
Alleen voor andermans gewin
AlgemeenVandaag neem ik u mee terug naar Limburg in 1965. Voor veel lezers is dat misschien heel lang geleden, Christianne van der Wal was nog niet eens geboren en Piet Anema lag nog in de luiers. Het CDA was daar de grootste en machtigste partij, en niet alleen in bestuurlijk Limburg, maar ook in het onderwijs, de zorg, de rechtspraak, kortom de hele samenleving. Je kunt het je nauwelijks nog voorstellen.
In de jaren zestig was half Limburg in de ban van de grindwinning: het Maasdal zat onder het maaiveld barstens vol met grind van de beste kwaliteit. Gemeentes en particulieren stonden in de rij om hun grond te verkopen aan de N.V. Exploitatiemaatschappij Panheel, een consortium van 18 baggeraars, grindhandelaars en reders. De grindgaten die zo zouden ontstaan stonden in de bestemmingsplannen aangegeven als bestemd voor de waterrecreatie, en elke gemeente rekende zich rijk. Veel grind ging naar België voor de vele betonnen viaducten in hun nieuwe snelwegen. Op de terugweg zouden de schepen mijnsteen meenemen om al te diepe grindgaten op te vullen tot watersportdiepte. En de boeren die boven de grindschat hun bedrijf hadden moesten wegwezen.
Zij kregen in 1965 van de NV Panheel de ‘woest aantrekkelijke’ prijs van 30.000 gulden per hectare geboden. Menigeen ging daar op in, in de wetenschap dat ze anders toch aan het kortste eind zouden trekken.
Eén boer, Mathieu Stakenborg uit het Maasdorp Heel (linker Maasoever, tegenover Roermond) verzette zich. Op de grond van zijn voorvaderen verdiende hij zijn brood met drie dozijn melkkoeien en acht varkens, en dat wilde hij graag zo houden. Negen jaar lang hield hij de strijd vol tegen de gemeente, de provincie en de NV Panheel. Het land om hem heen werd onteigend of verkocht, en daarmee kon de gemeente de landwegen naar de weilanden van Stakenborg afsluiten voor verkeer: met een bordje bordje Verboden Toegang, eigen weg NV Panheel.
De waterleiding van Stakenborg werd terloops afgesloten. Niet opzettelijk natuurlijk, maar zijn buurman had wel verkocht en de bulldozers hadden onmiddellijk de toplaag (met daarin de waterleiding) weggeschoven. Dagelijks ging Stakenborg met kar en paard en een watertank elders water tanken voor zijn gezin en om het vee te drenken.
De gemeente en de belastingdienst waardeerden de grond van Stakenborg op de prijs die die eenmaal in eigendom van NV Panheel waard zou zijn: de boer (34 melkkoeien, 11 paarden, 33 schapen en 8 zeugen) kreeg over 1973 belastingaanslagen ten bedrage van samen een half miljoen gulden.
NV Panheel bood in 1974 nog eens tienmaal het bedrag dat andere boeren per hectare ontvangen hadden (wat een fooi was dat eerste bod dan geweest, foei toch!). Maar Mathieu Stakenborg moest het niet. De boerderij werd onteigend, beëdigd taxateurs kwamen de opstallen en de inboedel taxeren. Stakenborg weigerde het geld. Het werd voor zijn nazaten bij de rentmeester van NV Panheel op een spaarrekening geparkeerd. Stakenborg en zijn vrouw overleden verbitterd. Het kon zomaar gebeuren, in Nederland, onder het toeziend oog van burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden, gedeputeerde staten, gouverneur en regering.
‘t Lijkt al lang geleden, maar het draaiboek van heden lijkt verdacht veel op dat van de ondernemers en politici van toen, en ‘t zou zomaar opnieuw kunnen gebeuren. Of toch niet, Caroline?
Otto Beaujon
Otto Beaujon







