgen. Zij zou zich nog hebben vastgegrepen aan de 12-jarige Maria Snel die in de diepte verdween en niet gered kon worden. Er waren direct na het bekend worden van de ramp al veel autoriteiten ter plaatse waaronder de politie en dr. Hakkenberg uit Haastrecht. Het dreggen naar overlevenden en verdronkenen heeft de gehele avond geduurd en het laatste slachtoffer werd pas zondagochtend boven water gehaald. Jaantje van der Quast was één van die drenkelingen, maar zij kon ondanks het rukken en trekken aan haar kleding door de genoemde Groenendijk op de kant getrokken worden waar zij, weliswaar zonder klompen, jas of jurk maar gezond, werd opgevangen in Café de Klomp van de heer Streng aan de overkant van de Provinciale Weg waar haar zuster werkte en Jaantje van droge kleren kon worden voorzien en de nacht kon doorbrengen. Een andere Jaantje, de 14- jarige Adriana de Goey, was minder gelukkig en kon niet gered worden. Dat bezorgde moeder Van der Quast nog flink wat ongerustheid, omdat zij vernam dat slechts één Jaantje gered was en zij toen nog niet wist dat dat haar dochter was. Johanna van den Hondel was een andere gelukkige die gered werd en later nog verslag kon doen van het gebeurde. Zij was destijds 14 jaar en woonde in Hekendorp in het gezin Simon Dekker, de broer van haar moeder. Haar moeder was namelijk bij haar geboorte overleden en vader Van den Hondel had Jo in dit gezin weten onder te brengen. Zij is haar oom en tante trouw gebleven en heeft hen tot in hun laatste levensjaren verzorgd. Op die bewuste avond van 8 december kwam zij met haar nichtje Mina op het laatste aan boord van de pont en wist toch nog ongeveer het midden van de boot te bereiken. Dat is een geluk geweest, de mensen achteropkwamen na het zinken van de boot direct in het diepst van de rivier te liggen. Jo van den Hondel werd evenals haar nichtje Mina Dekker gered en werd, koud en nat en met trillende knieën dezelfde avond weer met de pont bij het dorp Hekendorp, thuisgebracht. De angst voor het water is haar wel bijgebleven. Desondanks heeft zij daarna nog twee keer in de IJssel gelegen. Wie haar redder was, kon mevrouw de Jong, zoals zij toen heette, zich niet meer herinneren. Haar vriendin, Maria Snel, was minder gelukkig en behoorde tot de zeven slachtoffers van deze ramp. Een zesde slachtoffer was de 35-jarige Daniël van Vliet die een vrouw en drie jonge kinderen naliet.

Na de ramp

De drenkelingen werden zoveel mogelijk naar de benedenzaal van het klooster gebracht alwaar met zich kon drogen en warmen en enigszins op verhaal kon komen. Daar werden ook de slachtoffers van de ramp opgebaard. Zes van hen werden dezelfde avond boven water gebracht. Het zevende slachtoffer, de 15-jarige Gijsbertus Versluijs, was door de stroom meegesleurd en werd pas zondagochtend vroeg gevonden. Op de zondagochtend trok een groot aantal mensen langs de opgebaarde slachtoffers en onder hen was ook Jaantje van der Quast (later mevrouw Van Schaik). Zij herinnerde zich dat mevrouw Wiltenburg, de moeder van de twee omgekomen zusjes, niet in staat was om om haar smartelijk verlies te huilen. Op woensdag 12 december werden de slachtoffers begraven. Zoals eerder opgemerkt behoorden de katholieken van Hekendorp tot de parochie van de H. Franciscus van Assisië te Oudewater. Eén van de slachtoffers, de 14-jarige Adriana de Goeij, was echter op die bewuste zaterdag slechts op bezoek in Hekendorp en behoorde tot de parochie van de H. Barnabas. Tragische bijkomstigheid was, dat haar vader zich onder de redders bevond en maar liefst vijf mensen uit het water had weten te halen. Adriana werd na een plechtige uitvaartmis op het plaatselijke kerkhof van Haastrecht begraven. Onder de aanwezigen bevonden zich de burgemeester, Baron van Hemert tot Dingshof en de burgemeester en een wethouder van Reeuwijk, de heren Lucassen en Schalkwijk. De overige zes werden diezelfde dag begraven in Oudewater. Daar werd de uitvaartmis gelezen door pastoor Leroux, geassisteerd door de paters Hulshof en Lubeck. De zes omgekomenen werden in een gemeenschappelijk graf begraven. Er waren honderden belangstellenden uit alle dorpen in de omtrek. Onder hen alle jongens van het St. Antonius-patronaat. De vereniging, waarvan de 15-iarige Gijs Versluijs daags voor de ramp lid geworden was. Onder de aanwezigen waren ook vele paters van het klooster, het missiehuis Sint-Gabriël. De burgemeester van Oudewater, de heer Doorman, die na de ramp zijn deelneming had betuigd bij alle families die bij het ongeluk een familielid hadden verloren, en verschillende autoriteiten uit Oudewater en Hekendorp. Het ongeluk had nog tot gevolg dat er een politieonderzoek werd ingesteld naar de oorzaak van de ramp. Volgens eerdergenoemde mevrouw Van Schaik heeft de onfortuinlijke knecht nog enige tijd in hechtenis gezeten, maar of het tot een veroordeling is gekomen was haar niet bekend. Zijn opmerking tot de opvarenden zal hem niet kwalijk genomen zijn.

De opheffing van de pont

Op zaterdag 23 mei werd de eerste brug van Hekendorp, de Wilhelmina van Pruisenbrug, in gebruik genomen. Tegelijkertijd werd de pont bij het klooster opgeheven. Pater J.S. van Leeuwen CP, de pastor van de inmiddels tot zelfstandige parochiekerk verheven kloosterkerk, memoreerde tijdens zijn preek op 24 mei deze gebeurtenissen en blikte ook terug op de gebeurtenissen van 8 december 1923. Bij die gelegenheid las hij ook het bidprentje voor met de namen van de zeven omgekomenen. In zijn preek bedankte pater Van Leeuwen ook de pontvaarders van de achterliggende jaren. Dat waren er al die jaren velen geweest. In de beginjaren waren er elke weekdag drie missen en zowel voor als na de mis moest er gevaren worden. Na de kloosterknechten en de broeders van het klooster werd de overtocht vanaf 1978 verzorgd door parochianen. In 1992 bestond die groep uit vijftien personen.

De pont is niet meer. Het ongeluk van 1923 zal zich niet herhalen. Maar na dit verhaal te hebben gelezen zullen velen zich bij het passeren van de brug in Hekendorp of fietsend over de dijk langs de plek waar de aanlegsteiger was gelegen misschien even denken aan deze gebeurtenis van 1923.
P.S. Die sporen zijn heden ten dage uitgewist.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Renovatie bedieningsgebouwtje Cosijnbrug in Oudewater 18 uur geleden
Afbeelding
Collectanten gezocht voor Amnesty 23 uur geleden
Afbeelding
Over 'Op de rand' 1 mrt, 19:00
Afbeelding
Puntje van Aandacht 1 mrt, 17:00
Dirigent Leon van Veen.
Paaszang: Samen zingen we 'Hallelujah' 1 mrt, 12:00
Afbeelding
Concert Soli Deo Gloria 1 mrt, 09:00
Afbeelding
Jan van der Vlist antiek & brocante houdt totale leegverkoop 29 feb, 19:00
Afbeelding
Singer-Songwriter Diede Vendrig schittert in landelijke muziekcompetitie 29 feb, 18:00