
Klatergoud of eeuwige roem?
AlgemeenEén voordeel van de Olympische Spelen ten opzichte van een ander groot sportevenement van allure zoals de Tour de France is dat Het Olympisch comité van meet af aan (1896) bij reglement vastgesteld heeft dat de winnaars van elk nummer een medaille ontvangen met hun naam, de tak van sport en de datum van hun overwinning. Een gouden medaille voor de nummer één, een zilveren voor de nummer twee en een bronzen voor de nummer drie: je naam in goud, voor altijd en eeuwig, in onaantastbaar metaal.
Een herinnering voor het nageslacht, en latere generaties. Terwijl ik dit schrijf hebben ‘we’ er (nog) geen; tegen de tijd dat u dit leest vast al wel. Ooit hadden wij een Olympisch Museum (in Lelystad) dat veel spulletjes (de spikes van Mia Gommers, de zwarte band van Wim Ruska) maar weinig echt eremetaal (in bruikleen) tentoonstelde. Het museum heeft wat rondgezworven (catacomben van het Olympisch stadion, Papendal) en is vanzelf opgeheven toen de winnaars of hun nabestaanden het eremetaal weer kwamen ophalen.
De nummer één van de Tour mag zijn gele trui houden plus zijn prijzengeld van onderweg plus een fraai horloge van hoofdsponsor Tissot. Op de Franse TV vertelt de Publicité van Tissot tegelijkertijd dat ook U precies zo’n zelfde klokkie kunt kopen. Zoiets is dus geen trofee in de ware zin des woords, het is een gadget. Kun je zo’n horloge nog voor een leuk bedrag kwijt op Marktplaats, voor het overige was de prijsuitreiking bij de Tour onthutsend smakeloos: afwerken van een verplicht nummer. Evenepoel kreeg als winnaar van het jongerenklassement een kartonnen verkeersbord (rond, blauw met een witte fiets er op) van A-sponsor Krys, een keten van opticiens. De Prijs voor de Strijdlust was een plastic prul namens Century 21 Real Estate Inc., een wereldwijd makelaarskantoor voor de ‘betere huizen’ … Een fietsertje van roestvrij staal, paneeltjes van foamboard met de naam van de sponsor en niet die van de winnaar erop, voor elke volgende prijs was het bijbehorende ‘cadeau’ al smakelozer. Het enige ‘persoonlijke’ cadeau was voor Cavendish, die een zwart vel karton met in witte letters CAVXXXV! er op kreeg, in een wissellijst van de Hema, aangeboden door de kunstenaar. Kortom: kitsch, of erger.
Treurnis alom; het ergste van alles was hoe verveeld en ongeïnspireerd de Franse Nationale Garde het Sloveense volkslied speelde (van origine toch een vrolijk Sloveens Wein, Weib und Gesanglied).
Echte trofeeën (met de naam van de gelauwerde, èn de datum er op) zijn tegenwoordig uiterst zeldzaam. Oude trofeeën trouwens ook. Vind nog maar eens een medaille met inscriptie, laat staan een zilveren champagnekoeler voor Count Zborowski voor zijn legendarische overwinning in Wenen- Sint Petersburg, of een ander kunstwerk voor een serieuze prestatie op sportgebied.
Naast de echte trofeeën is kitsch van alle tijden. Vol verwachting kijken we daarom dezer dagen dus vooral uit naar het eremetaal dat op onze atleten ligt te wachten!
Otto Beaujon








