
‘De zwanendokter’ van Montfoort
Door: Sjoukje Dijkstra AlgemeenWie kent hem niet? ‘De zwanendokter’ van Montfoort. Al jaren zet hij zich in voor zwanen in zijn omgeving in Montfoort. Van Wollegras, tot de Van Dam straat en Bovenkerkweg en Parklaan, waar de familie zwaan geregeld te zien is. Vaak kun je hem zien, als de schemering valt over Montfoort, rond een uur of 19.00 uur voert hij de zwanenfamilie. Kees van Bemmel doet het al jaren: zorgen voor de zwanen. Hij vindt het ook heel normaal. “Het zijn prachtige beesten.”
Met brood in de hand loopt Kees langs de oever, waar de zwanen op hem wachten. Ze kennen hem inmiddels goed; heel rustig laat hij de zwanen uit zijn hand eten en aait hij ze zelfs over hun kop.
Kees noemt zichzelf absoluut geen ‘zwanendokter’, maar heeft duidelijk een bijzondere band met de dieren. “Als je gewoon rustig bent, ze blijft aankijken en blijft waar je bent, dan hebben ze geen problemen met je”, legt hij uit terwijl hij de jonge zwanen observeert. Zijn kennis over zwanengedrag is groot, opgebouwd over de vele jaren dat hij ze in de buurt verzorgt. Hij vertelt hoe hij zelf ook een zwaan heeft gehad. “Meer dan tien jaar lang heb ik haar verzorgd. Zo weet ik veel van die beesten.”
“Het is jammer dat de zwanen onderling nog wel eens ruzie maken”, vertelt Kees. “Ze pikken elkaar in de veren. Dat is niet de bedoeling.” Hij legt uit dat dit vooral gebeurt wanneer ze vechten om een stuk brood. De natuur kan soms hard zijn, maar Kees blijft met zachte hand proberen om de vrede te bewaren.
Hij weet wel waar de naam ‘Zwanendokter’ vandaan komt. “Mensen roepen mij als er wat is met de zwanen. Zo kwam er eens een buurvrouw mij halen, omdat een zwaan duidelijk last had van de poten. Ze gleed telkens weg op een gladde plek waar ze graag zat”, herinnert hij zich. “Ik heb haar gewoon gepakt, op haar zij gelegd, en haar poten ingesmeerd met uierzalf. Dat heb ik altijd bij me. Een voorbijganger zag hoe de zwaan kalm bleef liggen, alsof ze genoot van de behandeling. Ze had er gewoon direct baat bij. Dus ze bleef rustig toen ik het op haar poten smeerde. Zo slim zijn ze wel”, zegt Kees met een glinstering in zijn ogen. Ook redde hij eens een jong, dat vast zat in een gat. “Dan doe ik met een doek die ik over de zwaan heen leg, zodat ze niks zien. Dan blijven ze rustig en stil, en schieten ze niet in de paniek. Zou ik dat niet doen, dan zul je zien dat vader en moeder direct in de aanval schieten. Nu lieten ze het gewoon gebeuren.”
Toch stuit zijn zorg voor de zwanen niet altijd op begrip. Kees krijgt wel eens commentaar van voorbijgangers die het maar niets vinden dat hij de zwanen voert. “Al die zwanenstront”, mopperen ze dan. Kees haalt zijn schouders op: “Laatst hoorde ik dat van een buurtbewoner die zijn hond uitliet. Maar ik weet dat hij de poep van zijn honden nooit opraapt, omdat hij geen zakjes bij zich draagt. Daar wees ik hem op. Toen was hij snel stil. De poep van deze zwanen hoort in de natuur. De poep van honden eigenlijk niet.”
Ook van de gemeente krijgt hij af en toe een standje. “Ze vinden het niet leuk dat ze de berm moeten maaien, terwijl daar allemaal zwanenpoep ligt... Ik zeg: laat ze gewoon een helm opdoen. Nergens last van!” Kees glimlacht, duidelijk vastberaden om zijn zwanenfamilie te blijven verzorgen, weer of geen weer. En zo blijft Kees van Bemmel, zonder zichzelf een zwanendokter te noemen, een trouwe vriend van de zwanen in Montfoort.















