
Veel vragen, weinig antwoorden: bewoners kritisch over windpark Cattenbroek
Door: Sjoukje Dijkstra Algemeen“Hoe groen is groen?” Die vraag bleef hangen na afloop van de inloopavond over het mogelijke windpark bij de Cattenbroekerdijk, Reijerscop en de Blindeweg. Zo’n 150 omwonenden kwamen vorige week af op de bijeenkomst die werd georganiseerd door Pure Energie, initiatiefnemer van het windproject, waarbij maximaal vier windmolens met een hoogte van 280 meter moeten verrijzen rond Oudewater en Linschoten. “Zo hoog als de Eiffeltoren! Dat is niet niks”, aldus een kritische inwoner. Hoewel de avond bedoeld was om zorgen weg te nemen, bleven veel vragen onbeantwoord. Vooral over gezondheidseffecten, netcapaciteit en eigenaarschap leeft grote onzekerheid.
Omgevingsmanager Pieter Oosterhof probeerde de plannen van Pure Energie uit te leggen. “We zijn nog vroeg in het proces. We hebben een idee, maar dat hangt af van de provincie en gemeente”, zei hij. Pure Energie wil het park ‘samen met de omgeving’ ontwikkelen en belooft daarvoor een omgevingsraad op te richten. Die moet meedenken over zaken als slagschaduw, geluid en ecologie.
Maar juist op die punten ontstond tijdens de avond de meeste scepsis. “Wij houden ons aan de geluidsnormen die in Nederland gelden. Dat betekent dat mensen daar tot op zekere hoogte last van mogen hebben”, legde Oosterhof uit. Een opmerking die bij meerdere aanwezigen de wenkbrauwen deed fronsen. Ook over de gezondheidsrisico’s van windmolens, zoals fijnstof en slijtage van rotorbladen, heerst verdeeldheid. “De deeltjes die vrijkomen bij slijtage zijn zo klein dat ze niet te meten zijn. Overal komen kunststofschilfers in de natuur terecht, een windmolen voegt daar niet veel aan toe”, zei Oosterhof. Volgens hem gaan windmolens zo’n 25 tot 30 jaar mee en worden beton en staal gerecycled. De wieken - van epoxyhars en kunststof - zijn moeilijk te verwerken, “maar binnen vijf tot tien jaar komen er technieken om dat beter te doen.”
Een ander punt van zorg is het stroomnet. Dat zit in deze regio al aan z’n maximumcapaciteit. Oosterhof erkende dat het een probleem is: “Wat in het klein geldt, geldt ook in het groot. Soms moet je betalen om stroom terug te leveren.” Tegelijk sprak hij over het oprichten van een lokale energiecoöperatie, waarvan nog onduidelijk is wie die zou moeten beheren. “We willen graag met een energiecoöperatie uit de omgeving samenwerken, en langdurig eigenaar blijven van het park. Maar dat is afhankelijk van de vergunningen en de rol van de gemeente”, aldus Oosterhof. In theorie kan de gemeente een aanbesteding doen, maar het project zou ook direct aan Pure Energie gegund kunnen worden. “De provincie kan de gemeente op meerdere gebieden overrulen”, waarschuwde hij.
Niet iedereen was overtuigd. De belofte van lokaal eigenaarschap klinkt sympathiek, maar voelt voor sommigen als een papieren constructie. En wat als de windmolens er eenmaal staan? “Dan zijn de zorgen blijvend, maar de zeggenschap verdwenen”, klonk het uit het publiek.
Ook het verhaal over lichtvervuiling werd kritisch ontvangen. Rode waarschuwingslampen op turbines zouden volgens Oosterhof grotendeels uit kunnen blijven. “Vliegtuigen zenden een signaal uit, dat door de windmolens wordt opgevangen. Dan blijft het lampje uit, tenzij er een vliegtuig in de buurt is. Voor Montfoort betekent dat 70 tot 80 procent van de tijd geen rode lampjes.” Of dat ook zo uitpakt, moet nog blijken.
Volgens Oosterhof zijn veel bezwaren gebaseerd op halve waarheden. “Er zijn mensen die zeggen: ik vind het niet leuk, maar we hebben wel groene stroom nodig.” Maar de onderliggende vraag blijft: hoeveel zekerheid en zeggenschap krijgen bewoners in ruil voor de molens in hun achtertuin?
Een bezoeker vatte het gevoel samen: “Ze verkopen een mooi verhaal, maar ik heb het idee dat ze al lang weten waar de molens moeten komen. Onze invloed is dan vooral voor de vorm.”















