
Mandwerk is handwerk (2)
Door: Ben Overbeek AlgemeenIn de vorige aflevering hebben we het leven beschreven van mandenmaker Henk Overbeek naar wie op het Statenland naast De Broedkorf een klein plantsoen is vernoemd.
Mandenmaker of korver is een eeuwenoud beroep. Het is een moeilijke techniek om onder de knie te krijgen en alleen jaren oefening zorgen ervoor dat je tempo kunt maken tijdens het werk. En daarin was Henk Overbeek meer dan geslaagd.
Piet Overbeek
Toen Henk Overbeek in 1976 kwam te overlijden, was eigenlijk geen van zijn zonen bereid hun vader op te volgen. De enige die al best een mandje kon vlechten, was Piet, maar die was filiaalhouder van een groentezaak in Breukelen. Toch zou hij uiteindelijk de familietraditie voortzetten. Piet Overbeek kreeg problemen met zijn knieën, werd afgekeurd en met behoud van een gedeelte van de uitkering rolde hij langzamerhand in het manden maken.
Eerst handelde hij in van alles en nog wat. Hij was met zijn vrouw Riet Boumans, niet ver van zijn ouderlijk huis, gaan wonen op de Utrechtse straatweg in het huis van ‘Hannes de Bult’ die eigenlijk Hannes Nederend heette. Hannes handelde in klompen (’Wees content met de klompen van Nederend’). Piet Overbeek nam dat handeltje inclusief bestelwagentje, waar hij zijn naam op liet zetten, over. Aan het begin van de Tiendweg had Piet een schuur waar hij zijn voorraden in bewaarde. Vanuit die schuur handelde hij ook in fruit en tijdens het 700-jarig bestaan van Oudewater in 1965 had hij de schuur zelfs omgebouwd tot fietsenstalling voor de bezoekers van het feest. Overal zag hij wel handel in.
Zijn neefje Fons was vaak bij hem te vinden. Fons is de zoon van Piets zus Riek die met haar gezin iets verderop in het ouderlijk huis op nummer 50 woonde. Fons ging met zijn oom Piet in de boomgaard ‘heuen’ om de vogels van het fruit weg te jagen, ging met hem vissen en hielp bij het verbouwen van de inmiddels hoge schuur.
Maar langzamerhand ging Piet Overbeek zich toch steeds meer concentreren op het vlechten van manden. Zijn eerste wilgentenen kocht hij bij de eigenaar van het Linschoterbos, die in de jaren ‘70 nog eigen grienden had. Fons ging dan met zijn buurjongen Roel Geurts de tenen voor zijn oom Piet ophalen.
Dat werk als mandenmaker beviel Piet wel en omdat zijn natuurproducten in de jaren ‘70 erg populair werden als decoratie, zag hij er op het laatst vooral een prima handel in.
Zelf maakte hij nog wel de broedkorven, maar voor de rest bestelde hij zijn manden bij de nu nog bestaande firma Versteeg in Wijk en Aalburg aan de Maas, vooral om er mee te handelen. Er ontstond als bedrijfsvorm een combinatie winkel/werkplaats en daar had hij enorm veel succes mee. Dat blijkt wel uit het feit dat hij in 1982 van Joop van den Ende de opdracht kreeg om allerlei ‘mandmateriaal’ te leveren voor het decor van zijn film met André van Duin en Vanessa in de hoofdrol: ‘De Boezemvriend’.
Zijn bescheiden bedrijf breidde uit en Piet ging werken voor bekende opdrachtgevers zoals N.O.S.-decor, V&D en tal van bekende en minder bekende decorateurs, etaleurs, interieurbouwers en uiteraard particulieren met bijzondere wensen over maat en vorm. Ook nam de aanvulling met natuurlijke producten uit het buitenland een enorme vlucht waardoor het assortiment bijna oneindig werd.
Reclamebord midden in de Pijpevliet
Een beetje handelaar maakt natuurlijk ook reclame voor zijn producten. Zo ook Piet. Hij liet door de legendarische huisschilder Bep Vermeij van het Rode Zand een bord maken en dat plaatste hij ter hoogte van zijn woning Utrechtsestraatweg 32 midden in de Pijpevliet, het watertje achter het huis. Dat was geheel tegen de zin van het college van B&W. Daar was geen toestemming voor aangevraagd en dus tegen de regels! Piet kreeg opdracht het bord te verwijderen, maar daar dacht hij niet aan! Er ontstond een flinke strijd tussen hem en het gezag van Oudewater. Uiteindelijk, nadat hij burgemeester Mooyman er direct op had aangesproken, werd het conflict in der minne geschikt en mocht het bord in het watertje blijven staan.
Fons Vermeij
Fons had al eens laten doorschemeren dat hij later misschien ook wel mandenmaker zou willen worden. Hij voelde zich in dit wereldje erg thuis. Maar daar kwam voorlopig niks van. Fons was afgestudeerd als bouwkundig tekenaar, maar kon daar moeilijk werk in vinden en kwam uiteindelijk in de bouw terecht. In zijn achterhoofd bleef toch de speciale aantrekkingskracht van het mandenmaken hangen. Toen zijn oom in 1986 plotseling overleed, ging het bij Fons weer kriebelen. Hij overlegde met zijn vrouw Joke, die in het ziekenhuis werkte, en het resultaat was dat hij in de hoge schuur op de Utrechtsestraatweg no. 44 samen met Joke op 1 april 1986 een mandenmakerij begon: De Broedkorf.
Natuurlijk moest Fons eigenlijk het vak nog leren. Hij had dan wel het één en ander opgepikt van zijn opa en oom, maar dat was lang niet voldoende om een goed vakman te zijn. Het stoelenmatten leerde hij op een cursus bij Van der Heiden en het mandenmaken door elke dinsdag te gaan werken bij het gerenommeerde bedrijf van de Gebroeders Versteeg in Wijk en Aalburg. Daar probeerde Fons Vermeij, door twee jaar lang mee te draaien in het productieproces, het beroep goed onder de knie te krijgen. Ook van olieboer Piet Schalkwijk uit de Leeuweringerstraat, die tevens goed was in het matten van stoelen, pikte hij het een en ander op. En zo groeide Fons uit tot een goed vakman.
Joke en Fons bouwden het bedrijf verder uit en het werd een zodanig succesverhaal dat het eind vorige eeuw uit zijn jasje groeide.
De nieuwe broedkorf in het Statenland
Met medewerking van de gemeente Oudewater kon aan de overzijde op Het Statenland een stuk grond worden gekocht waarop sinds 1999 de huidige Broedkorf is gevestigd met ruime toegang en eigen parkeerterrein voor de deur. Daarbinnen komen, door de grotere ruimte, de winkel en werkplaats veel beter tot hun recht in een sfeervolle ambiance met traditionele kap- en balkconstructies. Je zult bij een bezoekje heerlijk kunnen verdwalen tussen alle verrassende artikelen en natuurlijke materialen. Sinds twee jaar is er ook een terrasje dat de gemoedelijke sfeer rond de Broedkorf helemaal ten goede komt.
Inmiddels is Fons, naast zijn eigen werk, ook in Indonesië manden gaan bestellen die gemaakt worden van rotan. In Nederland is rotan nagenoeg niet meer te krijgen, omdat men in Indonesië de vlechtarbeid wil behouden. Daarom doet Fons daar ook de bestellingen. Tekening met model wordt met het vliegtuig meegestuurd en de manden komen dan in containers terug naar Nederland.
Speciale opdrachten
Net als zijn oom Piet hengelde Fons ook bijzondere opdrachten binnen zoals laatst de schanskorven voor de Hollandse Waterlinie. Van astronaut André Kuipers kreeg hij de opdracht iets moois te maken dat betrekking had op het IJsselmeer waar André op uitkeek vanaf zijn stolpboerderij in Edam. Het resultaat is op de foto te zien. Verder heeft Fons gewerkt voor Hans Klok en Hans Kazan. Aan Beversport leverde hij displays en gevlochten touwen als leuning. Aan Beversport heeft Fons trouwens een goede klant want zij hebben winkels in binnen- en buitenland waardoor hij o.a. in Londen, Parijs, Nice en Bordeaux voor ze heeft gewerkt.
Het was en is nog steeds een succesverhaal ondanks dat er soms flinke tegenslagen waren, zoals de coronatijd (winkel gesloten en geen lezingen) en een grote berg zand die nodig was voor de verbreding van de Utrechtse straatweg die pal voor zijn bedrijf gedumpt werd, zodat de Broedkorf meer dan een jaar geheel uit het zicht was verdwenen.
Het ‘Henk Overbeek’-plantsoen
Bij het in gebruik nemen van de nieuwe Broedkorf op het Statenland in 1999, kreeg Fons van de inmiddels opgeheven ‘Stichting Zwembad Oudewater’ de gelegenheid om een extra stukje grond, dat overschoot tussen de toenmalig compleet ingerichte camping, de nieuwe Broedkorf en het vernieuwde kleedgebouw van het zwembad, aan te kopen. Hij gaf het de naam van zijn grote voorbeeld opa Henk Overbeek en ging er wilgen aanplanten met een dubbele haag. De wilgensoorten die er groeien zijn o.a. Belgisch rood, Frans geel, Taxandria voor mand- en vlechtwerk en kat-teen voor schuttingen, deklatten en waterwerken. Tevens werd er een stukje gras ingezaaid om er lezingen en workshops te geven. Regelmatig ontvangt Fons hier schoolklassen die zijn workshop ‘De wilg in beeld’ komen volgen. Deze workshop heeft hij samen met de Stichting Kunst Centraal ontwikkeld. In deze workshop krijgen de kinderen, maar ook volwassenen, uitleg over ontstaan, groeiproces, oogst en verwerking van de Hollandse wilgenteen in manden, schuttingen, beschoeiingen en waterwerken.
Tevens is Fons van plan om in het nu 25-jarig plantsoentje ook de snelle groei van het wilggewas te gaan benutten om als biomassa te laten groeien op eigen bodem. Dit alles prachtig passend in de huidige milieupolitiek van groen en duurzaam.
U leest het: De mandenmaker is dan misschien een uitstervend beroep, maar, dankzij Fons Vermeij, toch echt nog niet in Oudewater.
Bronvermelding: De IJsselbode, Fons Vermeij, Riek Vermeij-Overbeek, RHC Rijnstreek en Lopikerwaard.
De vorige afleveringen van ff z@ppen zijn gebundeld in acht delen. Waarvan de laatste drie in zwart/wit. De rijk geïllustreerde boekjes zijn voor € 17,50 in Oudewater te koop bij de Read Shop, de TIP en bij de schrijver zelf op De Cope 6. Deel 5 staat geheel in het teken van de oorlog.















