
Wees fatsoenlijk, doe normaal, maar dan wel allemaal
Door: Aad Kuiper Algemeen“Ik ben geen politieagent, ik heb geen wapenstok nodig, ik wil geen pepperspray; ik wil een coupé vol fatsoenlijke mensen”, vertelde conductrice Marian Boellaard onlangs aan een verslaggever van het AD na opnieuw een incident bij de Nederlandse Spoorwegen. Een opmerkelijke aanbeveling in het rapport van onderzoekscommissie-Van Rijn over de misstanden bij de NPO: ‘doe normaal tegen elkaar’.
Om ‘gewone fatsoenlijke mensen’ en ‘normaal doen tegen elkaar’ lijkt vaker gevraagd te worden, omdat steeds meer mensen daar klaarblijkelijk moeite mee lijken te hebben. Niet alleen in het openbaar vervoer en bij de publieke omroep, maar ook in en rond voetbalstadions, tegenover de politie, brandweerlieden en andere hulpverleners, tegenover ziekenhuispersoneel en leerkrachten en meer beroepsgroepen die het om onverklaarbare redenen regelmatig moeten ontgelden. En niet alleen allerlei beroepsgroepen worden belaagd, maar ook andersgeaarden en mensen van een andere geloofsovertuiging. Eerlijk gezegd begrijp ik daar geen snars van. Nog steeds hoor ik een bekende zinsnede uit ‘t Schaep met de 5 pooten ‘We benne op de wereld om mekaar te helpen, niewaar’. Dat lijkt mij eerlijk gezegd een gezonder stadpunt.
Maar ook de overheid gedraagt zich lang niet altijd fatsoenlijk. Nee, niet zo lomp als die onfatsoenlijke Nederlanders uit het stukje hierboven, maar met af en toe een toch wel heel dubieuze wetgeving. Waar was het rekening houden met de fatsoensnorm - soms al decennialang duidelijk en regeren is bovenal vooruitzien, maar de hete aardappel werd steeds maar voor zich uitgeschoven - als het gaat om woningtekort, Schiphol, toeslagenouders, glyfosaat, Groningen, stikstof, onderwijsbeleid, mestbeleid, PFAS, Tata Steel, en zo valt er vast nog wel meer te bedenken. Als zij in Den Haag nu eens beginnen met zich wat betreft hun beleid altijd mede te laten leiden door een fatsoensnorm; elke maatregel die bedacht wordt langs de meetlat van het fatsoen te leggen … en bij twijfel de fatsoensnorm voorrang geven. En natuurlijk voelen groeperingen in de maatschappij zich vervolgens achtergesteld, maar als je met alle groeperingen duidelijk rekening houdt en uitlegt waarom je iets doet, heb je al een hoop gewonnen.
De Raad van State is, net als de Eerste Kamer, Tweede Kamer, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman een Hoog College van Staat. Als hier nu eens een Raad van Fatsoen aan toegevoegd zou worden die bindende uitspraken kan doen, zou de politiek het goede voorbeeld gaan geven; wellicht heeft dit gevolgen. Want waar er één schaep met vijf pooten over de dam is, volgen er meer.
Aad Kuiper







