
Sloop Machinefabriek De Hollandsche IJssel
Door: Otto Beaujon AlgemeenDe afgelopen week viel de eerste van de twee oude fabriekshallen van Machinefabriek De Hollandsche IJssel. Was het ooit een voorstel geweest om er een evenementenhal of een parkeergarage van te maken, daar werd toch vanaf gezien vanwege de asbest dakplaten en de aanzienlijke kosten om de hal bijvoorbeeld te isoleren: de staalconstructie zou ondanks alle isolatiemateriaal een ferme warmtegeleider blijven.
De hal zelf was de tweede generatie opstallen van de machinefabriek: 175 jaar geleden waren de eerste hallen en schuren van de fabriek nog geheel van hout hoewel dat vanwege de smidsvuren en de stoomketel ook in 1850 niet ideaal was.
Rond de eeuwwisseling (1900 dus) werd het een stalen raamwerk met opgemetselde muren en de karakteristieke opbouw volgde, met glazen wanden in het bovenste deel om zoveel mogelijk van het daglicht te profiteren.
Na de sloop van de aangrenzende olieslagerij (1981) en de verkoop van de grond onder de machinefabriek werd de verhouding tussen de eigenaar van de machinefabriek en de gemeente er niet beter op, wat zich manifesteerde in een doorlopende reeks kleine incidenten, zoals die ene keer dat de machinefabriek op last van de arbeidsinspectie een nieuwe grote roldeur moest plaatsen. Toen de deur eenmaal goed en wel geplaatst was verordonneerde de gemeente dat de kleur in de ogen van de commissie Welstand en Erfgoed niet deugde: in plaats van antraciet moest hij donkerblauw worden, of omgekeerd, dat herinner ik me niet meer precies en daar ging het ook niet om.
Dezer dagen deed de knabbelschaar van de sloper zijn werk. Hij knipte balken van duimdik staal alsof het koek was, telkens een volgend dragend stuk, tot de gemetselde topgevel met donderend geraas naar beneden kwam.












