
Wachten op de brugwachter
Door: Otto Beaujon Algemeen‘s Heren wegen zijn ondoorgrondelijk, ik zeg het wel vaker. De deskundigen in Woerden willen de Oost IJsselkade in Oudewater vrijmaken van bomen en alle overige obstakels die een vlotte doorstroming van het autoverkeer in twee richtingen kan bespoedigen. Of die grote ijzeren bolders op de kade (ik tel er nu nog twaalf! - en er stonden er nog vijf op het Gasplein; die zijn gaandeweg al verdwenen) niet weg konden, als ze toch alleen de pleziervaart maar van dienst waren? Of hadden ze soms nog aantoonbare historische betekenis?
De huidige ambtenaar Erfgoed & Monumenten, een attente Amsterdammer die tegenwoordig in deeltijd in zijn eentje het erfgoed van Groot-Woerden moet bestieren, vroeg het mij. Voor zover hij zelf kon nagaan stonden de bolders er in 2003 ook al.
Natuurlijk hebben die bolders op de Oost IJsselkade alles te maken met de beroepsvaart, en ze zijn er gekomen in de nasleep van de aanleg van de Waaiersluis (getijdensluis) bij Gouda (1854 tot 1856).
Het beoogde gevolg van die sluis was dat er in het gedeelte van de Hollandse IJssel tussen Wijk bij Duurstede en Gouda geen getij meer was, d.w.z. altijd een waterstand waar schepen naar Frans voorbeeld konden gaan varen. De Fransen hadden in 1830 voor de hele Franse binnenvaart normen vastgesteld voor de diepgang (2m 50), de breedte (5.10 m) de lengte van de sluiskolken (40 m) en de (onder)doorvaarhoogte van vaste bruggen.
Oudewater brak daarom de stenen brug over de IJssel af en liet in 1860 de Cosijnbrug plaatsen, Montfoort koos voor een draaibrug, enzovoort.
De Cosijnbrug werd niet 24 uur per dag bediend. Schepen die bijvoorbeeld vanaf 1880 de koekenfabriek (olieslagerij) vanuit Rotterdam kwamen bevoorraden, moesten (vóór of na het lossen) onder die brug door om te kunnen keren: dat was in de kolk van De Ruiter, ongeveer een halve kilometer voorbij de brug. Afhankelijk van de situatie van de dag konden zij eerst keren en dan lossen (2 x onder de brug door) of eerst lossen en dan keren. En aan de Oost IJsselkade aanleggen als de dienst van de brugwachter om was. Of zaterdag na het lossen, om zondag vanaf de O.IJ.kade naar de kerk te gaan, etc.
Aanleggen voor verblijf mocht niet op de West IJsselkade (de industriezijde met Six veevoer, de koekenfabriek en de machinefabriek) en de Noord IJsselkade (vóór de hervormde kerk was het voor de beroepsvaart ook verboden).
Aan het Gasplein kwamen schepen die kolen brachten voor de gasfabriek. Die werden dan met de hand in manden geschept en naar de kolenbunker gesjouwd, tot de machinefabriek ‘De Hollandsche IJssel’ een soort kabelbaan bouwde waar een kolenkar met een dieselmotor aan hing en waarmee de inhoud van honderd manden kolen in één keer gelost kon worden, leve de vooruitgang! Die kolenschepen moesten natuurlijk na het lossen ook keren, en wachten voor de brug, waar de brugwachter het voor het zeggen had.


















