Afbeelding
pr

Hekendorp anno 1920

Algemeen

Wout van Kouwen

Bij het 50-jarig bestaan van het klooster van de passionisten St. Gabriël te Haastrecht schreef pater Paschalis Bakker een boekje onder de titel 'De Erven Putmans nieuwe buren, een episode uit de twintiger jaren'. Dit boekje werd gepresenteerd tijdens het 50-jarig feest van het juvenaat (opleiding voor jonge priesterstudenten) op 9 oktober 1971. Het klooster werd ook wel 'Het Missiehuis' genoemd daar vele studenten later missionaris werden. In het boekje geeft pater Bakker een sfeerbeeld van Hekendorp en omgeving rond 1920 net voordat men het klooster zou gaan bouwen. Zo krijgen we een prachtig beeld van het dorp precies 100 jaar geleden.

Burgemeester Doorman

Hekendorp was een gemeente met een eigen burgemeester. Het stadhuis was gelegen waar later de opslagplaats van melkhandel Nobel zou komen. Als burgemeester hadden ze daar een oud-koloniaal: mr. W. Doorman. De man kwam van Den Haag en had zijn 'haegs' spraakje nooit afgeleerd. Trouwens ook niet zijn overmatige liefde voor een borreltje, die hij in Indië had opgelopen. Per slot zal hij nog verre familie wezen van Karel Doorman, de admiraal!

Gemeenteontvanger was de vader van Frans Kramer. Deze laatste wist te vertellen, dat zijn vader de burgemeester wel eens 'n daalder moest toeschuiven als deze weer eens "man, ik ben weer deur mijn geld" zei. Dat deed vader Kramer dan: uit zijn eigen portemonnee wel te verstaan, niet uit de gemeentekas. Van een salaris kon een burgemeester van een kleine gemeente -als hij van zichzelf niets had- trouwens alleen maar armoe lijden.

De enige politieman was een zekere Lauspach. Die had ondermeer tot taak de straatverlichting aan te steken. Dat waren een drie of vier olielampen op palen. Als er soms wat straffe wind stond, kon je 's morgens onder die lampen een handvol afgebrande lucifers zien liggen, maar de lamp brandde niet! Trouwens ook al brandde ze, dan kon je er nóg niets bij zien! Reeuwijk was de eerste plaats in heel de streek die als gemeente elektriciteit kreeg: in 1912.

Gerrit Slingerland

Het was toen de tijd dat de romanschrijver Herman de Man in de streek rondging om stof voor zijn boeken te verzamelen. Hij kwam daarvoor ook wel eens bij Gerrit Slingerland in Hekendorp. Die wist alles van de mensen en wat er bij de boeren omging. En wat hij niet wist, dat verzon hij er wel bij. Hele pakken schriften heeft Herman de Man bij Gerrit Slingerland vol zitten schrijven. Gerrit woonde in Oudewater, maar overdag was hij op het stoomgemaal, waar hij machinist was. Verder scharrelde hij wat karweitjes op bij de boeren. Zijn zoon Paul hielp hem daarbij. Maar er was niet veel eensgezindheid onder die twee. Ze waren alle twee even eigenzinnig en gaven elkaar geen handbreed toe. Eens gebeurde het, dat ze samen een hek bij een boer moesten plaatsen. "Hier moet het gat komen voor de paal!" zei Gerrit. "Nee", zei Paul, "dat moet dáár komen" en wees een meter verderop. En daarover gingen ze dan een tijd staan ruziemaken. Maar het slot van het liedje was, dat ze allebei een kuil gingen graven, ieder op zijn eigen plek! Het zal Paul wel geweest zijn, die later bij de paters de betonnen steiger voor de pont heeft aangelegd. Hij heette niet voor niets 'Cementen-Paul'.

Er was ook nog een Gijs Slingerland, machinist op het stoomgemaal. Maar die kwam later door toedoen van Arie Spruit op de graanmaalderij en deed goede zaken.

Gijsbert Slingerland

Gijsbert werd op 6 november 1866 in Bergambacht geboren en verhuisde later met zijn ouders naar Waddinxveen, waar zijn vader stoker werd op het poldergemaal. Toen hij ongeveer 12 jaar was, werd hij 'thuisgehaald' zoals dat toen heette door een broer van zijn moeder, Adriaan Gelderblom uit Hoenkoop. Adriaan Gelderblom was Heemraad van het Waterschap daar. De reden was waarschijnlijk dat Gijsberts ouders het niet breed hadden en zijn oom en tante kinderloos waren. Op voordracht van zijn oom werd Gijs in 1888 benoemd tot hulpmachinist en later tot machinist van het Hoenkoopse poldergemaal. Hij trouwde in 1888 in Haastrecht met Hendrikje Versloot (1868/1916). In 1901 kocht hij een graanmalerij in Hekendorp.

De tol van Hekendorp

Op eigen risico kon je via de Steinse Dijk van Hekendorp naar Gouda. Officieel heette het een weg. Er stonden dan ook -hoe kan het anders voor die tijd- tollen op. Bij de Voorwillenseweg (beter bekend als 'De Pislaan') stond er een en in het dorp zelf bij Snel. Buiten die tol mochten de kinderen niet komen. Anders kregen ze geducht de oren gewassen door hun ouders: "Wat had jij buiten de tol te zoeken?"

Bij die tollen stonden grote borden met alles aangegeven wat op vier poten rondliep, met de prijs erachter. Die borden stonden er nog onveranderd toen er al auto's waren. Maar die mochten dan ook gratis door! De weg over de dijk naar Gouda was een verschrikking. Die dijk was niets meer en niets beters dan een slikdijk, waar eens gras op had gestaan, maar nu kapotgetrapt was door paarden; met kuilen zo diep, dat men er soms takkenbossen ingooide om geen as-breuk te riskeren. De instantie die de dijk moest beheren was de Commissie van Zandweg Stein. Maar die zag er geen kans toe om de weg in behoorlijke staat te houden, zelfs ondanks het tolgeld.

Nooit ver van huis

Bij zo'n toestand van de verbindingsweg is het te begrijpen, dat ook in Hekendorp de mensen bijna nooit ergens naar toe gingen. Voor inkopen moest men wel naar Gouda, hoewel er toch heel wat winkelbedrijfjes in het dorp waren. Een zeldzame keer kwam het wel eens voor dat de een of ander een dagje uitging bijvoorbeeld naar Scheveningen. Er waren jongens die in Utrecht naar de ambachtsschool gingen. Die namen de trein. In twintig minuten lopen waren ze aan de treinhalte Hekendorp. Dan reden ze tot Woerden, want de trein van Gouda ging via Breukelen naar Amsterdam. In Woerden moesten ze twee uur lang wachten op de trein uit Leiden, die hen naar Utrecht bracht. Ze waren om 6 uur van huis gegaan en kwamen dan om 9 uur op school aan. 's Avonds moesten ze die drie-uren-lange tocht weer terug maken.

Naar de kerk en naar de markt

De enige reis die de boeren in de omtrek van Hekendorp maakten, was naar de kerk en naar de markt. Naar de markt ging men meestal naar Gouda, naar de kerk in Haastrecht of Oudewater naargelang de parochie waartoe men behoorde. De scheidslijn liep toen bij café De Klomp. De protestanten konden naar de Nederlands Hervormde kerk in het dorp zelf.

Die kerkgang was een hele gebeurtenis. Men ging dan in de beste kleren en met de beste rijpaarden voor de sjees. Men nam ook wel grote valiezen mee, want in de kerkplaats ging men tegelijk winkelen voor de hele week. Als je toch van de hof wegreed naar de 'stad' was dat mooi meegenomen. En in de winkel zat er voor de vrouwen altijd wel een kopje koffie aan bovendien. Een hele gebeurtenis, zei ik, want vóór het vrouwvolk zich in de rokken gehesen had en het keurslijfje daaroverheen, met het geplooide kant en het mutsje op met de strik onder de kin, alles -behalve het mutsje- voornamelijk in het zwart, waarop de gouden tooi het prachtig deed. En voordat de mannen hun zwarte trouwpak uit de kleerkist hadden gehaald, voordat de paarden nog eens geborsteld en het tuig opgewreven, de sjees ingespannen en vóórgereden was, ging daar heel wat tijd overeen. Goed, de boer had toentertijd altijd wel een stel meiden en knechts, maar de koeien moesten vóór de kerk ook gemolken en verzorgd zijn.

Met zo'n kerkgang was dus echt wel een ruime halve dag gemoeid, want noch de Oudewaterse, noch de Haastrechtse kerk lagen voor de meeste polderbewoners voor de deur.

Daar konden eigenlijk de kinderen nog het beste over meespreken. Want die moesten elke dag weer naar school, zomer en winter, weer of geen weer en altijd lopen op de klompen. Want kijk, zo vroeg ging er ook geen bus; en fietsen? Zelfs fietsen waren nog zeldzame voorwerpen. En dan, wie laat er nou graag zijn kinderen op zo'n fiets langs zo'n dijk en zo'n eind weg naar school gaan? Toen in ieder geval niet.

Bronnen: 'De Erven Putmans nieuwe buren', door Paschalis Bakker, Stamboom Versloot op Genealogieonline.

W. Doorman, was naast burgemeester van Hekendorp tevens burgemeester van de zelfstandige gemeentes Lange Ruige Weide en Papekop.
Café De Klomp
Treinhalte Hekendorp.
De tol van Hekendorp.
Gijsbert Slingerland met zijn vrouw Hendrikje Versloot. De foto dateert van 1913, ter gelegenheid van het huwelijk van hun dochter Marie (stamboom Versloot).
Afbeelding
Taizéviering in Haasrecht 1 uur geleden
Afbeelding
Kostschool in Oudewater van binnenuit 15 uur geleden
Afbeelding
Muziekduo Katakat treedt op in de soos 22 uur geleden
Afbeelding
Psalmzangavond met bovenstem in Montfoort 23 feb, 09:00
Het natuurgebied Bilwijk is niet langer toegankelijk voor honden.
Honden niet meer toegestaan in natuurgebied Bilwijk 22 feb, 19:00
Afbeelding
Benschopse vrouwen samen op weg naar Pasen 22 feb, 17:00
Afbeelding
Alle kinderen in Montfoort een zwemdiploma 22 feb, 12:00
Daphne van Kooten.
Debuut en vijfmaal goud bij Nederlandse Kampioenschappen 22 feb, 09:00