
Zware omstandigheden bij de Alternatieve Elfstedentocht
Door: Gerard van Hooff AlgemeenOok in het Oostenrijkse Karinthië hebben ze met de klimaatverandering te maken. Al sinds jaren kan er bij de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee niet meer op het grote meer worden geschaatst, maar dit jaar moest zelfs de wedstrijdtocht over 200 kilometer op het westelijk gelegen kleine meer worden afgelast i.v.m. zware dooi. De toerrijders hadden meer geluk, want hun tochten gingen wel door. SVO’er Ard Nieuwenhuizen behaalde zelfs twee kruisjes. Hij schaatste de Alternatieve zowel op maandag 27 januari als op vrijdag 31 januari. Onder wel heel wisselende omstandigheden!
Boterzacht ijs
In de eerste week van het twee weken durende schaatsevenement waren de omstandigheden perfect, maar de meeste SVO’ers en streekgenoten hadden de keuze gemaakt om deel te nemen aan de derde Alternatieve Elfstedentocht op dinsdag 28 januari. Maar juist toen werd er een flinke dooi voorspelt. Zondags werd er alsnog groen licht gegeven voor de tocht, maar deze werd wel vervroegd van dinsdag naar maandag. Joep Stubbe: ‘Zondag nog een trainingsrondje gereden om ‘t goede gevoel te krijgen, maar het ijs was toen al slecht.’
De start was ‘s morgens om zeven uur, het begon net te schemeren. Lettie Zwanenburg, sinds jaar en dag een van de verzorgers van al die SVO-schaatsers: ‘Veel schaatsers hadden lampjes op het hoofd. Het was een prachtig gezicht. Een lang lint van 800 schaatsers.’
Maar de omstandigheden waren toen al heel slecht. Het was zes graden boven nul, er stond behoorlijk wat wind en het ijs was boterzacht. Veel schaatsers, zoals de ervaren Wim Zwanenburg en Kees van der Eijk, haakten al na een of twee rondes af. ‘Het was geen doen,’ aldus Zwanenburg. Ook Joep Stubbe, vorig jaar nog op hoog niveau langebaanschaatser maar onervaren op natuurijs, deelde in de malaise: ‘In de zevende ronde op m’n bakkes gegaan en ik was gelijk flink nat door het vele water op het ijs. Sommige stukken was je gewoon aan het lopen op het ijs.’ Na 112,5 km. hield Joep Stubbe het samen met clubgenoot Sem van Agthoven voor gezien.
Nieuwenhuizen en Kromwijk
Op dat moment waren er nog maar zo’n 200 schaatsers op het ijs. Onder hen de ervaren Peter Kromwijk uit Waarder en Montfoorter Ard Nieuwenhuizen. Laatstgenoemde debuteerde vorig jaar op het op 930 hoogte gelegen bergmeer. Nu behoorde hij tot de allersterksten op het ijs. Lettie Zwanenburg: ‘Ard viel met zijn lange slagen en prachtige techniek op tussen al die krabbelaars.’ Uiteindelijk finishte Nieuwenhuizen na 9.51,12 als zesde in deze toertocht.
De ijzersterke Peter Kromwijk, die al twaalf tochten op zijn palmares had staan, volgde bijna een half uur later: ‘Na een paar ronden werd het ploeteren voor elke kilometer. Vanaf het begin waren de schaatsschoenen al drijfnat. Bij de twee valpartijen kon ik mijzelf gelukkig zo opvangen dat een compleet nat pak mij bespaard is gebleven.’
Van Zuilen en Van Agthoven
Na het slagveld van de maandag was het lang onzeker of de vierde Alternatieve Elfstedentocht op vrijdag door zou gaan. Maar de organisatie kreeg het voor elkaar. Het team van ijsmeester Norbert Jank zaagde grote gaten in het ijs, zodat het water weg kon lopen. En met de hulp van een paar nachten met lichte vorst kon op vrijdag 31 januari wederom een groot peloton van start bij de laatste toertocht over 200 kilometer. Voor veel schaatsers de kans om toch nog met een goed gevoel afscheid te nemen van de Weissensee. Zo schaatsten Nienke Oosterlaken, Eric Stubbe, Wim Zwanenburg en Leon Hoogenboom de 100 kilometer. Het jonge duo Kay van Zuilen en Sem van Agthoven wist de 200 kilometer te schaatsen. De twee toppers finishten na 9.58,04. Van Agthoven schaatste zelfs nog een extra ronde om zijn oom te ondersteunen in diens laatste ronde.
Twee kruisjes
Ard Nieuwenhuizen schaatste op deze vrijdag zijn tweede Alternatieve. Bij de start was het prachtig vriezend weer en er stond weinig wind. Nieuwenhuizen startte in de derde groep van vijftig schaatsers en zette zich al snel aan de kop van het peloton, zodat hij de verraderlijke scheuren goed kon zien. Na zes ronden kreeg hij veel last van spierpijn, maar bij de verzorgingspost van SVO kon hij steeds bijtanken: ‘De krentenbollen, energierepen, powerdrinks en gelletjes hielden de energievoorraad op peil.’ Rond het middaguur werd het ijs zachter. Toen dacht ik: ‘Waar ben ik aan begonnen? Waarom twee keer 200 kilometer in een week? Toch maar volhouden en de laatste rondjes aftellen.’ Na 8.51,00 gleed Nieuwenhuizen onder het dundoek door. Een uur sneller dan maandag, maar nu ‘slechts’ als 79ste geklasseerd.
Nieuwenhuizen kreeg bij het eerste deel van zijn tweede tocht de steun van clubgenoot Johan Boef, de schaatsende journalist. Boef wilde eigenlijk maar honderd kilometer schaatsen, maar volbracht uiteindelijk de hele tocht: ‘Halverwege ging het nog superfijn, dus ik ben maar blijven rijden.’ Maar hij kwam wel compleet kapot over de finish. Begrijpelijk, want hij was ongetraind door een zware armblessure.
Mark van Valkenburg, de hovenier uit Waarder, was vrijdag overigens de rapste SVO’er. Met zijn 8.15,23 eindigde hij als 28ste. Voor Hekendorper John de Vries registreerde de transponder 8.35,26, de tweede SVO-tijd van de dag. Richard van Agthoven finishte na 8.59,24.
De Utrechtse ijsmeester Carel Doesburg kwam tot 125 kilometer. Een prachtig prestatie van de Montfoorter die een paar jaar geleden nog met bevroren tenen van het ijs moest stappen. Kees van der Eijk kwam tot 112,5 kilometer. Marjo van Weelden was de damestopper met 175 kilometer.
25 jaar
Roel Ansink werd op donderdag 30 januari in de grote feesttent gehuldigd. Niet voor het volbrengen van een van de Alternatieve Elfstedentochten. Maar wel voor het feit dat hij dit jaar voor de 25ste keer aanwezig was bij het evenement. De meeste jaren als schaatser, maar nu als supporter. Uit handen van Burgermeisterin Karoline Turnschek van Techendorf ontving de geëmotioneerde Ansink een speldje en een wijnkaraf met inscriptie.
















