
Wat je wel en niet mag zeggen, schrijven, afbeelden en denken
Door: Otto Beaujon AlgemeenAagje, heette het kleine meisje in Pluk van de Petteflet, één van de grappige kinderboeken van Annie M.G. Schmidt. Het kind moest naar de dokter, voor een prikje in haar bil. In de nieuwste druk van het boek heeft de uitgever de billetjes op de tekening zorgvuldig weggeretoucheerd.
Zo preuts is Nederland in verband met ongewenste gebaren, bejegening en vermeende uitingen van sex met minderjarigen al gekomen. En wie de kenmerkende zwart-wittekeningen hoe Fiep Westendorp ken, kan niet anders verzinnen dat er moderne voorleesouders en andere zedenmeesters geweest zijn die zich een benauwend kader over de omgang met kleine kindertjes hebben laten opdringen en over die billetjes geklaagd hebben.
Ik begin maar met de krankzinnige vaststelling van de benepenheid van lezers en uitgevers; gelukkig zijn Annie en Fiep beide al lang overleden; ze zouden zich beide gillend van de lach omgedraaid hebben in hun graf.
Dat zulke aanrandingen van tekst of kunst plaats vinden in landen met een dictatoriaal gezag verbaast ons niets: de katholieke kerk bepaalde bijna 2000 jaar lang in de Index (afgeschaft in 1966) wat u en ik niet mochten lezen. Tot aan de reformatie schilderden kunstenaars uitsluitend taferelen uit het nieuwe testament. De woorden Ex Cathedra hadden absoluut gezag en konden niet betwist worden.
Hitler op zijn beurt had het over ‘Entartete Kunst’: literatuur en beeldende kunst die verboden waren vanwege hun strijdigheid met de principes van het Derde Rijk.
Veertien dagen geleden ontvingen twee wetenschappelijk medewerkers van de Wageningen Universiteit (die zich bezighoudt met onder andere landbouw en milieu in breedste zin) een persoonlijke brief van de Amerikaanse Geological Survey. Die dienst had op haar beurt de opdracht voor die brief gekregen van het Executive Office, zeg maar het presidentieel beleidsdepartement.
De twee Nederlanders onderzoeken samen met Amerikaanse collega’s de toestand van bossen en ontbossingsgebieden wereldwijd aan de hand van satellietbeelden. Om aan die beelden te komen, kunnen zij niet zonder de Amerikaanse overheid.
In het kader van Trumps plannen om de wereld naar zijn hand te zetten, heeft hij de beide Wageningers een lijst laten sturen met 36 vragen. Daarin wordt onder meer gevraagd of er bij Universiteit Wageningen medewerkers zijn met communistische, socialistische en/of totalitaire onderzoekers werkzaam zijn, of in publicaties sprake is van ‘problematisch taalgebruik’ rond gelijkheid, diversiteit, gender en inclusiviteit. En lichten jullie je organisatie en werknemers regelmatig door op contraterrorisme? En kunnen jullie bevestigen dat je organisatie geen enkele subsidie heeft ontvangen van de Volksrepubliek China? En kunnen jullie bevestigen dat dit geen klimaat- of ‘milieurecht’-project is, of dat het er elementen van bevat? En beïnvloedt jullie project pogingen om Amerikaanse toeleveringsketens te versterken, of zeldzame aardmetalen veilig te stellen?
Antwoord please voor 15 maart, met excuses voor de krappe deadline.
De Nederlandse universiteiten zijn niet van plan zich te laten inkaderen door het bestuur van Trump. Er is aan alle universiteiten een inventarisatie gehouden wie nog meer zo’n vragenlijst ontvangen heeft. Een hoogleraar in Utrecht zegt: ‘Over alle eerdere narigheid heen, de censuur vanuit de Verenigde Staten is nu al waanzinnig. Je mails worden sinds Trump opnieuw aan de macht is niet doorgestuurd als je in hun ogen een verkeerde term of een verkeerd woord gebruikt hebt. Eerst snap je niet waarom; het verstoort de communicatie op een arrogante en tijdrovende manier, en zorgt op den duur onvermijdelijk voor verwijdering. Verontwaardigde berichten komen uit de hele (Nederlandse) academische wereld. En vermoedelijk zijn ze op precies dezelfde manier bezig in Frankrijk, Nieuw-Zeeland of Japan.
De Amerikanen zijn niet alleen bezig om hun eigen standaardwoordenboek Websters’ Dictionary te herschrijven, maar ze willen behalve hun taal ook de wetenschap in alle landen waar ze tot nu toe niet-vijandig mee samenwerkten omzetten naar hun hand. Rusland, China en Afrika volgen later wel.
Otto Beaujon















