pr

Familiewijsheden in de vorige eeuw (deel 1)

Mijn moeder zei altijd: “Stel nooit uit tot morgen, wat ge heden doen kunt”. Ik nam dat, tot grote hilariteit van mijn oud-collega’s van de Mariaschool, als stelregel van haar over, zodat ik de rapporten voor mijn leerlingen al twee weken eerder klaar had dan zij.

Daar moest ik aan denken toen laatst op de ‘Kwaliteits-Rommelmarkt 2.0’ van het Reddingsplan St. Franciscuskerk aan de Hoenkoopse Buurtweg het boekje ‘Mijn moeder zei altijd’ geschreven door Jaap Toorenaar binnenkwam. Een boekje vol spreuken en uitspraken in familiekring. Enig om te lezen. Sommige kwamen bekend voor, andere waren volstrekt onbekend voor mij. Hieronder een kleine bloemlezing waarbij ik enkele rubriekjes van de schrijver volg.

Klassieke spreuken

“Heb je geen zin, dan maak je maar zin!”

“Zonde? Weet je wat zonde is? Droog brood eten en boter op je gat smeren.”

“Kan niet’ ligt op het kerkhof en ‘wil niet’ ligt ernaast.

“’s Avonds een vent, ‘s ochtends een vent”, voor iemand die de avond ervoor flink was doorgezakt en de volgende morgen met een kater opstond.

“Lieve koekjes worden niet gebakken”, voor kinderen die aangaven liever iets anders te willen doen.

Houd moed. Moed inspreken.

“Je moet niet bang zijn om bang te wezen.”

“Ook door kleine ruitjes kan de zon schijnen.”

“Aan het eind komt alles goed. Als het dan nog niet goed is, is het nog niet het eind.”

“Het loopt wel los en als het niet losloopt, loopt het ook wel.”

“Waar geen weg is, is vaak een omweg”

En tenslotte in dit rubriekje de grote klassieker van Johan Cruijff: “Elk nadeel heb zijn voordeel.”

Wat eten we?

“Husse met je neus ertussen.”

“Gestampt glas met gestoofde vensterbanken.”

“Gebakken stoelpoten.”

“Een bord wasem met een wind worst.”

“Aardappels met eigenheimers.”

Gewoon dooreten

“Opeten! Het blijft gerust niet voor je gat zitten.”

“Eet op voor de Russen komen.”

“Dooreten, de rest smaakt hetzelfde.”

“Dieet? In je kist kun je nog genoeg afvallen.”

“Wat je niet op kunt, moet je het eerst opeten.”

Uiterlijk

Bij het zien van een mooie vrouw: “Daar kijk ik liever naar dan naar het paard van de groenteboer.”

“Een onhandige vent went, een lelijke nooit.”

Bij een dame met erg korte rok: “Ik keek weer zo in de nok van het circus.”

Bij een te diep decolleté: “Je ziet de peren over de schutting hangen.”

“Mannen en vrouwen hebben allebei een lichaam, maar het staat een vrouw meestal beter.”

Bij het zoenen van een man met snor: “Het is alsof je met je neus in de heg valt.”

Bij te veel make-up: “Slecht hout heeft veel verf nodig!”

Bij een man met buikje: “Goed gereedschap hangt onder een afdakje.”

Bij iemand die ‘s morgens nog in zijn kamerjas loopt: “Hij loopt nog in de grondverf.”

Uitgaan

“Aan de pil, onzin, doe maar een aspirientje tussen je knieën, dat helpt ook.”

“Doe geen dingen waar een derde niet bij mag zijn.”

Vrouwen en mannen

“Er zijn twee dingen waar je nooit achteraan moet rennen: bussen en vrouwen.”

“Mijn vrouw heeft twee problemen: ze heeft geen kleren om aan te trekken en geen kasten genoeg om ze allemaal op te hangen.”

“Een man moet zijn als zwarte koffie: heet en sterk.”

“Een man waant zich weter, de vrouw weet beter.”

Verliefd

Bij het uitmaken: “Jongen, als je de eerste bus mist, neem je toch gewoon de volgende.”

Bij grote verliefdheid: “Als het hart regent, is het gauw droog.”

“Als je jong bent eet je elkaar op en als je oud bent denk je: “Had ik het maar gedaan.”

Je kinderen

Vader als een kind vervelend was: “Had ik jouw kwakje maar in de heg gespoten.”

Of: “Pas op, anders krijg je zo’n dreun dat je met je viool achter de piano ligt te orgelen.”

“Stop daarmee, of je gaat met een natte dweil op je blote buik naar bed.”

“Pas op, of we storten je op de giro.”

Niet te dicht bij je kinderen gaan wonen: “De schoorsteen van je kinderen moet je niet zien roken.”

“Gras, haren en kinderen moet je kort houden.”

“Een kind krijgen is een wonder, een kind hebben is gedonder.”

Grote gezinnen

Over de vader van het grote gezin: “Die heeft hem niet versleten met piesen.”

“Mijn vader was geen lezer in bed.”

“Elk schot een haas.”

Antwoord op: “Ja maar als ……”

“Als …. de kat een koe was, konden we haar melken.”

“Als …. mijn tante van hout was geweest, had ze mijn nachtkastje kunnen zijn.”

“Als …. je tante klootjes had gehad, was het je oom geweest.”

“Als …. mijn grootmoeder wieltjes had gehad, was ze een kruiwagentje geweest.”

“Als …. alles meeloopt, hebben we een processie.”

“Als …. ik alles van te voren wist, ging ik liggen voor ik viel.”

Boeren

“Een boer en een geit mekkeren altijd.”

“Als een boer niet zwemmen kan, ligt dat aan het water.”

“De melk optrekken.” (op de foto: Bram Verweij).

Dit waren zo maar wat nuchtere en geestige wijsheden van onze ouders en grootouders uit het boekje “Mijn moeder zei altijd”.

Nou lijkt het me zo leuk als we de volgende keer een aflevering kunnen maken in ‘ff z@ppen naar de vorige eeuw’ van oude wijsheden uit ONZE streek.
Spreuken en wijsheden die we hoorden van onze ouders en grootouders uit Oudewater en de ommelanden en vaak het woordenboek niet gehaald hebben.
Mocht u zo’n oude spreuk herinneren, mail die dan naar: wout.van.kouwen@hotmail.com

Hieronder vast een voorproefje.

Uit Oudewater en omstreken

Bram Verweij: Om ervoor te zorgen dat je als kind niet te dicht bij de sloot kwam, riep moeder: “Niet vlakbij de sloot! Pas op daar voor de Bullebak!”
Goed slapen is heel belangrijk: “Een slecht houtje dat van ‘t leggen (liggen) breekt.”

Francien Zevenhuizen: Als ik weleens zei “Oh, dat is ook jammer.” Zei mijn moeder altijd: “Er ligt veel jammer in de zee.”
Wanneer iemand tevergeefs aan de deur was geweest of er getelefoneerd was en er niet werd opgenomen: “Een goede haan kraait twee keer.”
Mijn oma zei weleens: “Met roomboter kan je zelfs straatstenen lekker maken.”

Marga Verdel: Mijn oma zei vaak: “Bloemen geef je altijd met een warm hart en niet met een koud hart.”

Bets van Apeldoorn: Als we iets boven gingen halen, zei mijn moeder altijd: “Neem wat mee naar boven.”
“Uit en terug werken.” heette dat.
Als een pastoor, kapelaans of rijke mensen aan het klagen waren over iets, zei mijn moeder: “Die hebben geen smart of kermis meegemaakt.”

Laura van Vliet: Plotseling van mening veranderen: “De melk optrekken.” (als een koe tijdens het melken ergens van schrok, gaf zij even geen melk meer).

Bronnen: ‘Mijn moeder zei altijd’ door Jaap Toorenaar, Bram Verweij, Laura van Vliet, Bets van Apeldoorn, Francien Zevenhuizen, Marga Verdel.

De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in vier delen. Daarbij is gebruik gemaakt van extra materiaal als aanvulling. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6.
Eind 2020 is ‘ff z@ppen deel 5’ op de markt gekomen. Onder de titel ‘Oudewater 1940-1945’ staat dit deel geheel in het teken van de Tweede Wereldoorlog.

Wout van Kouwen

Meer berichten