
Skivakantie: saamhorigheid en schnitzels
Door: Sjoukje Dijkstra AlgemeenIn de voorjaarsvakantie zijn wij weer een midweekje naar Winterberg geweest, samen met onze puberzonen. In dit gebied moet je een beetje geluk hebben met de sneeuw. Als het je gegund is dat er vlak vóór vertrek of tijdens je verblijf genoeg sneeuw valt, kun je er een fantastische tijd hebben. En dat geluk hadden wij. Het was bovendien goed koud. Op een dag sneeuwde het zelfs bijna onafgebroken, waardoor we maar wat blij waren met onze nieuw aangeschafte skibrillen. Onze jongens hadden die eerdere jaren al en volgens ervaren wintersporters konden mijn man en ik er ook wel eentje gebruiken om onze helmen wat hipper te maken.
Mijn man kon sowieso wel een upgrade in wintersportkleding gebruiken; hij droeg nog steeds het pak dat we ruim twintig jaar geleden voor hem hadden gekocht. Helemaal in het nieuw gestoken sjeesde hij dit jaar moeiteloos over de prachtige pistes. Ikzelf ben wat voorzichtiger aangelegd. Met bewondering kijk ik altijd naar de kleinste kinderen die in volle vaart naar beneden suizen en hun benen behendig parallel van links naar rechts bewegen. Terwijl ik me vooral concentreer op het netjes houden van mijn ski’s in de bekende pizzapunt, raast er steevast weer een snowboarder langs me heen. Dan hoop ik maar dat hij niet net een puntje van mijn ski’s meepakt, want dat is genoeg om languit op de piste te belanden.
Toch ben ik deze vakantie maar één keer gevallen, en daar ben ik best trots op. Terwijl manlief en onze oudste met vloeiende bewegingen de voor mij iets te steile berg af gleden, bleef onze jongste keurig achter mij skiën. Zonder dat ik daar toestemming voor had gegeven, kregen mijn ski’s ineens een vaart waar ik geen raad mee wist. Ik zag geen andere optie dan me te laten vallen, waarna ik nog een paar meter tollend de piste af gleed. Met mijn fancy skibril onder de sneeuw zat ik even bij te komen, toen mijn jongste naast me stond. “Zo hee mama, jij bent even een heel stuk naar beneden gekletterd!”
In zo’n week zie je heel wat kamikazes voorbij komen. De sneeuwscooters met een slee erachter hebben het druk met het oprapen van mensen en het vervoeren van gewonden naar de ambulance onderaan de berg. Gelukkig zijn de meeste incidenten onschuldig. Zo stonden wij eens in de rij voor de lift toen er een groepje skiërs met een instructeur naast ons aansloot. Twee jongedames verloren hun evenwicht, waarbij één van hen tegen het met touw gevlochten hekje aanviel. Mijn behulpzame en charmante man reikte haar snel zijn skistok aan om haar overeind te helpen. In plaats daarvan trok ze met een ruk de stok uit zijn handen, viel achterover over het hekje, bleef met haar skischoen haken en lag vervolgens op haar rug met één been in de lucht. In haar geval had ik het niet droog gehouden, maar zij, en de rest van de rij, lag juist dubbel van het lachen.
Tussen de middag laden we ons meestal op met een warme maaltijd, waarbij de schnitzels natuurlijk in iedere tent getest worden. En over opladen gesproken: voor zo’n klein weekje skiën met elkaar mogen ze mij nog wel een aantal jaren meenemen.
Mireille van der Ham















