
Wat je biedt moet je betalen (1)
AlgemeenWout van Kouwen
De titel van deze twee afleveringen van ‘ff z@ppen naar de vorige eeuw’ is een gezegde van Ties Bode, die schapenhandelaar was, net als zijn vader Jan en diens vader Dorus. Ze hadden een bedrijf van meer dan honderd jaar oud aan de noordzijde van de Oude Singel. Het was Ties dus met de paplepel ingegeven. Handelen, dat was zijn leven, vandaar de koopmansuitdrukking die hij vaak gebruikte: “Wat je biedt, moet je betalen”. Met andere woorden: “Let op je geld” en dat kon Ties als geen ander.
Veeteelt, veehandel, veetransport
Waar veel veeteelt is, zoals bij ons in het Groene Hart, is vanzelfsprekend ook veel veehandel te vinden. En veehandel gaat natuurlijk weer samen met veetransport. In dit alles was -en is- de familie Bode heel actief. Vele takken van deze familie waren werkzaam in de veehandel. Om verwarring te voorkomen werden ze altijd bij hun bijnaam genoemd. Dat was heel praktisch: vroeger werden de kinderen immers altijd naar hun familieleden vernoemd en dus wemelde het van de naamgenoten. Bijna iedereen had dan ook een bijnaam en slechts zelden was die als scheldnaam bedoeld.
Martinus Theodorus Bode, oftewel Ties
Ons verhaal gaat over Ties Bode die op 26 januari 1911 in Oudewater werd geboren. Zijn ouders waren Jan Bode en Helena van Zuijlen. Vader Jan was koopman en zijn zoon Ties zou in de voetsporen van zijn vader treden. Hij kreeg als bijnaam ‘De Bleke’. Die naam had hij te danken aan de periode dat hij door een burn-out bed moest houden. In bed blijven was het voorschrift in die tijd. Toen hij wat opgeknapt was en zich weer buiten vertoonde, zag hij zo bleek dat hij er die bijnaam aan overhield. In Friesland werd hij ‘Skeape (schapen) Tys’ genoemd.
Met de hondenkar eropuit
In zijn jonge jaren kreeg Ties vaak de opdracht van zijn vader om met diens hondenkar de buurten in te trekken om nuchtere (dieren die net geboren zijn) kalveren op te kopen, die hij weer voor de slacht moest doorverkopen.
Om zijn levende have rustig te kunnen vervoeren, bond hij de pootjes altijd samen. Het was de tijd dat nog een ‘trekhondenwet’ van kracht was: tuig, wagen, stalling en verzorging moesten aan bepaalde voorschriften voldoen. Als dat allemaal in orde was, kreeg de eigenaar een penning, die de hond moest dragen. De politie diende daar controle op te houden. Veldwachter Venekatte besloot op een gegeven moment Ties aan te houden om zich van die taak te kwijten. Om te beginnen vroeg hij Ties of Hector een teef of een reu was. Ties hield zich van de domme en zei dat hij daar nog nooit naar had gekeken. Plichtsgetrouw knielde Venekatte naast het dier neer om dan maar persoonlijk het geslacht vast te stellen. Hector, kennelijk in de veronderstelling plotseling naast een boomstronk te zijn beland, lichtte instinctief zijn poot op, besproeide rijkelijk de broek van de diender en loste daarmee het vraagstuk van zijn sekse meteen op.
De Bromsnor van Oudewater: gemeente veldwachter Hendrik Bernard Venekatte
Venekatte was 28 jaar toen hij als getuige de geboorteacte van Ties Bode ondertekende.
Samen met T. Eijkelestam vormde hij voor de oorlog het politiekorps in Oudewater.
De twee gezagsdragers werden daarbij bijgestaan door Jan van Vliet als nachtwaker.
Aan het eind van een groot feest in Oudewater ging hij met zijn collega alle cafés langs en gaf met een breed armgebaar te kennen dat de tent dicht moest. Ze gingen dan weer naar buiten en wachtten in een donker hoekje tot iedereen verdwenen was. Daarna glipten ze weer naar binnen: daar stonden dan op de bar twee borreltjes klaar.
De schaapskooi van Bode
Op 13 april 1933 trouwde Ties met Catharina van Zuilen, dochter van koopman Willem van Zuilen uit Oudewater. Zij kregen twaalf kinderen, mooi verdeeld: zes jongens, zes meisjes.
Tegenover de huizen no. 22-26 aan de Oude Singel bevond zich de veestal of schaapskooi van Ties Bode.
Overbuurman Cor van der Klis maakte er een tekening van en schreef er in De IJsselbode het volgende bij:
‘De schaapskooi was bijna het hele jaar door vol met schapen en lammeren en had een oppervlakte van ongeveer 350 m². Deze diende als doorgangshuis en de dieren werden soms de volgende dag alweer op transport gesteld naar exportslachterijen.
Links naast de veestal stond het woonhuisje met grote keuken, een voorkamer van ongeveer 4 bij 4 meter, daarnaast een slaapkamer en ook naast de keuken een slaapkamer. Onder deze slaapkamer bevond zich een grote kelder. Boven deze ruimtes was de zolder. Achter het huis stond een hooiberg met daarachter een grote veestal met als eigenaar Jan Nederend.
Seizoenhandel
De schapenhandel is seizoenhandel. In het voorjaar werden de lammetjes rond mei/juni verhandeld. Ze waren dan een week of tien oud en konden bij het moederdier weggehaald worden. Sommige van deze lammetjes werden meteen geslacht omdat het vlees dan heel mals is (zuiglammetjes). Toch viel de opbrengst daarvan vaak tegen omdat ze nog weinig gewicht hadden. De andere lammetjes die in het voorjaar verkocht werden, werden ‘weidelammeren’ genoemd. Zij werden ‘afgeweid’ bij de boeren om te groeien en gingen ‘onder de koe’. Dat betekende dat ze tussen de koeien liepen en opaten wat die lieten staan. Schapen zijn minder kieskeurig dan koeien, die het beste gras vreten en de schapen kunnen dieper wroeten. Adri van Leeuwen, die halverwege Hekendorp boerde, vertelde mij dat hij zijn schapen vooral liet grazen op plekken waar moeilijk te maaien was, dus in de boomgaarden en op de dijk langs de Hekendorpse Buurtweg.
Na zo’n negen maanden waren de lammeren geschikt voor de slacht en was er dus aan het eind van het jaar weer handel. De schapen wogen dan zo’n 20 tot 30 kilo en brachten meer op dan de zuiglammetjes die maar zo’n 10 kilo wogen. Doorgaans wordt het vlees van een dier dat minder dan een jaar oud is, lamsvlees genoemd. Vlees van een ouder dier heet schapenvlees.
De boeren in onze omgeving waren allemaal klant bij de Bodes. De boeren bemoeiden zich niet met de schapen en lieten het helemaal aan de handelaar over. Hij zorgde bijvoorbeeld ook voor het scheren van de schapen. Er werd dan ook meteen naar de gezondheid van de beesten gekeken.
In de herfst werden de volgroeide lammeren geslacht. Sommige bleven bij de boer, omdat er bij de oudere schapen ook wel uitval was. Schapen die bijvoorbeeld niet meer lammerden, werden dan geslacht en vervangen door jonger spul.
Volgende keer meer over Ties Bode.
Bronvermelding: Hans Bode, Nel de Graaff-Bode, Herman van der Klis, Albert Dening, Adri van Leeuwen, Piet en Nicole Vermeij, Wikipedia, De IJsselbode ‘Een dorpsschool verdween’ en ‘Ach ja, zo was Oudewater’, door Theo Pollemans.
De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in zeven delen. Waarvan de laatste drie in zwart/wit.
De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6.
Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog




















