
Walvis
Door: Otto Beaujon AlgemeenOndanks de sentimentele inspanningen van een rijk Duits echtpaar dat de stervende bultrugwalvis van 20 ton in een speciaal caisson naar diepere zee heeft laten slepen, is Timmy de afgelopen week doodgegaan onder veel gekrakeel over en weer tussen de geleerden die zich ermee bemoeid hebben, de overheden en de sponsors. Spektakel van de moderne tijd.
Dertig jaar geleden, op 3 november 1996 om precies te zijn, strandde een mannetjes-potvis van 16 ton aan op het wad bij Terschelling. De volgende ochtend om 7 uur (zo vroeg vanwege het getij) stonden de Rotterdamse politiefotograaf Rob Doolaard en ik op de kade in Harlingen om mee te varen met het patrouilleschip P96 ‘Leendert Donker’ om het beest te gaan bekijken. (Inmiddels was het al een kadaver, niet meer te redden, gelukkig maar). De bemanning van de P96 vond het wel best: in plaats van grenscontrole varen was hun taak voor die dag en de volgende dagen omgezet in: stropers weghouden. Eén was hen voor geweest: een oogarts van de universiteit Groningen had het linkeroog van het dier er al uitgesneden voor onderzoek, foei toch, in naam der wetenschap! De universiteit van Leiden, waar bijzondere vondsten standaard gemeld worden, was haar expeditie nog aan het voorbereiden, maar volgens schipper Ynia waren het vooral trofeeënjagers die, als ze de kans kregen een tand of een heel stuk van het gebit (of zijn piemel!) mee kwamen nemen.
Een paar dagen patrouillevaren vond de bemanning wel leuk.
Toen we aankwamen bij het kadaver was het vloed, en stak alleen de rugvin boven water. De P96 ankerde, en er was koffie, en taart en koek, en we wachtten tot het hele dier op het zand lag. Rob was al eerder in waadpak van boord gegaan. Droog staand naast het enorme kadaver viel het mij op dat het nog niet erg stonk, maar wel dat je allerlei gepruttel en gesis uit het enorme karkas hoorde komen: in het isolerende spekpak bleef het daarbinnen voorlopig lekker warm en waren de ingewanden dus hard aan het werk.
Toen de vloed weer opkwam, mocht de politieboot terug naar de haven: ‘s nachts bij hoog water was er voor stropers ook niks te halen. Vier dagen heeft de politie het kadaver beschermd totdat het weggesleept kon worden om het te ontleden.
Otto Beaujon








