
Kinderboekenweek 2026
Door: Wim Klever AlgemeenVan 30 september tot en met 11 oktober is er de Kinderboekenweek. Geen overbodige luxe. Kinderen lezen minder dan vroeger. Sociale media en games vullen grotendeels de vrije tijd. Ook bieden digitale media direct vermaak, een boek lezen vergt meer geduld en inspanning. Wie niet graag leest, doet het minder. Wie minder leest, oefent minder en gaat de taal minder goed begrijpen met alle gevolgen van dien. Gelukkig lezen volwassenen niet minder dan voorheen.
Andere tijden dan vroeger, logisch, toen waren er geen smartphones en pc’s. Dus dat is voor een oudere makkelijk praten. Maar dat maakt het niet minder belangrijk. Vroeger sprak veel lezen voor zich. Zelf herinner ik me dat ik op de lagere school zeker vijf boeken per week las. Wel stiekem ‘s nachts. Lang leve de bibliotheek! Op de Franciscusschool in Oudewater (wie kent die nog) was er periodiek een soort schoolkrant, nog ouderwets gestencild. Daarin stonden ook bijdragen van leerlingen. Zo ook mijn verhaal dat destijds bekroond werd; een verhaal om voor te lezen aan de kleintjes, zo schreef de redactie er toen bij. In het kader van de Kinderboekenweek: veel plezier ermee!
Kabouter Krulhaar naar de mensen
Krulhaars wens
Diep onder de grond woonde eens een kabouter, Krulhaar heette hij. Hij had een groot verlangen, om een keer naar de mensen te gaan die boven de grond woonden. Hij wilde eens de zon zien en hoe de mensen leefden. Hij nam een besluit: hij zou naar de koning gaan en vragen of hij wist hoe je naar boven moest komen. Zo in gedachten verzonken liep hij in de gangen van het onderaards paleis. Even later stond hij voor de koning. “Dag majesteit de koning”, zei Krulhaar, “weet u een weg naar de mensen?”. “WAT?” zei de koning… Hij dacht even na, streek over zijn baard, en zei “Vooruit dan maar, ga maar mee”.
Ze liepen naar de schatkamer van de koning, de koning liep voorop. Nu stonden ze voor de deur van de schatkamer. De koning opende de deur, knarsend ging hij open… Krulhaar kon zijn ogen niet geloven, wat een rijkdom! Gouden en zilveren staven, diamanten, robijnen en andere kostbare dingen! Krulhaar stond als verdoofd, tot de koning hem op zijn schouder tikte. De koning liep de kamer in en opende een luik. Hij zei: “als je deze gang in gaat, kom je bij de mensen. Krulhaar knikte en ging door het luik. De koning sloot het luik.
Krulhaar bij de mensen
Kabouter Krulhaar stond in de gang. Het was er donker. Maar Krulhaar, net zo groot als je duim, was niet bang! Wat denk je wel! Hij was nog jong, pas 900 jaar! Hij liep door de gang. Een uur, twee uur, drie uur… Hij had al vijf kilometer gelopen (kabouterkilometers). Hij keek voor zich uit en wat zag hij? Daar bij de volgende bocht zag hij een licht! Het kwam steeds dichterbij, Krulhaar was nu wel bang! Oef!!! Het was maar een vuurvliegje. Hij liep door en kwam bij een deur, het einde van de gang. Hij deed de deur open en zag… de zon! En de bloemen, en het gras, en frisse lucht! Wat machtig, Krulhaar keek zijn ogen uit. In de verte zag hij ook mensenmeisjes bloemen plukken en mensenjongens voetballen. Krulhaar zag een lekke bal met een scheur erin. Hij dacht: “daar ga ik in wonen”. Hij stapte erin en ging de bal bewoonbaar maken.
Krulhaar wil weer terug
Krulhaar vond het nu gezellig in de bal, en woonde er met veel plezier. Tot er twee jongens aankwamen. “Oei” dacht Krulhaar, “als ze maar niet gaan voetballen”. Maar de jongens gingen wel voetballen!!! De eerste jongen gaf een trap tegen de bal. De tweede jongen nu ook. Dat ging door tot de bal in de sloot kwam. De jongens gingen teleurgesteld weg.
Hoe was het met Krulhaar? Die zat helemaal suf in de bal. Na een poosje ging het weer een beetje. De bal was nu halfgevuld met water. Krulhaar klom eruit. Hij had wel zwemmen geleerd, maar alleen in moeders grote badkuip. Enfin, hij zwom naar de kant. Toen voelde hij pas hoeveel pijn hij had. Hij liep met moeite naar de verborgen deur van de gang en ging weer terug naar de koning. Eén kilometer, twee kilometer, drie kilometer, vier kilometer, vijf kilometer, maar toen was hij er. Hij opende het luik en zei tegen de koning: “NOOIT meer ga ik naar boven, je rolt er veel te veel!”.















