
Molen de Valk wordt als eerste in de regio gerenoveerd
Algemeen‘Halverwege volgend jaar hopen we weer te draaien’
Mede dankzij de crowdfunding voor Molen de Valk, waarmee 25.000 euro bij elkaar werd gehaald, zal de molen als een van de eersten in de regio nieuwe wieken krijgen. Van de zestien molens in de regio, die gerenoveerd moeten worden, hebben twee molens al wieken gekregen. De Valk is de eerstvolgende die aan de beurt is. De drie molenaars Henk Visser, Piet Schiereck en Roeland Geijer zijn erg blij dat hun molen juist werd uitgekozen om nu als eerste te repareren. “De prognose was vijf tot zeven jaar dat de molens weer zouden gaan draaien. Dat is niet acceptabel voor oude molenaars als wij”, zegt Piet.
Toen het Utrechts landschap de toezegging deed om in ieder geval 50 procent van de kosten te dragen, hoefden de heren niet lang na te denken. Nieuwe wieken kosten 100.000 tot 120.000 euro. “We zijn direct begonnen met crowdfunding en hebben daarmee ook in alle kranten gestaan.”
Wiekverbetering
Dat er met de crowdfunding al 25.000 euro binnen kwam heeft er zeker aan bijgedragen dat deze molen nu als eerste nieuwe wieken krijgt. De laatste 2.000 euro kwam binnen uit de pot van Rij- en Toer Club Montfoort (RTC), die recent werd opgeheven. “De pot, waar nog zo’n 7.000 euro in zat, hebben ze verdeeld over drie goede doelen, waaronder ook De Valk”, zegt Henk. Met de crowdfunding zullen de molenaars gewoon doorgaan, want ze willen ook nog wiekverbetering op de nieuwe wieken. Met wiekverbetering wordt de windvang verbeterd. Dat zien de mannen graag, want door bomen in de omgeving wordt de windvang een stuk minder. Piet legt uit: “Dan wordt aan de voorkant een dikke lat geplaatst met een mooie ronding. Het lijkt wat op een vleugel. Dat trekt sneller aan, maar het kost wel centen.” Voor ongeveer 25.000 euro bovenop de ton voor de wieken kan de wiekverbetering er ook komen. Genoeg reden dus om door te gaan met de crowdfunding. “Mensen kunnen gewoon blijven geven. We zijn er nog niet”, aldus Henk. Verguld vertelde hij dat de molen voor het eerst ook geld van de gemeente heeft gehad: “1.000 euro. Daar zijn we erg blij mee.”
Aangezicht Montfoort
De molenaars verwachten dat de molen in de tweede helft van 2023 weer gaat draaien. Dat dit van belang is, ook voor Montfoort, dat wil Henk nog eens benadrukken: “Het is een monument, dat hier altijd op de hoek heeft gestaan. Vanaf 1420 heeft hier een molen gestaan. In 1753 is de huidige molen voor de andere molen in de plek gekomen, omdat die afbrandde. In die tijd kwamen de boeren hier, moesten de bakkers hier kopen, en waren de molenaars ook nog belastinginspecteur”, aldus Henk. “Deze molen is heel belangrijk geweest voor de voedselvoorziening van Montfoort. De molen hoort hier gewoon en kan niet missen in het aangezicht van Montfoort. Iedereen die hierlangs komt, weet: dat is Montfoort.”
Molenaarsvirus
Henk vertelt dat ze hier op De Valk met zes á zeven molenaars de molen draaiende houden. “Ook heeft de molen een leerlingmolenaar, maar die kan er niet terecht zolang de molen niet kan draaien”, aldus Roeland. Zelf is hij al een jaar of vier, vijf molenaar. “Ik heb samen met Arie de molenaarsopleiding hier ook gedaan. Het is een opleiding met veel praktijk en examens die je daarna moet doen.” Henk haalde zijn diploma in 2016, Het liefst had hij het al veel eerder gehaald. “Maar ik was heel veel aan het reizen. Dus, ik had daar geen tijd voor.” De molenaar die het langst actief is, is Piet. Hij weet nog goed hoe kinderen tijdens de jaarwisseling met het millennium vlaggetjes maakten voor de molen. Toen hingen er 360 vlaggetjes aan de molen, en stonden de kinderen in het park te wijzen: ‘Daar gaat mijn vlaggetje’.”
Alle drie zeggen bevangen te zijn door het molenaarsvirus. Henk zegt: “Als je een keer met die molen gaat spelen, ben je verkocht.” Zo was het in ieder geval met hem. Als kind keek hij al graag naar molens. Toen er in Petten, waar hij woonde met zijn vrouw, een molen te koop stond gingen ze er graag kijken. Toen begon het wel te kriebelen. We hadden er niet genoeg geld voor als twintigers.” Wat de liefde voor molens veroorzaakt, daar hebben ze wel een verklaring voor. Voor Roeland is dat deels de oude techniek: dat mensen zoiets ontwikkeld hebben. Het is eigenlijk proefondervindelijk ontwikkeld in de praktijk. Dat vind ik mooi. Daarnaast is er het sociaal aspect; de mensen die in de molenwinkel komen bijvoorbeeld.” Roeland laat het in ieder geval niet meer los, bekent hij. Piet beaamt dat: “Als kleuter liep ik geregeld langs een molen in Rotterdam. Ik was altijd helemaal enthousiast als die draaide.” Hij memoreert: “In 1998 lukte het me om les te krijgen van Paul Groen. Ik vond het fantastisch om met zo’n ding te spelen. Iedere keer dat de molen gaat draaien, denk ik: ‘Zo. Dat heb ik toch weer voor elkaar’.”
Wilt u de molen helpen? Kijk op www.molendevalk.nl.
U kunt doneren op NL92 RABO 0370 5173 50.
Sjoukje Dijkstra

















