
Vlucht naar voren
Door: Otto Beaujon AlgemeenDe wielersport was mijn ding, sinds ik zomer 1958 Rik van Steenbergen het na-tourcriterium van Brussel zag winnen! Zo’n beer van een vent die de sprint won (hij had al drie keer het wereldkampioenschap gewonnen), zoveel juichend publiek voor iemand die naar ik later begreep een vedette was, dat was voor mij op dat moment vele malen boeiender dan Fortuna ‘56 waar Pa en ik op zondagmiddag gingen kijken. Van Steenbergen was een persoonlijkheid zonder weerga, en een indrukwekkende atleet.
De wielersport heeft sinds de oertijd van de fiets (1865) vele vedetten gekend, het is het bestaansrecht van de sport; want als er niemand kwam kijken, als er geen verhitte polemieken waren over winnen en verliezen, over eerlijk of oneerlijk dan was de wielersport zoiets als tafeltennis.
Kleine en grote wielrenners hebben met alle macht en middelen geprobeerd de winst naar zich toe te trekken. Sommige (bijvoorbeeld Tom Simpson, Frank Vandenbroucke) zijn er letterlijk aan dood gegaan. Sommige renners probeerden dat in hun eentje, andere hadden een heel medisch en fysiologisch team bij de hand om te zorgen voor de juiste ingrediënten op het juiste moment. Het is ook goed om vast te stellen dat de officiële instanties (de UCI) altijd een stap achter liepen, omdat elk middel (of procedure) pas verboden kan worden nadat het bestaan ervan is vastgesteld (denk aan bijvoorbeeld Bjarne Riis, aan Jan Ullrich, aan Lance Armstrong).
Uitgaande van de goede trouw moet het oneerlijk spel vanzelfsprekend eerst aangetoond worden, maar sommige prestaties vallen zodanig uit de toon dat er bedenkingen ontstaan.
Neem Pogacar, het huidige wonderkind van de wielersport. Nog nooit eerder prestaties met zulke vernederende tijdsverschillen dan bij de twee dozijn wedstrijden waar de vedette jaarlijks aan deel neemt en die hij allemaal wint. De UCI vond het de afgelopen Tour de France nodig Pogacar en zijn rivaal Vignegard (tegen hun eigen UCI-reglement in) ‘s nachts een bloedmonster af te nemen om vast te stellen of ze gebruik maakten van een middel om de veronderstelde nachtelijke afbraak van verboden middelen aan te kunnen tonen.
De discussie in de pers ging in ‘t geheel niet over de uitslagen van die tests maar alleszins over de brutaliteit om de twee renners uit hun slaap te halen.
Tien dagen geleden viel Pogacar ineens van zijn stokje met een harde smak tegen de straat, geen opvangreflex, en hij hield er een gebroken nekwervel, een sleutelbeenbreuk en een paar gebroken middenhandsbeentjes aan over. Even niet bij de les, en hij ging gewoon versuft tegen de straat.
Het officiële commentaar: hij viel over een scherpe steen (op het asfalt!) die hij niet gezien had. Overigens had niemand die ‘steen des aanstoots’ opgepakt en meegenomen, en die steen was er dus gewoon niet. Na twee dagen ziekenhuis meldde het persbericht dat P. dolgraag over twee weken in Canada zijn wereldtitel wilde verdedigen. Na een week ziekenhuis meldde het persbericht dat P. dit jaar niet meer aan wedstrijden deelneemt en afgelopen vrijdag meldde het persbericht dat P. voor zes jaar heeft bijgetekend.
Een vlucht naar voren, noemen ze dat.
Otto Beaujon
















