Afbeelding

Maria van den Hondel: ‘Mijn leven is een gevulde koek’

Door: Aad Kuiper Algemeen

Je zou er jaloers op worden, de levenslust en de levenskunst van Maria van den Hondel. En nog steeds haar enthousiasme om weer iets nieuws te bedenken. Ondank haar 86-jarige leeftijd zit ze nog steeds vol plannen en geniet ze nog van elke dag. Ze heeft het van haar moeder, denkt ze, maar ook heeft ze heel veel aan haar vader te danken, hoewel die meestal wat serieuzer was. Maar laten we bij het begin beginnen van Maria van den Hondel, die zowel in Haastrecht, waar ze leerkracht was, als in Papekop, waar ze alweer tijden woont, actief was, en nog steeds is, op allerlei gebieden.

Maria werd geboren in 1938 op de Nieuw Haven in Gouda. “We hadden een groot gezin, met zeven kinderen. De oudste en de jongste waren jongens en van de vijf meisjes was ik precies het middelste meisje. Mijn vader had een slijterij en een wijnhandel. Hij werkte hard, altijd, want hij wilde ons allemaal de kans geven om te leren en was heel streng, maar wel lief. Mijn moeder - ze kwam uit Delft - was heel leuk; ze kwam uit een gezin waar ze altijd muziek maakten. Dat kwam omdat de Franciscaner kerk een grote rol speelde; de leden van die orde leefden heel simpel, maar maakten wel veel plezier. En de kerk speelde toen een grote rol. Mijn moeder deed aan operettes en er werd thuis heel veel gezongen.”

School en spelen

“De ‘voorschool’ was er voor kinderen van de Kleywegparochie en de ‘achterschool’ de kinderen van de Gouwekerkparochie werden allemaal naar de ‘achterschool’ in de Peperstraat gestuurd. Uiteindelijk was die school in de Peperstraat veel leuker. Ik ben wel vaak in het water gevallen. Eén keer met een fiets die ik geleend had, maar ik kón helemaal niet fietsen. En op dat water kwam een riool van het ziekenhuis uit, waardoor er allemaal bloed en troep in het water lag.” Maria rilt nog bij de gedachte daaraan. “Gelukkig haalde iemand die in de stroopwafelbakkerij ertegenover werkte, me eruit. Mijn vader werd boos en ik moest zonder eten naar bed, maar mijn moeder kwam me later stiekem toch nog wel wat brengen.”

“Ik was een typisch buitenbeentje; iedereen bij ons was blond, alleen ik was donker. En omdat ik steeds maar in het water viel, moest ik op zwemles. Lopen, hè! ‘s Morgens voor schooltijd. Met een jongens- en een meisjeskant. En toen ik naar het diepe kon, mocht ik er weer af, want toen kon ik zwemmen, vond mijn vader. En daarna ben ik nooit meer in het water gevallen!”

“Het was toen oorlog en we hadden niet veel. We maakten van klei kleine bolletjes en lieten die drogen in de zon en dan hadden we knikkers. Die verfden we natuurlijk wel. En we konden hinkelen - een hinkelbaan tekenden we met brokken kalk die overbleven van de pijpenmakerij in de buurt - tollen, touwtjespringen - met een zweep die we met een stokje van een kleerhanger maakten; vader boos - verstoppertje spelen, bussie-trap en ik begon van lezen te houden.”

Familie

“We wisten het al, maar het blijkt ook nu weer dat we een sterke familie zijn, want de oudste van mijn broers en zussen is nu 95 en de jongste 75 en nog maar vrij kortgeleden is mijn eerste zus overleden. En we hebben ook via een app nog steeds veel contact met elkaar. Mijn vader was een beetje zorgelijk, serieus, soms zelfs een beetje somber, maar mijn moeder was altijd vrolijk en er werd veel gelachen in huis. Mijn vader heeft in zijn vrije tijd nog wel de HBS gehaald en zelfs zijn accountantsdiploma. Op een na zijn alle kinderen in het onderwijs terechtgekomen. En hij was er trots op dat zijn jongste zoon professor werd, in de biochemie. Mijn moeder had eigenlijk verpleegster willen worden, maar was niet zo sterk. Ze heeft bij Vroom gewerkt. In het witvak. Mijn zoon is huisarts geworden en mijn kleinzoon studeert nu ook medicijnen.”

“Wat ik me verder herinner zijn de erg leuke sinterklaasvieringen met enorm originele surprises en dat we tijdens de oorlog eigenlijk gewoon een beetje op dezelfde manier doorleefden. We zongen toen af en toe: ‘bombardement en luchtgevaar’ met nog een heleboel zinnen er achteraan; mijn moeder had wel voor een ‘veilige plek’ in huis gezorgd, wat we erg spannend vonden. Mijn vader deed veel aan ruilhandel: drank voor voedsel. Er hebben heel wat mensen bij ons kunnen eten.”

Kostschool

“Met schoolzwemmen ben ik een keer heel hard gevallen, zodat ik buiten westen raakte en naar het ziekenhuis moest. Toen bleek daar dat ik een nierbekkenontsteking had, een geluk bij een ongeluk. Mijn moeder kwam iedere middag naar het St. Jozefziekenhuis lopen om me op te zoeken. Ik was heel jong naar school gegaan, want, hoewel ik van 12 oktober ben, mocht ik toch al naar school op mijn vijfde. En toen ik een jaar of tien was moest ik naar kostschool. In Bodegraven, want daar zaten al twee zussen van mij. In het begin op kostschool was ik dus heel verlegen. Gelukkig mocht mijn oudste zus me komen toedekken. Maar ik bleef zitten en toen was ik ineens de oudste in de klas en kwamen al mijn talenten boven drijven: ik verzon toneelstukjes, ik regelde ook dat ze werden opgevoerd, ik zorgde bijvoorbeeld met crêpepapier voor kaboutermutsen, ik schreef mijn tante in Delft, die coupeuse was of ze een feeënjurk voor me kon maken en zij was er een van de vrolijke familie, dus kwam die jurk er. Ik heb in veel stukjes gespeeld, heb mezelf ‘vuur eten’ geleerd, heb bedacht hoe we een schimmenspel konden spelen en nog veel en veel meer. Maar ik werd na verloop van tijd ook steeds brutaler. Normaal mocht je om de zes weken een weekend naar huis, maar soms moest ik voor straf een weekend overslaan; maar dat bleek best gezellig met de schipperskinderen. Mijn vriendinnetje daar en ik hadden op een gegeven moment een vriendje. Dat waren misdienaars in de kapel met wie we briefjes uitwisselden. En als we zondags gingen wandelen mocht ik soms voorop en zorgde ik ervoor dat we als ‘kostkippen’ langs het station liepen, waar de ‘buitenblèren’ te vinden waren. Maar vlak voor het eindexamen liep het de spuigaten uit en werd ik van kostschool gestuurd.”

Vrijheid

“Het eerste en enige wat mijn vader zei was: ‘Heb je nou je zin?!’ Maar onderweg naar huis voegde hij eraan toe: ‘Als je ergens mee zit, kun je altijd bij me terecht!’ Gelukkig had mijn vader, die veel voor de kostschool had gedaan, kunnen regelen, dat ik mijn mulo daar wel af kon maken. “

“Wat een vrijheid. Ik genoot ervan! Ik kreeg thuis een klein kamertje met een bureautje, een bed en een boekenplank, want ik was dol op lezen. Ik heb eerst die mulo afgemaakt en toen ging ik naar de kweekschool in Rotterdam: Sint Lucia. Iedere dag lopen naar het station, vaak te laat op school - ‘ja, de trein had vertraging’ - en ook daar heb ik weer vaak opgetreden en het enorm naar mijn zin gehad. Soms had ik een minder leuke stage, maar vaak ook heel leuke plekken. Ik kon me uitleven. En vriendjes had ik toen ook al; zij hielpen mij bij mijn werk voor school en andersom. Bij het examen hebben we voor alle leerkrachten een beetje een dubbelzinnig lied gemaakt.” Maria kent de tekst van het lied voor zuster Augusta nog uit haar hoofd en begint het te zingen. En vervolgens herhaalt ze met een twinkeling in haar ogen dat haar leven toch echt wel een gevulde koek is en ze veel, heel veel geluk heeft gehad. “Ik ging regelmatig met een zus fietsen naar de speeltuin in Haastrecht. Ik zag daar de school staan en toen ik opperde om daar te gaan vragen of ze een baantje voor me hadden zei mijn zus: ‘Dat durf je nooit.’ Maar dat moet je tegen mij niet zeggen. En als reactie kreeg ik: ‘Dat is ook toevallig, want we zoeken juist iemand.’ En uiteindelijk mocht ik twee dagen later al beginnen. Ondanks dat ik mevrouw had gezegd en natuurlijk zuster had moeten zeggen.”

Het leukste werk dat er is

“48 kinderen zaten er in klas drie. Ik droeg zo’n wijde rok met petticoats eronder. Zitten op zo’n verhoging, dat ze podium noemden. Een bureau met een klep. Ik begon tot verbazing van de kinderen met een liedje. En we hebben veel aan handenarbeid gedaan. Het resultaat op de muur getimmerd, want prikborden waren er nog niet. En er werd ook hard gewerkt en heel veel voorgelezen; als beloning. En als ik met de bus naar huis ging brachten de kinderen me naar de halte. Ik had het zo naar mijn zin. Maar toen ik getrouwd was moest ik stoppen met werken; dat hoorde zo. Ik heb destijds alle Tweede Kamerleden geschreven om dat verbod uit de wet te halen en gelukkig is dat later gebeurd. Ik heb ook nog een tijdje, toen Marcel vier jaar was geworden op een huishoudschool gewerkt; daar heb ik een aantal veranderingen mogen doorvoeren in de avo-vakken. Maar later ging ik toch weer terug naar Haastrecht, want dar lag mijn hart.”

Het liefdesleven

“Toen ik net in Haastrecht werkte, kwam mijn eerste verkering me halen. Op de scooter. En hij had een zeilboot. Ik had hem op dansles ontmoet. Tegen de kinderen zei ik dat het mijn broer was, maar later hoorde ik dat ze dat niet geloofd hadden; ha, ha. Hij kon ook heel goed pianospelen - later hadden we zelfs een vleugel in huis. Maar toen we dus trouwden, moest ik stoppen met werken en we gingen wonen op een zolderkamer in het hotel dat zijn ouders in Reeuwijk tegenover de plassen hadden en al snel beviel ik van een fantastische zoon. Na een half jaar hadden we een eigen huis, waar veel aan moest gebeuren; de hele familie Van den Hondel kwam helpen. En toen ik weer ging werken, hebben we wel een afwasmachine gekocht. Ed deed niet zo veel in huis, maar als er iets kapot was kon hij het wel maken, want hij was héél handig. Acht jaar later verhuisden we naar ‘mijn droomhuis’, hier in Papekop. Zo tegen het einde van mijn werkzame leven kochten we een boot om de wereld rond te zeilen, maar hij bleek dat niet met mij te willen doen, maar met zijn nieuwe liefde. Ik heb daar heel lang last van gehad, heel lang …”

“Ondertussen volgde ik vaak creatieve cursussen en zo heb ik Jan van Ipenburg leren kennen. Hij is beeldhouwer. En hij heeft me na die nare periode goed gesteund in het verwerken van mijn verdriet en … hij is nog steeds in mijn leven; maar het is inmiddels veel meer dan een gewone vriendschap. We hebben al heel veel jaren een heel fijne latrelatie.”

“De kleinkinderen kwamen hier gelukkig heel graag logeren. Maar …….ze moesten wel oude kleren aan, want er werd vaak gewerkt met verf en klei en zand en dozen. Ze mochten ook slapen in de achtertuin, als ze hun tent meebrachten. De achterdeur moest dan wel openblijven. Eens stonden ze midden in de nacht, bibberend op de mat met de slaapzak om, omdat het zo hard regende en soms zelfs onweerde. Toen kregen ze warme melk en stopte ik ze lekker in hun logeerbedden.”

De reislust en andere activiteiten van Maria

“Toen dat ‘rond de wereld zeilen’ niet doorging heb ik met een vriendin een poos door Indonesië rondgetrokken en heb ik later met een andere vriendin de ‘Mayaroute’ in Mexico gevolgd, waar een bezoek aan Isla Mujeres, bekend onder de naam vrouweneiland, heel veel indruk heeft gemaakt; nu is dat heel toeristisch. Ook heb ik (bijna) alle landen rond de Middellandse Zee bezocht. Heel bijzonder was het slapen in de woestijn onder een prachtige sterrenhemel en het bezoeken van verschillende oases. En zo heb ik, na mijn werkzame leven nog heel lang in het bestuur van de GVO gezeten, ruim tien jaar voor Radio Midland FM interviews en verslagen gedaan van festiviteiten in Oudewater, maar ook samen met Jan veel musea bezocht.

Daarnaast zat ik hier in Papekop, o.a. samen met de bovenmeester (Albert Dening, red.), in het ‘Dorpscomité’ en heb zo’n tien jaar geleden het koor ‘Papekop zingt weer’ opgericht. Daar was ik in het begin dirigent van; nu zing en swing ik er alleen nog maar. En de ‘ouwewijvengym’ van Jelle is hier nu ook afgelopen Maar Nordic walken doe ik nog graag, (wel de variant ‘speciaal voor de mensen die de normale trainingen toch iets te veel vinden’, red.) Ik doe dus nog steeds van alles en met veel plezier… en natuurlijk heel veel samen met Jan.”

Nog lang niet klaar

Omringd door heel veel zelfgemaakte ‘beelden’ (een ‘reisbeeld’, ‘dromen’, mooi gefotografeerd door Kees Meijerink, een ‘borstenbeeld’, haar kleinkinderen, en nog veel en veel meer) en kunst van anderen, waarbij ze ook allerlei verhalen heeft, laat Maria van den Hondel weten dat de oorlogsdreiging haar wel dwarszit, maar ze schakelt ogenblikkelijk weer over naar iets positiefs: “We hebben een Diemerbroekapp en als het nodig is zorgen we voor elkaar; we hebben een band. En Oudewater is heel gezellig, zeker met kerst met die verlichte straten van Oudewater Vitaal. Maar wat ik mis is een soort huiskamer, waar je gewoon voor niet al te veel een kop koffie kunt drinken en de krant lezen en gezellig met anderen praten. Je kunt wel afspreken in een horecagelegenheid, maar dat is niet voor iedereen mogelijk en vervolgens moet je met iemand afspreken en het is juist zo leuk om anderen tegen te komen. Een echte ‘huiskamer van de stad’ waar iedereen zomaar binnen kan lopen, een ‘huiskamer’ met een grote tafel in het midden. Zo’n beetje als ze in de telefoonwinkel hebben.” Maria van den Hondel is nog steeds op velerlei manieren creatief bezig, zo ook met dit idee; ze ziet het als het ware voor zich en geniet bij voorbaat. “Met elkaar en voor elkaar”, roept ze me nog na; typisch Maria van den Hondel.

Zo om en nabij de tachtig

Zo om en nabij de tachtig is een serie verhalen van en over mensen uit de streek die, de titel zegt het al, zo om en nabij de tachtig zijn.
Hoe zag hun jeugd eruit, en wat gebeurde er in hun pubertijd en als jongvolwassene? Hoe verliep hun werkzame leven en hoe zat het met relaties en familie?
En wat deden ze in hun vrije tijd en deden zich bijzondere momenten in hun leven voor?
En, ten slotte, hoe kijken ze naar het heden en de toekomst?

Maria van den Hondel te midden van enkele van haar creaties.
‘De gevulde koek’ van Maria van den Hondel in klei.
Maria als kind met een Goudse pijp.
Maria (midden) geflankeerd door een tweetal zussen.
Na kostschool bezig met het inrichten van haar kamertje thuis.
Toen ze juf in Haastrecht was.
De jonge blom.
Op een van haar vele reizen.
Afbeelding
Afbeelding
De wereld is een taart - deel 2 4 uur geleden
Organist Bas Koster op het monumentale Van Damorgel.
Koningsdagconcert in Hervormde kerk 22 uur geleden
In 2025 was het ook mooi weer. Hopelijk dit jaar ook.
Romeinse spelen in Hekendorp gisteren
De trays werden gelijk goed in gebruik genomen.
Groene daken vinden hun weg naar Montfoort 25 apr, 12:00
Er waren tientallen kramen met een ruime keuze aan gebruikte spullen.
Hoge opbrengst op Rommelmarkt Protestantse Gemeente 25 apr, 10:00
Afbeelding
Doof 25 apr, 09:00
Gemeentebestuur Oudewater verhuist naar Marktstraat 8.
Gemeentebestuur Oudewater verhuist naar Marktstraat 8 24 apr, 20:00
Koor.
Feestelijk jubileumconcert vrouwenkoor Ludiek 24 apr, 19:00