Peter Versloot

Hugo Kotestein: zorg vooral ook voor de boerderijen

De stichting Hugo Kotestein (voor behoud van erfgoed in onze regio) organiseerde op 2 juni een seminar over de inrichting van het boerenland en de bestemming van de agrarische bebouwing. Want de toon is gezet: minder stikstof moet, en die opdracht wordt niet bij het auto- en vliegverkeer neergelegd, maar hoofdzakelijk bij de landbouw. Vraag niet waarom, maar denk na over wat er moet gebeuren met al die karakteristieke en monumentale boerderijen.

Het landgoed Linschoten waar de bijeenkomst plaats vond, heeft zelf negen boerderijen, waarvan er vijf nog als boerenbedrijf in gebruik zijn en er inmiddels vier een andere functie hebben. Zo heeft het werkgebied van de stichting Hugo Kotestein (Woerden, Harmelen, Montfoort, Oudewater, Bodegraven-Reeuwijk, Kamerik) nog vele tientallen van dergelijke boerderijen, rijksmonumenten en gemeentemonumenten, die straks een andere bestemming moeten krijgen.

De rijksoverheid heeft daar al voorwaarden bij gesteld; zo mag de terugtredende boer die zijn stal wil afbreken daar maximaal twee nieuwe woningen voor in de plaats zetten. Etcetera.

Voor dit probleem-in-een-notendop had de stichting alle wethouders, burgemeesters en beleidsmedewerkers uit het werkgebied uitgenodigd om eens van gedachten te wisselen met drie deskundigen: Paul Roncken, universitair docent in Wageningen en Jolanda van Looy en Rob Hendriks, beide medewerker van adviesbureau MooiSticht (inzake bouwen, ruimtelijke kwaliteit en erfgoed dat actief is voor verschillende gemeentes in ons werkgebied). Zij betoogden met interessante voorbeelden hoe mooi het kan, als er straks geld is. Vrij nauwkeurig was al in kaart gebracht waar de landschappelijke aanpassing het meest beeldbepalend is en in welke volgorde de afzonderlijke elementen aan de beurt zouden moeten komen. Een landschapscoach (een functie die nog niet bestaat) zou de herbestemming in samenhang moeten brengen met problemen als de energietransitie, woningbehoefte, waterhuishouding en natuur, terwijl de projectontwikkelaars tegelijkertijd hun eigen doelen dienen. Die landschapscoach is er nog niet, maar die zou de bevoegdheid kunnen krijgen om een plan voor een groter gebied te maken. Sta op de ene plek bijvoorbeeld meer woningen toe, maar houd een ander gaaf erfgoed ook als zodanig in stand. Met een gebiedsfonds kun je kosten en baten verevenen. Paul Roncken heeft er voor de Provincie Utrecht al plannen voor uitgedacht. De provincie acht het van groot belang dat erfgoed-organisaties meteen bij de plannen ingeschakeld worden en hun aandeel daarin kunnen leveren.

Onder degenen die aan de uitnodiging gehoor hadden gegeven waren drie beleidsmedewerkers, één burgemeester en één wethouder. Kotestein-voorzitter Loes Bakker: “Reden genoeg om een vervolg te geven aan deze sessie: het gaat tenslotte om ons mooie buitengebied. De karakteristieke boerderijlinten door ons landschap zijn daar veel te belangrijk voor.”

Otto Beaujon

Meer berichten