
Sinds 1845
Door: Aad Kuiper Algemeen“Sinds 1845,” zo liet Henk Stofberg weten, “woont onze familie al in Oudewater.” Maar dat was niet de reden dat de burgervader daar nog niet zo lang geleden een bezoekje bracht. De aanleiding daarvoor was het 50-jarig huwelijk van Henk en Netty Stofberg. Stofberg? Was dat ook niet de naam van een scheepswerf die naast alle overbekende Oudewaterse ondernemingen veel mensen brood op de plank bezorgde? Had daar niet enige tijd geleden al iets over in De IJsselbode gestaan? Even gaan feliciteren en luisteren naar het verhaal.
“In 1785 startte een zekere Cornelis Stofberg een eigen scheepswerf. Dat was in Mijdrecht. Zijn beide zoons werden ook scheepsbouwer. Uit de ene tak kwamen meerdere scheepwerven voort, waarvan er nu nog een bestaat, in Enkhuizen (8e generatie). De andere tak, een kleinzoon van oprichter Cornelis, belandde in 1845 in Oudewater en wist in 1850 ook daar een scheepswerf te beginnen.” Deze scheepsbouwer, genaamd Hendrik Stofberg, was de betovergrootvader van de Henk die we nu bezochten. “Toen hij in 1879 kwam te overlijden zette zijn vrouw Geertruida vervolgens de scheepswerf voort en werd zij aldus een van de weinige vrouwelijke scheepsbouwers in den lande. Het bedrijf heette vanaf die tijd ‘Firma Wed. H. Stofberg, ijzeren en houten scheepsbouw Oudewater’. In de Utrechtse grachten lagen zo rond 1900 wel meer dan vijftig vrachtschepen die allemaal op die scheepswerf gemaakt waren. Tussen 1850 en1920 werden er uiteindelijk meer dan honderd schepen opgeleverd.”
Een mooi eerbetoon is dat er straks in de wijk Westerwal een straat aan de Hollandse IJssel naar haar vernoemd wordt: de Geertruida Stofbergkade.”
“Maar zo rond 1920 werd vervoer per spoor en over de weg belangrijker en kwam er einde aan allerlei scheepswerven. Zo ook aan deze.”
“Mijn vader moest iets anders gaan doen. Hij werd, ooit begonnen met lesgeven in Papekop, later leraar op de mulo in Gouda. Zelf ging ik hier, via de kleuterschool Irene aan de Biezenwal, de School met den Bijbel en het Christelijk Lyceum in Gouda rechten studeren in Utrecht en studeerde ik in 1974 af als meester in de rechten.” Netty: “Van origine kom ik uit Kamerik, maar we verhuisden al spoedig naar Linschoten waar mijn vader een schoenenwinkel dreef. Na de Timotheus School met den Bijbel aldaar, ging ik naar de middelbare school en werkte ik bij verschillende grote bedrijven, eerst in Utrecht en later in Gouda.”
Dansles
“We hebben elkaar ontmoet op de dansschool van Hans van Eijk in Woerden; De Kluis.” (Op 26 november 1995, was het een zwarte dag voor de familie Van Eijk uit Woerden, toen een grote brand de voormalige dansschool De Kluis in de as legde; een dansschool waar veel mensen verkering kregen. Zo ook Netty en Henk; red.) “We zijn altijd aan stijldansen blijven doen, na De Kluis bij Joop en Elly Bronmeyer in Woerden. En we hebben zelfs wel eens een eerste prijs gewonnen. En dansen doen we nu nog steeds op meerdere locaties in de omgeving. Geen wedstrijden meer, hoor.”
“We zijn op 7 februari 1975 getrouwd, toen ik net klaar was met mijn studie en vlak voordat ik nog 18 maanden in dienst moest. De laatste wittebroodsweken was ik niet op huwelijksreis, maar bracht ik door in een schuttersputje.” Na zijn diensttijd startte Henk in de gemeente Zoetermeer op de afdeling Onderwijs, eerst als juridisch beleidsmedewerker onderwijs en later als sectorcontroller, een bijzondere omslag van veel lettertjes naar veel cijfertjes. Netty bleef werken totdat de eerste dochter geboren werd. Ze stopte daarna, iets wat in die tijd niet ongebruikelijk was. Het echtpaar kreeg drie dochters: Bojoura, Krista en Lisette. Twee ervan wonen nog steeds in Oudewater. Toen de kinderen wat ouder waren ging Netty ook weer graag aan het werk, bij een bedrijf dat congressen organiseerde. “Dat was leuk werk, maar behoorlijk intensief. En alles ging nog met behulp van de typemachine en per telefoon. Ik deed dat voor grote organisaties zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen, maar het grootste dat ik ooit heb georganiseerd was de Kerkendag, waar grote aantallen bezoekers op afkwamen. Machtig was dat. Maar na een reeks van vier ingrijpende hernia-operaties kon ik helaas niet langer meer deelnemen aan het arbeidsproces. Door vrijwilligerswerk kon ik me gelukkig nog wel een tijd lang verdienstelijk maken voor o.a. school en het toenmalige bejaardenhuis.”
Oog hebben voor kleine dingen
Henk: “In 1994 ben ik in Gouda gaan werken, waar ik een van de financial concerncontrollers werd. Intensief, maar leuk en boeiend werk. Hoewel ik nog wel had willen doorwerken heb ik er op 62-jarige leeftijd, toen er in Gouda een ingrijpende reorganisatie plaatsvond, toch voor gekozen om te stoppen. De leuke keerzijde was dat ik het opgroeien van de kleinkinderen - we hebben er negen - van heel dichtbij mee heb kunnen maken. Daar heb ik nu nog steeds plezier van. In mijn vrije tijd zat ik in besturen van school, kerk en appartement en was ook nog een aantal jaren freelance docent Excel.”
“Nu wandelen we veel, en met mooi weer gaan we fietsen. En ik ga elke week zwemmen. Op maandagavond kijk ik met mijn kleinzoon Dax altijd de samenvattingen op tv van het voetbal. En als de andere kleinkinderen sportieve of recreatieve hoogtepunten beleven, willen we daar zo veel mogelijk bij zijn.” Netty: “Ik ga iedere week koersballen en linedancen. Verder gaan we meerdere periodes per jaar kamperen met de caravan. Vroeger vooral naar ‘Bella Italia’, tegenwoordig blijven we in Nederland. En, zoals gezegd, gaan we nog steeds heel regelmatig stijldansen. Verder wonen we graag de lezingen van de Geschiedkundige Vereniging bij.”
“We hebben het, ondanks een aantal medische beperkingen, nog steeds heel goed samen. Ik denk dat het belangrijk is om oog te hebben voor de kleine dingen die niet plichtmatig zijn. Verjaardagen zijn logisch, maar een onverwachte attentie of zo maar eens even voorstellen om op de Visbrug iets te gaan drinken zijn de leukste momenten. Dat willen we graag nog regelmatig blijven doen.”








