
Montfoort slaat alarm over provinciaal stikstof- en waterplan
Door: Sjoukje Dijkstra Algemeen‘Straks wordt de helft van onze boeren vleugellam’
De gemeente Montfoort luidt de noodklok over het provinciale Programma Landelijk Gebied (PLG). Wat op papier klinkt als natuur- en stikstofbeleid, kan in de praktijk neerkomen als een mokerslag voor boeren, landschap en voedselproductie. Wethouder Wim van Wikselaar spaart zijn woorden niet. “Als die stikstofnorm wordt vastgelegd, wordt bijna iedere boer die daar niet aan voldoet vleugellam. In deze omgeving is dat meer dan de helft!”
De gemeente diende een zienswijze in nadat het definitieve provinciale plan op tafel kwam. In dat plan staat in grote lijnen hoe de provincie de doelen voor stikstof, natuur, water en klimaat wil halen in het buitengebied. Concreet betekent dat onder meer dat de stikstofuitstoot fors omlaag moet, met een reductie van rond de 46 procent. Er ligt bovendien een norm op tafel van maximaal veertig kilo ammoniak per hectare. Boeren die daar niet aan voldoen, moeten hun bedrijf aanpassen, inkrimpen of lopen het risico hun vergunning kwijt te raken. Tegelijk wil de provincie op sommige plekken het waterpeil verhogen om bodemdaling en natuurproblemen tegen te gaan. Voor agrariërs kan dat betekenen dat land te nat wordt om nog goed te bewerken. Ook wordt ingezet op meer natuur, natuurstroken en weidevogelgebieden, wat invloed heeft op het gebruik van landbouwgrond. Alles bij elkaar vormt dat volgens de gemeente een pakket maatregelen dat diep ingrijpt in het voortbestaan van boerenbedrijven en het gebruik van het buitengebied.
Veertig kilo stikstof en je bedrijf staat stil
Volgens Van Wikselaar ontbraken juist de zwaarste onderdelen lange tijd in eerdere versies van het plan. “Het laatste stuk, met name stikstof en water, zat er niet compleet in. Dat bleef stil. Pas toen het document was vastgesteld en naar buiten kwam, konden we echt zien wat erin stond. Dan ga je lezen, ga je praten met de sector en dan zie je pas de echte impact. Het maakte mij in ieder geval erg ongerust.”
De kern van de zorgen zit in de voorgestelde stikstofnorm. “Als die norm wordt vastgelegd in de omgevingsverordening, betekent dat feitelijk dat bijna iedere boer die daar niet aan voldoet vleugellam wordt. Dan is je bedrijfseconomisch perspectief weg. Je hebt eigenlijk geen vergunning meer.” Volgens hem ontstaat daarmee een nieuwe groep boeren zonder toekomst. “Ze willen PAS-melders helpen, maar creëren hiermee een andere groep die ook vergunningsloos wordt. Die moeten dan enorme aanpassingen doen om weer te mogen bestaan. Die impact is gigantisch.”
Eerst boeren weg, dan pas bouwen
Volgens de wethouder raakt dit niet alleen boeren, maar ook inwoners. “Wat merkt de burger? Dat boederijen niet meer functioneren. Dat landbouwgrond moet wijken voor nieuwe natuur. Terwijl juist die boeren nu het landschap en de natuur onderhouden.” Verdwijnen boeren, dan verandert het buitengebied ingrijpend. “Dat onderhoud gebeurt dan niet meer. Dan moet een andere partij dat gaan doen. Maar die hebben nu al moeite om hun eigen beheer op orde te houden.” Ook natuurbeheer, zoals weidevogelbeheer, kan volgens hem hierdoor juist onder druk komen te staan.
De provincie koppelt stikstofreductie aan woningbouw. Minder uitstoot zou ruimte geven om te bouwen. Van Wikselaar plaatst daar kanttekeningen bij. “Er wordt continu gezegd dat we niet kunnen bouwen door stikstof. Maar in Montfoort bouwen we gewoon duizend woningen. Daar ligt het niet stil.” Volgens hem zit het verband anders. “Die stikstofruimte komt pas vrij als er echt een rij boeren stopt. Dus eerst moet de sector kapot, dán kun je bouwen. Dat is niet één op één geregeld.”
Moeras
Exacte aantallen zijn lastig te geven, maar de orde van grootte is volgens hem duidelijk. “Wij hebben grofweg zo’n 75 agrariërs. Hoeveel uiteindelijk onder die veertig kilo komen weet ik niet precies. Maar uit rapporten begrijp ik dat het veel minder dan de helft is.” Met andere woorden, een meerderheid haalt de norm nu niet.
Naast stikstof speelt water een tweede hoofdrol. “Als je het waterpeil overal op hetzelfde niveau zet, terwijl er hoogteverschillen zijn, betekent dat dat delen onder water komen.” De gevolgen zijn volgens hem groot. “Weg land. Weg productie. Weg natuur. Het wordt gewoon te nat om te bewerken. Een soort moeras.” Alternatieven zoals natte teelt overtuigen hem niet. “Daar zijn ook niet echt succesnummers van te zien.”
Boeren voelen zich weggezet en zonder perspectief
Zijn grootste kritiek is dat het beleid te algemeen is opgezet. “Het eerste wat anders moet, is die veertig kilo niet in de omgevingsverordening. Anders wordt het een wet van Meden en Perzen.” Volgens hem moet je per gebied kijken wat haalbaar is. “Je moet gebiedsgericht werken. Maar nu wordt er met modellen gerekend die hier nooit voor bedoeld zijn. Dan bereken je natuur, terwijl je moet kijken naar de werkelijke staat van de natuur.”
In gesprekken op het erf hoort hij vooral frustratie. “Er zit geslagenheid. Het gevoel dat ze als slechte beheerders worden gezien. Terwijl ze juist het buitengebied vitaal houden.” Maar ook boosheid. “Informatie uit de praktijk wordt volgens hen niet goed verwerkt. Ze voelen zich niet gehoord.” Wat volgens hem ontbreekt is toekomstperspectief. “Boeren willen best meewerken. Er is geen boer die zegt dat er niks hoeft te gebeuren. Maar ze willen perspectief.” Dat ontbreekt nu. “Er ligt een eenmalige zak geld voor een paar jaar. Daarna sta je weer op nul. Welke ondernemer gaat dan investeren? Boeren moeten vandaag kunnen investeren voor tien, twintig a dertig jaar vooruit.”
PAS-melders muurvast
Ook het legaliseren van PAS-melders loopt vast. Volgens Van Wikselaar beroept de provincie zich op het zogeheten additionaliteitsbeginsel. Dat houdt in dat eerst moet worden aangetoond dat de natuur daadwerkelijk verbetert, voordat er ruimte ontstaat om vergunningen te verlenen. Die verbetering wordt berekend met rekenmodellen. Volgens hem wringt daar precies de schoen. “Er wordt gestuurd op modeluitkomsten, terwijl dat niet altijd de werkelijkheid buiten weerspiegelt. Daardoor komt er geen beweging in het dossier.”
De strijd maakt soms moedeloos, erkent hij. “Soms wel. Dan denk ik: wat zijn we aan het doen met elkaar?” Maar opgeven is geen optie. “Ik geef niet snel op. We blijven doorgaan.” Als het aan hem ligt, doet hij dat ook na de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. “Dat is aan de kiezer.”















